ARBEIT
MACHT FREI – relaas van
een werkstrafweigeraar

deel
1: De “uitnodiging”
Door
mijn brievenbus kwam twee weken geleden een brief van de
reclassering. Het betrof een ‘uitnodiging’. Een
uitnodiging, die
geen uitnodiging is maar een oproep op verplicht te verschijnen, al
staat dat
er niet met zoveel woorden in.
Wat
wil de reclassering van mij? Dat ik op een intake gesprek kom, voor
een werkstraf.
Dat
herinner ik mij! Ik kreeg er een van zestig uur omdat ik tot twee
maal toe mezelf heb vastgeketend aan de toegangspoort van de
deportatiebajes in
Schiphol Oost. Die waar elf mensen het leven hebben verloren omdat het
de
overheid geen barst kan schelen dat zij mensen opsluit, hoe zij mensen
opsluit,
en wie de mensen zijn die zij opsluiten, in dit geval: mensen zonder
papieren.
Vluchtelingen op zoek naar een beter bestaan. Naar een leven.
In
mijn procesverklaring, voorgelezen aan het einde van de zitting, zei
ik onder andere:
“Ik
zal dus wel in herhaling moeten blijven vallen: de overheid
met verzet confronteren omdat dit een misdaad is; dit, deze
deportatiebajes
hier, achter deze rechtszaal. (…) Mijn stem zal
nog vele malen te
horen zijn aan deze en andere poorten van de ene hel naar de andere,
vele malen
vaker dan die eens in het vier jaar in een stemhokje. Als dat mij voor
even een
heel klein beetje deelgenoot moet maken van wat mensen zonder papieren
wordt
aangedaan, dan zij dat zo.”
Ik
kreeg die werkstraf geheel onvoorwaardelijk. Ik hoor het de rechter
nog zeggen: “Gezien uw uitlatingen,…”
“Ze
zetten me stevig aan het werk” staat op de voorkant van
het foldertje dat de reclassering mij met de brief meestuurt. Hoe
uitnodigend!
Een gevoel van verstikking bekruipt me. “Arbeit macht
Frei” is dit.
En ja hoor! Arbeid maakt werkelijk vrij, zo lees ik bovenaan de
binnenkant van
het foldertje, wanneer ik het opensla: “Ik hoef niet de cel
in”
staat er.
Wat
een opluchting! Of niet?
Het
staat er niet bij in de brief, maar het is mij bekend: doe ik het
niet, dan is dat dertig dagen zitten.
Ga
je kijken op de website van de reclassering om meer te weten te
komen over dit in Nederland relatief nieuwe fenomeen, dan wordt je om
de oren
geslagen met termen als: “discipline”,
“wennen aan
arbeidsritme”, “iets nuttigs doen voor de
samenleving”. Het
is alles een ontkenning en vertrapping van het eigen doel en het
zelfverkozen
nut en de eigen wil.
Zelf
denken is niet de bedoeling. Laat staan: zelf doen. Precies dat
wat ik allemaal nog meer in mijn procesverklaring heb gezegd en dat zo
indruist
tegen de staatsorde. Allicht is dat alles voor hen die de straffen
eisen en
opleggen, die de wetten maken en laten uitvoeren, van generlei waarde.
Het past
niet, zal altijd ongeoorloofd zijn. Het nut van het individu versus het
nut van
de staat. Onverenigbaar.
En
ik, en velen met mij, zou me nu dit moeten laten zeggen en
welgevallen: “Ga daarheen, doe dit, doe dat, doe het dan, van
zo laat tot
zo laat en niet anders”. Ik zou daar telkens weer vrijwillig
en nog geen
seconde te laat naar toe moeten kruipen. Ik zou me moeten laten temmen
als een
op hol geslagen paard. Buigen of barsten.
Het
heet ‘resocialisering’ of iets dergelijks. Dat doen
ze
met mensen die niet in het straatje van negen tot vijf werken en
’s
avonds voor de TV hangen, passen. Mensen die niet alles nablaten dat in
de
krant staat, dat in overheidsbrochures te lezen valt, dat politici
uitkramen en
uitkotsen in een litanie van nationalisme, kleinburgerlijkheid, en het
voeden
van onderbuikgevoelens.
Zou ik
me zo laten vernederen om me eerst gek te laten maken omdat dat
“opvoedende waarde” heeft, een “goede
kans” is,
alvorens alsnog in de bak geslingerd te worden, dan kon ik mezelf in de
spiegel
niet meer aankijken. Ik had toch geprotesteerd?
Had ik
niet al vele malen in de weg gezeten, mezelf aan hekken
vastgeketend, had ik niet al vele malen geweigerd aan bevelen te
voldoen? Dat
alles had een reden en die reden bestaat nog steeds.
Hoe
kan ik anders handelen nu diezelfde staat die ik van
mensenrechtenschendingen, van foltering en moord beschuldig, van mij de
totale
onderwerping verlangt? Zij noemen dat “een compensatie voor
fouten uit
het verleden”. Zij, die misdaad op misdaad stapelen. Hoe kan
ik daaraan
nu gaan toegeven?
Zeker
zijn er redenen genoeg te bedenken om zo’n werkstraf wel te
doen. Praktische redenen, zoals: het behoud van een baan of
de zorg voor
kinderen, derving van inkomsten, of simpelweg niet in die cel terecht
willen
komen, in die bajes.
Natuurlijk,
ook ik zou kunnen gaan. Ik zou me kunnen gaan onderwerpen
aan de regels. De zoveelste regels. Maar waar houdt het op? Het begint
in elk
geval met: braaf dat kantoor van de reclassering in lopen om een uur te
praten
met iemand die weet dat hij of zij macht over me heeft. Netjes al mijn
documenten
overleggen. Dan mijn handtekening zetten.
Liever
dit: Niet komen. Of wel gaan met als enige doel ze de waarheid
te zeggen, dan op te staan en weg te lopen. Hoe dan ook: dat heeft
consequenties. Daarmee heeft dus de reclasseringsambtenaar de touwtjes
in
handen. Dat is dwang. Dat is chantage. Het is niets minder dan
dwangarbeid.
Waar
het om gaat is de eer aan mezelf te houden.
Dat
in elk geval. Dan bepaal ik zelf wat de gevolgen zijn, en vooral:
hoe en wanneer. Niet gaan en met gebogen hoofd papiertjes prikken of
hoe dan
ook andermans troep opruimen omdat overheid en bedrijfsleven dat goed
uitkomt,
want voor dat soort arbeid mensen gaan betalen? Ze zouden wel gek zijn
als ze
de werknemers gratis kunnen krijgen!
Zo
helpt een werkgestrafte mee dat hele systeem in stand te houden van
bazen die zichzelf verrijken, en overheden die liever geld uitgeven aan
defensie en justitie en wat voor geldverspilling nog meer dan aan
bijvoorbeeld
gezondheidszorg, hetgeen ook al weer dient om het alles in stand te
houden dat
armen arm houdt, rijken rijk, en dat mensen zonder papieren nog minder
kans
geeft.
Nee,
ik ga niet ploeteren in de wetenschap dat vroeg of laat een baas
boos op mij wordt omdat ik te laat ben. Ik ga niet wachten of ik een
reprimande
krijg omdat niet alle borden gewassen zijn. Ik ga niet wachten op een
waarschuwing omdat ik een grote bek gegeven heb, omdat ik het niet
pikte om als
slaafje behandeld te worden. Ik ga om te beginnen geen slaaf zijn.
Vandaag
is een tweede, “laatste” uitnodiging van de
reclassering in de bus gevallen. “U wordt nu voor de laatste
maal in de
gelegenheid gesteld de uitvoering van de werkstraf te komen
bespreken.”
In de
tussenliggende tijd heb ik mijn eerste weigering om te komen nog
eens goed overwogen, nagedacht over het idee achter die werkstraf en
mezelf
afgevraagd:
Waarom capituleren voor
deze repressie? Waarom wèl een politiebevel weigeren op te
volgen tijdens een
demonstratie of een actie? Waarom wèl weigeren mijn naam te
geven, me te
identificeren? Waarom wèl al het andere weigeren, maar die
werkstraf niet?
Het
antwoord is telkens hetzelfde: de werkstraf is aanzienlijk korter
dan de gevangenisstraf die de weigeraar boven het hoofd hangt.
In de
tweede brief van de reclassering wordt dit dreigement als volgt
verwoord:
“Indien
u aan deze oproep geen gehoor geeft, dan zijn wij
genoodzaakt aan justitie te melden dat uw werkstraf door ons niet in
uitvoering
genomen kan worden. Dit kan er toe leiden dat u een gevangenisstraf
moet
uitzitten.”
Zestig
uur werken of dertig dagen zitten. Straf op straf. Hoezo zou de
‘werkstraf’ of ‘taakstraf’ iets
nieuws toevoegen, een
vervanging zijn van dat andere, meer gevreesde? In het geheel niet! Het
is de
fysieke én mentale knechting van de mens. Eén die
feitelijk nog groter en
sterker is dan de opsluiting.
Denk
maar na. Degene die de werkstraf moet doen, moet daar in de rest
van zijn tijd rekening mee houden. Er zijn regels over niet drinken en
geen
drugs gebruiken en over verplichte urinetesten, en o wee als je een
keer niet
komt opdagen, dan krijg je direct een waarschuwing, die wel ongeveer
gelijk zal
zijn aan degene die ik nu kreeg als tweede en laatste brief.
Wat is
vrijheid? Is vrijheid rond mogen lopen met een zwaard van
Damocles boven je hoofd? Is vrijheid het voortdurend voldoen aan
bevelen? Is
vrijheid voorzichtig zijn, bang zijn, braaf zijn, slaaf zijn, alle zijn
wat je
niet wilt zijn, namelijk gehoorzaam te zijn aan wetten en regels die je
van
begin af aan hebt verworpen? Is dat vrijheid?
Dan ben
ik liever tenminste geestelijk vrij in een cel van drie bij
twee meter! Dus ik blijf erbij en ik weiger. Dit nu gezegd en
geschreven
hebbende, voel ik me bevrijd van de beklemming om ook maar na te moeten
denken
over het doen van dwangarbeid!
Wordt
vervolgd…
Joke
Kaviaar 5 april 2008
Hallo beste vrienden,
Ik ben niet de enige
werkstrafweigeraar, zo blijkt vandaag!
Steun Paulus, die in de P.I. in
Zwolle zit, door te schrijven naar:
Paulus
PB 1184
6501 BD
Nijmegen
De post wordt naar hem doorgestuurd.
Zie voor het verhaal:
http://www.indymedia.nl/nl/2008/04/51777.shtml
Aanstaande donderdag verwacht de
reclassering mij voor de tweede en
laatste maal.
Niet alleen zal ik niet gaan, ik
zal de reclassering ook een schrijven
doen toekomen waarin ik de reclassering,
marionet van het straffend
overheidsapparaat, sterker nog, zèlf een
strafopleggend instituut, onomwonden duidelijk
zal maken dat ik niet volgzaam voor
hen 60 uren dwangarbeid zal komen
verrichten.
Groet, Joke
ARBEIT
MACHT FREI –deel 2: Brief aan
de reclassering.
De reclassering
verwacht mij deze donderdag 17 april. Om
ondubbelzinnig duidelijk te maken dat het weigeren een werkstraf te
doen een
beslissing is, en niet gewoon vergeten te komen, brief niet ontvangen
of de
trein gemist, heb ik de reclassering vandaag, 15 april, een brief
gestuurd. De
brief is gestuurd aan meneer A. Bak (geen grapje, die man heet echt
zo!), die
namens de reclassering Haarlem mij de tweede brief stuurde. De brief is
CC
gegaan naar Sjef van
Gennip, algemeen directeur Reclassering Nederland.
NB.
In de bajes van Zwolle zit Paul uit Nijmegen omdat hij een werkstraf
niet heeft gedaan. Schrijf hem! Stuur brieven en kaarten naar:
Paulus
PB 1184
6501 BD
Nijmegen
De brieven
worden naar de bajes
doorgestuurd.
Brief
aan de
reclassering:
LS.
Tot
twee maal toe heb ik van uw organisatie, de reclassering, een
schrijven ontvangen, waarmee u beoogt mij ertoe te bewegen te komen
voor wat u
noemt een “intake gesprek over het verrichten van uw
werkstraf”.
Ditmaal
wilt u dat ik verschijn op donderdag 17 april aanstaande, om 13.30 in
Zaandam op het
adres Gedempte Gracht 44.
.
Ik heb
het de officier van justitie gezegd. Ik heb het menig rechter
gezegd: het doen van dwangarbeid weiger ik. Tegen u zeg ik nu: ik zal
opnieuw,
voor de tweede keer, niet verschijnen.
Aangezien
u met de tweede brief meent te moeten aandringen door middel
van het dreigement “Indien
u aan deze
oproep geen gehoor geeft, dan zijn wij genoodzaakt aan justitie te
melden dat
uw werkstraf door ons niet in uitvoering genomen kan worden. Dit kan er
toe leiden
dat u een gevangenisstraf moet uitzitten.”,
ben ik genoodzaakt
thans schriftelijk te reageren, teneinde u ervan te doordringen dat het
getuigt
van het volledig ontbreken van respect voor het individu, de keuzes van
het
individu, de privacy van het individu, en niet in het allerminst en op
de
laatste plaats de vrijheid van het individu om zijn of haar leven naar
eigen
inzicht in te richten, en dat u, de reclassering, zich als een marionet
laat
gebruiken door het ministerie van justitie, door het openbaar
ministerie,
teneinde uw eigen nut te bewijzen.
In uw
eerste brief voegde uw organisatie een folder bij. De
vanzelfsprekendheid waarmee u aanneemt dat eenieder die dit vod van u
ontvangt
ge’resocialiseerd’ dient te worden, een
‘fout’ heeft
begaan, met andere woorden een persoon zonder waarde is die naar
believen kan
worden gekneed, aangestuurd, gedwongen; is van een zelfde achteloosheid
als die
waarmee de overheid waarvoor u werkt en die uw organisatie financiert,
en aan
wie u rapporteert teneinde uw bestaansrecht blijvend te garanderen, de
argumenten verwerpt dat zij het zelf is die mensenlevens vernietigt,
mensen
daadwerkelijk kansloos maakt om een eigen leven te leiden of zelfs maar
te
overleven, en dit alles zo voort blijft doen om aldus de radertjes van
dit
economisch kapitalistische, zogenaamd democratische, machtsapparaat
soepel te
laten functioneren.
Het is
dit systeem, dat mensen reeds op alle mogelijke manieren dwingt
om zich aan te passen aan haar controlezucht, door het bestaan en in
stand houden
van arbeidsethos, grenzen, grenscontrole, identificatieplicht,
biometrische
paspoorten en cameratoezicht, woningen tegen woekerprijzen, consumptie
gevoed
door de uitbuiting van de derde wereld, het misbruik van dieren,
wurgcontracten
voor flexwerkers en zelfverrijking door stijgende topinkomens van
ambtenaren en
directies in het bedrijfsleven, dat u, door de samenwerking te kiezen
met hen
die namens deze overheid straffen opleggen en uitvoeren, steunt.
Ik zie
in de reclassering geen organisatie voor mensen. Ik zie in de
reclassering geen steun voor mensen, hulp aan mensen. Ik zie dwang. Ik
zie
niets meer dan een organisatie die leunt en zich baseert op cijfertjes
en op
slagingspercentages, die mensen in het gareel wil brengen, tot
aanpassen denkt
te kunnen dwingen, door hen in te zetten als gratis arbeidskracht op
werkplaatsen waarvoor niemand wenst te betalen. Ik zie uitbuiting, voor
de
zoveelste maal, op de zoveelste manier.
Zou ik
blij moeten zijn met de ‘kans’ die ‘de
samenleving’ mij, als ik u geloven zou willen, zou bieden?
Het is toch
alles schone schijn? Want wat ís die samenleving nu
eigenlijk? Het is een
samenleving die verwerpt en uitsluit, die het zich graag door de
politiek laat
aanleunen dat mensen die geen verblijfsdocumenten bezitten burgers zijn
zonder
rang, een onderklasse, een soort ‘Untermensch’. En
overal staat
feitelijk geschreven: ‘Arbeit macht frei’. Wie niet
werkt en leeft
volgens de regels is lui, onbruikbaar, heet
‘kansloos’. Let wel: ik
zet in dit verband het woord kansloos tussen aanhalingstekens, want wat
ik
kansloos noem, heeft niet dezelfde betekenis als wat de overheid
‘kansloos’ noemt. Als ik kansloos zeg, dan bedoel
ik: verdrukt,
onderdrukt, de eigen identiteit afgenomen. Als de overheid zegt
‘kansloos’, dan bedoelt zij daarmee dat zij geen
kansen ziet het
individu voor haar doeleinden te gebruiken.
Laat ik
u vertellen. Ik ben niet kansloos. Ik ben niet onaangepast. Het
is de overheid, uw baas, waarvan u zonder blikken of blozen slaafs
menig
opdracht slikt, volgzaam, zonder kritiek, die in haar bestaan op zich
fout is.
Het is in mijn verzet en protest tegen deze overheid dat ik menigmaal
voor de
rechter stond en sta. En dit hier is nu het gevolg: dat een rechter
inziet dat
het geen zin heeft om mij op te sluiten, aangezien dit mij sterkt in
mijn
opinie dat het hele idee van straf en opsluiting mensen treft die al
uitgekotst
waren. Meent nu deze rechter de oplossing gevonden te hebben in het
opleggen
van dwangarbeid, dan heeft hij het mis. Ik weiger eenvoudigweg aan dit
zoveelste ‘Befehl-ist-Befehl’ te voldoen.
Nu
heeft justitie een dilemma, want zoals u ziet is zowel het
één,
dwangarbeid, als het ander, gevangenisstraf, volstrekt zinloos.
Misschien ziet
u het dilemma niet, dat is in feite hetgeen ik verwacht. Ik ga er dan
ook
vanuit dat u, vandaag nog, klakkeloos een fax of e-mail naar de
betrokken
ambtenaren bij justitie stuurt, met de mededeling dat ‘de
werkstraf niet
in uitvoering genomen kan worden’. Het enige
verzoek dat ik in
verband hiermee aan u doe, is dat u deze brief meestuurt naar justitie,
zodat
ook zij daar weten dat het geen toeval is, of ongeluk, dat ik niet ben
verschenen naar aanleiding van wat u een
‘uitnodiging’ noemt, of
een ‘oproep’, maar hetgeen neerkomt op een
dwangbevel. Het is een
goed overwogen beslissing mijnerzijds om niet op uw
‘uitnodiging’
in te gaan en geen ‘werkstraf’ uit te voeren.
Dienstbaarheid aan de
samenleving uit zich niet, zelfs nooit, in het uitvoeren van opgelegde
‘taken’. Ik kies mijn eigen dienstbaarheid aan de
samenleving, die
een volledig andere is dan degene die de overheid voor ogen heeft, want
zij is
gericht tegen de overheid, voor de vrijheid, niet alleen van mezelf
maar vooral
ook van anderen: mijn vrijheid heeft geen waarde zonder die van
anderen, en
wanneer zij bezwaard wordt met bezit, verkregen door het misbruik en de
onderwerping van anderen om op die manier mijn welvaart te kunnen
garanderen,
dan zal het mij weinig deren wanneer deze vrijheid voor eventjes ook
mijzelf letterlijk
wordt afgenomen.
Tot
slot, meneer Bak – uw naam schijnt mij nogal toepasselijk
toe! – doen u en uw collega’s nu uw werk, denk daar
wel of niet bij
na, maar wat mij betreft: weiger dit werk – als u durft - nog
langer te
doen, en zoniet: blijft u zich onbewust van de touwtjes die uw handelen
aansturen als u dat aangenamer toeschijnt; hoe dan ook hoop ik dat dit
alles
duidelijk is zo, hetgeen wel zal moeten want ik schrijf een brief als
deze maar
één keer en laat deze niet door een tweede
volgen. Rest mij u te zeggen dat ik
nooit meer iets van de reclassering hoop te vernemen: u kunt zich de
moeite
besparen.
Joke
Kaviaar
20
april:
Beste vrienden en
vriendinnen,
Eerder deze week ontving
je van mij ARBEIT
MACHT FREI –deel 2: Brief aan de
reclassering.
Dit is Arbeit macht
Frei, deel 2B, als het ware; een brief
van de reclassering, ontvangen op zaterdag 19 april jl., welke ik hier
volledig
zal citeren:
“Hierbij
deel ik u mede dat de
rapportage over uw afgebroken (niet begónnen, zul je
bedoelen!) werkstraf
op
vrijdag 18 april 2008 verzonden is aan
de Officier van Justitie.
Over
de verdere gang van zaken zult u van
Justitie nader bericht ontvangen”
Toch nog een brief van
de reclassering dus, zeggende dat ik
van hen af ben in elk geval.
Nu is het woord aan
justitie en dat betekent: "Niet aan
de bak? Dan in de bak!"
Ik moet nu acht dagen
zitten voor niet betaalde boetes
vanwege blokkades van de Rotterdamse bajesboten en het Detentiecentrum
in
Heerhugowaard.
Als de OvJ snel genoeg
is kunnen ze die dertig dagen van het
werkstraf weigeren erachter aan plakken.
Tot meer of minder
spoedig dus!
Groet, Joke
Vanaf vandaag, 21 april 2008, moet
Joke acht dagen
boetes uitzitten vanwege blokkadeacties van de voormalige
vreemdelingenbajes Noorderzand en van de bajesboten in Rotterdam.
zaterdag 26 april:
Joke wordt in de gaten gehouden
Sinds gisteren is het duidelijk dat Joke in Nieuwersluis in de gaten
wordt gehouden.
Gistermiddag, toen ze tijdens het 'recreatieuurtje' even bij iemand in
de cel ging zitten, werd ze daar weggehaald, omdat dit zogenaamd niet
mocht, moest haar zakken leegmaken en werd voortijdig teruggebracht
naar haar eigen cel.
Gisteravond, na vijf uur, kwam de directeur met een heel gevolg haar
cel binnen. 'U schrijft nogal veel hè?' Hij had gehoord dat
Joke
tekeningen van hekken en dergelijke had gemaakt, en andere
aantekeningen. Dat mag niet! Hij eiste op intimiderende toon haar
aantekeningenblocnote op. Joke weigerde het af te geven. De
directeur pakte het uit haar handen en begon stukken eruit te lezen.
Joke zei hem dat niet te doen, maar hij verklaarde dat hij de directeur
was, en dat hij dit dus wel degelijk doen kon. Ondanks dat de directeur
alles doorbladerde, bleken er geen tekeningen van hekken in te staan..
Desondanks bleef de directeur fragmenten lezen. Joke zei dat het
privé was, dat hij geen recht had om haar notities te lezen,
maar hij bleef bij zijn standpunt dat een directeur dat recht wel
degelijk heeft. Hij wilde haar blocnote in beslag nemen. Joke wilde dat
uiteraard niet, maar eiste dan wel een inbeslagnameformulier. De
directeur zei dat hij dat niet hoefde, omdat hij de directeur was, en
hij kon in beslag nemen wat hij wilde, zonder formulier. En als dat
haar niet beviel, dan moest ze maar een klacht indienen. Joke zei dat
ze dat niet zou kunnen doen zonder een inbeslagnameformulier als
bewijsstuk?.
Joke had gisteren geen post ontvangen, terwijl ze wist dat er het een
en ander voor haar moest liggen. Ze vroeg dus waarom ze die post niet
had gekregen? 'Bent u zo paranoia dat u denkt dat wij post voor u
achter houden?', vroeg de directeur.
Uiteindelijk ging de directeur weg zonder Joke's blocnote.
Vijf minuten later kwam een bewaker haar cel in met een stapeltje.
'Deze post hebben wij nog gevonden'.
Toen Joke vanmorgen belde om dit verhaal de buitenwereld in te sturen,
werd er zeer opvallend door bewakers met haar meegeluisterd. Degene met
wie ze belde werd een paar minuten later gebeld, er werd niets gezegd
maar wel hoorde ze een aantal keren 'klik'. Na een halve minuut werd de
verbinding verbroken. Paranoia??
26 april
Hallo
mensen,
Ik heb twee brieven
gekregen van
Joke, geschreven op haar eerste en tweede dag in Nieuwersluis.
Sindsdien niet meer, terwijl ze er wel meer geschreven heeft.
Weer zo’n
voorbeeld van getreiter.
Misschien krijgt ze de
brieven dinsdag wel mee, zodat ze ze ‘in persoon’
aan de geadresseerden kan geven.
Hoe dan ook, de brieven
zijn
geschreven aan mij ”en anderen”, dus heb ik ze
overgetypt,
zodat jullie ze ook kunnen lezen. Hieronder dan.
21-4-08
Het werd dus Nieuwersluis. De weg hiernaartoe in de bus vergezeld door
een zwaar verslaafde 35-jarige vrouw, die alle bajessen al jaren van
binnen kent en overal geweest, zeven jaar van haar leven gezeten,
ditmaal slechts kort, 9 dagen maar: boetes, en onderweg
naarSoesterberg, Kamp Zeist dus. Daar had ze een maand geleden ook al
boetes uitgezeten. In “A”, zo vertelde
ze. Ik vroeg
waar dat was? ”Ja, een eind rijden met de bus over het
terrein
nog”. Desgevraagd blijkt dat tussen het NATO-draad te zijn,
een
aparte afdeling waar NL vrouwen boetes uitzitten. Ze was zich er niet
van bewust dat er ook vrouwen zonder papieren zitten, verbaasd dat ik
niet ook naar Soesterberg ging. Ik heb haar uitgelegd dat ze me daar
niet willen hebben en waarom. Volgens haar is in die afdeling A de hele
dag de deur open “en de vorige keer was er disco in
’t
weekend”. Het bleek om één of andere
feestdag te
gaan. (Hmm. Klinkt als een heel ander regime dan waar Fatima het op
‘t laatst over had!!).
In Nieuwersluis had zij al eens 5 jaar gezeten, dus helaas wilde ze
niet stiekem met me proberen te ruilen, hetgeen we wél
allebei
een goeie grap zouden vinden, maar daar bleef het bij.
‘t Is hier precies zoals ze zei: 1 uur luchten, 1 uur
recreatie,
nou ja (onleesbaar woord). Ja, er is een tafelvoetbalspel! Niet wit,
maar met rode poppetjes én blauwe poppetjes. Hier ontbreekt
juist het wit.
Vanmiddag was hier even paniek in de tent. Het gebeurde aan het begin
van de recreatietijd van deze afdeling - overigens werd me aanvankelijk
door ‘Aad’ gezegd dat ik
”geblokt” zat en niet
kon deelnemen daaraan, vandaar dus dat ik het alleen heb gehoord:
paniek!
Nauwelijks hoorde ik om me heen de andere vrouwen eruit komen of ik
hoorde: “Naar binnen! Iedereen naar binnen! Snel!
Opschieten!” haastig heen en weer geloop hoorbaar,
sleutelbossengerammel, deuren die dichtklapten.
Geen idee
Vijf minuten later, alle deuren weer open, incl. de mijne, ineens
besloot ‘Aad’ mij wel mee te laten lopen.
‘Aad’ zag ik voor het eerst toen hij mij afhaalde
van de
badafdeling. Hij stak zijn hand naar me uit. “Ik doe niet aan
handen geven”, zei ik. Hij, aanvankelijk verbaasd, herstelde
zich
snel en zei: “Nou, dan niet”.
In Zwolle doen ze heel erg van zelf hun voornaam geven en jou dan ook
bij je voornaam noemen, zo vreselijk slijmerig en familiair. Gelukkig
doen ze dat hier niet, ‘t is gewoon “mevrouw
K.”.
By the way. Die smeris die me vanmorgen naar Zaandijk bracht, wist
precies wie ik was.
Probeerde een praatje aan te knopen over actie en over mijn pseudoniem
Kaviaar, zogenaamd gezellig, onderwijl keuvelend met zijn vrouwelijke
collega over het weer: “Het wordt weer een lekkere dag
vandaag!?”. Ja fijn om te weten, maar daar heb ik weinig
boodschap aan.
Buiten kwetteren de vogels, nét hoorbaar; een fatsoenlijke
radiozender hebben ze hier niet, en ik heb uitzicht op een luchtplaats,
met neppalmbomen - tot zover ‘t 1e verslag van Nieuwersluis.
GROET
Joke
22-4-08
Gisteren balen: de bieb was op maandagmorgen geweest: geen boeken dus.
Vandaag moest ik door alle routines, hartstikke moe want weinig
geslapen. Zó warm, mijn raam is op ‘t zuidwesten,
hele
middag zon en geen koeling mogelijk. Ik sliep niet eerder dan half 3
nadat ik bewakers een nachtronde met zaklampen had zien maken op het
terrein. Half 6 wakker: een bewaker klapte het deurluikje open en dicht.
Ik nat van het zweet en niet meer slapen natuurlijk.
Enfin, alle routinedingen, naar ‘bevolking’, naar
‘medische dienst’,
‘intakegesprek’ met
‘Aad’, de man met de enorme snor, die zegt zeker te
weten
dat ie me eerder heeft gezien. Nou, misschien 20 jaar geleden in die
ouwe bajes in Utrecht, daar zou hij gewerkt kunnen hebben.
Enfin: ik kreeg gedaan dat ik nog boeken mocht halen - dat scheelt
alvast. Verder kreeg ik al de ‘vriendelijke’
waarschuwing:
"niet zo naar de hekken kijken!"
Ik had het niet kunnen laten toen ik terugliep van de medische dienst!
Haha, beroepsdeformatie ofzo??
Nu goed, "niemand heeft ‘t gezien", zei hij. Ik zeg:
“wie
weet keek ik wel dóór de hekken, en niet
náár de hekken". Jaja....
Er zit hier een meisje uit Roemenië, spreekt Engels, en is
gisteravond binnengekomen.
Gepakt voor een lullig winkeldiefstalletje, een NL’er zou na
6 uur vrij zijn. Zij niet.
Ik heb haar vast het tel. nr. en naam van Jos gegeven, die zal ze nog
nodig hebben. Wat een pechvogel! Één lullig
diefstalletje, ze werkte hier voor haar familie.
Heb een tijdje met haar gekletst tijdens wat voor ons beiden de 1e keer
luchten was. Alles in ‘t Engels en dus hoorden wij het niet:
"einde lucht".
Bewaakster gelijk boos: "Als ik roep einde lucht, moet je gelijk komen!"
Nou ja, de toon is gezet zoals je begrijpt.
De gebouwen hebben hier namen als alpha, romeo, papa (daar zit ik),
quebec, bravo en echo.
Gezellig hoor.....
groet,
Joke
"Arbeit Macht Frei, deel 3:
Vanuit Nieuwersluis, een voorproefje?"
Toen ik besloot te weigeren om een werkstraf te doen, was dit niet
’t eerste dat ik de staat weigerde. Boetes, ook verkregen
door
acties tegen de tirannieke migratiepolitiek, betaal ik om te beginnen
niet. Boetes zijn pure diefstal door de staat uit de zakken van mensen,
en doorgaans van mensen met een toch al laag of geen inkomen. Boetes
die topinkomens nooit zullen treffen, want de grote bedrijfsoplichters
en zakkenvullers krijgen geen boetes of missen het geld niet eens. Het
beetje geld dat ik heb, besteed ik liever aan iets nuttigs en gaat dus
niet naar justitie voor het bouwen van meer bajessen.
Vervolgens komt de staat eerst met een deurwaarder en een dwangbevel.
Die deurwaarder moet je dan eerst aan zijn verstand zien te peuteren
dat er niks te halen valt, en daarop volgt dan het zoveelste
arrestatiebevel en daar ga je dan: alweer de bak in.
Dit is voor mij de tweede keer in vijf maanden tijd. De vorige keer
bezocht ik de staatshotels Kamp Zeist en Zwolle. Dit maal hebben ze me
naar Nieuwersluis gebracht; voor acht dagen om te beginnen.
Ik ben maar niet begonnen met aftellen. Veel mensen doen dat. Het
prikbord aan de muur, boven het bed, getuigt er van: “nog
… dagen, dan vrij”, turven, data. Het tellen is
overal.
Het is de eerste vraag die een andere vrouw hierbinnen stelt.
“Hoe lang moet jij?”, “Hoe lang zit je
hier
al?”, “Hoe lang moet je nóg?”.
Het is in
iedere seconde, iedere minuut aanwezig. Nog zoveel minuten tot het
luchten, nog zoveel minuten tot de deur dichtgaat. Het voortdurende
kijken naar de klok: life in slow motion.
Nee, ik ben er niet aan begonnen te tellen, want ik weet niet of die 30
dagen voor het werkstraf weigeren er direct achteraan komen of dat deze
acht dagen de eerste acht van 38 dagen zullen zijn, of niet. Het zal
tot op de achtste dag ongewis kunnen blijven. Het enige dat ik zeker
weet is dat de reclassering mijn weigering reeds op 18 april aan de
officier van justitie heeft gerapporteerd.
Het is 9.00 uur in de morgen. Overal in het land staan ongetwijfeld de
files van de forenzen die dat er voor over hebben om naar hun baas te
gaan. Dat alleen al is een straf; een straf voor de luchtbel van de
welvaart en de groeiende economie, voor het willen bezitten van een
huis, het moeten aflossen van de hypotheek, voor de
carrièrezucht. 9.00 uur in de morgen. Er zullen er zijn die
vandaag hun werkstraf doen, die langs de weg nu papiertjes staan te
prikken in de benzinedampen van die forenzen.
Aan die andere kant van die deur die hier dicht zit, hoor ik bewakers
deuren openen en de vrouwen opdragen ‘hun’ cel
schoon te
maken. Dat deden ze gisteren ook. Een bewaakster deed de deur open en
zei tegen mij: “Je mag je cel schoonmaken”.
Oh, mag dat?
Het is de manier van spreken hier, in elke bajes trouwens, en niet
alleen daar, maar overal. Is dat Nederlands poldermodel, om te zeggen
“mag” als wordt bedoeld “moet”?
Hoe dan ook, ik doe dit keer even alsof ik dat niet heb begrepen en zeg
bij mezelf: Mag het? Nee dank je.
De bewaakster heeft de deur op een kier van 15 cm open laten staan en
is doorgelopen naar de volgende. De geur van bleekmiddel dringt binnen
en doet me haast kokhalzen. Ik zie mijn afdelingsgenotes met
schoonmaakkarren lopen. De vanzelfsprekendheid waarmee ze dit lijken te
doen, doet vrezen dat veel vrouwen weinig anders gewend zijn dan als
huissloofje te worden behandeld. Ik hoor een stofzuiger aangaan en
besluit de deur dicht te trekken en te doen alsof ik het allemaal niet
gehoord heb en af te wachten of wordt opgemerkt dat ik niet meedoe aan
deze poging tot heropvoeding van de vrouw. Het scheelt om te beginnen
de stank van scherpe schoonmaakmiddelen.
Dat was gisteren. Ook nu weer gepoets en gezuig hoorbaar. Volgens het
‘dagprogramma’ zou ik vandaag
alwéér moeten
gaan ‘cel reinigen’. Wat een indoctrinatie!
Soms lijkt het of ze álles zien. Twee dagen terug was ik
vermanend toegesproken nadat ik doelbewust traag en goed om me heen
kijkend van het gebouw waar de medische dienst zit, en de bibliotheek,
gebouw ‘Echo’, was terug gelopen naar het gebouw
waar ik
zit, gebouw ‘Papa’.
“Je moet niet zo naar de hekken kijken.”
“Misschien
kijk ik er wel dóórheen,” opper ik.
“Dat
wordt opgemerkt. Iemand heeft het gezien. Niet naar de hekken
kijken.” Vervolgens doet de bewaker een poging tot grappig
zijn:
“Die staan er niet voor niets, anders tocht het hier
zo”.
Het feit dat ik me gisteren aan de schoonmaakverplichtingen onttrok,
werd niet opgemerkt. Ik had bedacht wat ik dan zeggen zou,
waarschijnlijk op straffe van ‘rapport’ (waarop
doorgaans
een x-aantal dagen afzondering op eigen cel volgt). Wat zou ik zeggen?
Misschien zoiets als “Mijn cel schoonmaken? Het is mijn cel
niet.
Die cel is van jullie. Ik zit er alleen maar. Als je hem schoon wilt
hebben, doe het dan zelf”. Of zoiets.
Vandaag kwam er een bewaakster binnen voor
‘celinspectie’.
Ze keek rond en vroeg toen waar mijn bestek was. Ik wees op tafel.
“Hier. Ik heb net gegeten.” “Dat moet
hier bij de
deur op de kast liggen, zodat wij het kunnen zien,” zei ze.
Zou
ze bang zijn om met mes en vork aangevallen te worden, de ijverige
bewaakster?
Werkplicht. De maatschappij is er van doordrongen zoals hij doordrongen
is van nationalisme, arbeidsmoraal, gesundes volksempfinden. We zetten
er lekker ‘met z’n allen’ de schouders
onder en
bouwen ‘onze eigen’ samenleving. Het vuile werk
laten we
doen door de onaangepasten, de gastarbeiders, de illegalen, de
gestraften, een ieder die we gebruiken en daarna weggooien kunnen.
De bewakers hier zijn ook hard aan het werk en lopen vrolijk met hun
sleutelbossen rammelend erbij te fluiten. Gewoon dagelijks werk,
uitgevoerd zonder kritische vragen. Overigens doet de privatisering van
het bajessysteem ook hier zijn intrede. Ik zag reeds mannetjes van
Securior lopen. Het is duidelijk: alle veranderingen bij justitie, alle
bezuinigingen, worden eerst in detentiecentra voor mensen zonder
papieren uitgeprobeerd. Lukt dit zonder protest en verzet, dan wordt
het elders ingevoerd. Ook dat gaat met alles zo. De zwakste groepen
eerst, dan geleidelijk aan de rest.
De afdeling naast die waar ik zit, wordt verbouwd. Ook hier zijn mensen
hard aan het werk om ‘onze’ samenleving op te
bouwen, met
veel boren, zagen en timmeren. Volgens mij maken ze er
tweepersoonscellen van. Dat is een kwestie van een eenpersoons nemen,
extra bergruimte bouwen, tweepersoonsbed erin en klaar. Ook al
zo’n innovatie van voormalig minister van justitie Donner,
hoofdverantwoordelijk voor de elf doden van de Schipholbrand.
Wordt vervolgd, Joke Kaviaar
vanuit Nieuwersluis, 24 april 2008
"Arbeit Macht Frei, deel
4: Bajesspionage"
Ik mocht niet “naar de hekken kijken”. Dat het niet
bij deze opmerking alleen zou blijven, bleek vandaag.
Het begon al ‘goed’ vanmiddag. Bij aanvang van
‘recreatie’ liep ik bij een andere vrouw de cel in.
Dit
mocht niet. Ik liep naar beneden, postte een brief, en kreeg te horen:
“Je wilde iets overgeven, wát wilde je
overgeven?“ -
“Niets. Helemaal niets.” -
“Maak je zakken
leeg!” – “Nee dat doe ik niet”
- “Dan nu
terug naar je kamer!”
… “Kamer”, het woord dat eufemistisch
wordt gebruikt
door bewakers voor ‘cel’, net zoals ze zeggen:
“Waar
woon je?” als ze bedoelen “ In welke cel zit
je?”.
Maar dat terzijde.
Het was snel afgelopen met het uur ‘recreatie’
vandaag; nog geen minuut na het openen van de deur weer naar binnen.
In de daarop volgende twee uren hoorde ik de bovenverdieping en de
benedenverdieping elkaar opvolgend
‘recreëren’. Ik
vroeg me af of er nu zo’n rood briefje aan mijn deur aan de
buitenkant hing. Daar staat dan een ezel op afgebeeld, voorzien van de
tekst ‘rapport’. Degene die achter de deur met
zo’n
briefje zit heeft ‘afzondering’ en mag alleen van
cel om in
haar eentje in een luchtkooi te luchten, een uurtje.
Er gebeurde niets. Ik hoorde dat er post was, maar ik kreeg geen post.
En toen werd het vijf uur en stil op de afdeling.
Niet lang daarna hoorde ik voetstappen de trap opkomen. Ze liepen naar
mijn deur. De deur ging open. Zodra het vijf uur ’s middags
is
geweest, gebeurt dit normaliter niet. Er moest dus serieus iets aan de
hand zijn.
Een man in pak liep binnen, stak zijn hand uit en stelde zich voor als
De Directeur van Nieuwersluis. Een niet zo grote onooglijke man, ik ben
zijn naam alweer vergeten.
Ik keek naar zijn uitgestoken hand en zei - zoals ik wel meer doe met
gezagdragende figuren - “Ik doe niet aan handen
geven”.
(Dit naar aanleiding van Verdonks’ “In dit land
geven wij
elkaar een hand”.)
In zijn kielzog had de directeur een man in burger die vrij groot was
en twee bewakers. Zo’n soort tafereel bracht me vorig jaar in
Zwolle rechtstreeks naar de isoleercel en ik vroeg me dus af:
“Jee, is het zó erg dat ik mijn zakken niet leeg
wilde
maken?”
Maar daar ging het niet over.
De directeur had een papier in zijn handen. “Ik heb hier een
rapport,” begon hij.
“Oh ja? Ik weet niets van een rapport. Daar is niets over
gezegd.”
“… dat u tekeningen van hekken maakt en van de
beveiliging
en van de bussen van justitie en dat u namen noteert van bedrijven die
hier aan het werk zijn.”
“En?”
Hij keek naar mijn blocnote. “Die nemen we mee,”
zei hij.
“Daar maak ik bezwaar tegen! Dus jullie zitten stiekem in
mijn
schrijfblok te kijken. Da’s privé!”
Daarop begon de directeur een preek, dat ze celinspectie deden als ik
afwezig was. “’t Is hier een bajes, weet u, dat
mogen wij
doen.”
“Ik ga u mijn blocnote niet afgeven, “ zei ik nu.
“Dat hoeft niet, die nemen wij gewoon af.”
“Dan neemt u mijn privé geschreven stukken mee,
dat wil ik
niet, dan moet u mij een bewijs van inbeslagname geven. “
“Dat hoef ik niet. Ik ben de directeur. U kunt in beklag
gaan.”
“Dán ga ik in beklag, maar ik moet wel bewijs
hebben waartegen.”
De directeur pakte daarop de blocnote en begon te bladeren. Het eerste
dat hij tegenkwam waren twee tekeningen van mijn uitzicht.
“Wereldschokkend hè?” spotte ik.
“Ziet u tekeningen van hekken?”
Hij mompelde wat dat dit niks was en bladerde verder, begon te lezen
ergens. Ik weer: “Dat is privé!”
“U schrijft veel,” zei hij nu.
“Ik ben schrijfster, “ zei ik, daar maak ik
namelijk geen geheim van.
“Wat schrijft u zoal?”
“Poëzie, proza, …” begon ik.
“Waar publiceert u dan?”
“Dat mag u zelf uitzoeken.”
“Heeft u eerder gezeten?”
“Dat mag u óók zelf
uitzoeken!”
Tijdens dit alles keken de man in burger en de bewakers toe. Een schets
van een DJI-bus bestudeerde hij nog aandachtig en tijdens al dit
bladeren zei hij dat hij alleen zou afnemen wat relevant was en hij
kwam met de impliciete waarschuwing dat ik ‘die
dingen‘
niet mocht opschrijven en tekenen. “U onthoudt het dan
maar.”
“Volgens mij zijn jullie een beetje paranoia, “
merkte ik op, toen hij klaar was en zei dat ik het mocht houden.
“Een prettig weekend verder,” besloot de directeur
toen hij
wegliep. Voordat de deur dichtging, begon ik nu over mijn post.
“Is er post voor mij?”
“Nee, is er niet”
“Dat kan niet. Een vriendin stuurt me brieven. Ze vertelt me
wanneer ze brieven stuurt. Gisteren kwam een brief ook niet aan. Er
moet post zijn.”
De directeur: “Als wij zeggen dat er geen post is, is er geen
post. Wie is hier nu paranoia?”
“Jullie zitten post achter te houden,” hield ik vol.
“We houden heus geen post achter, “ beweerde de
directeur nog eens.
“Tja, als jullie post achterover drukken kan ik niks bewijzen
hè?”… Dicht ging de deur.
Vijf minuten later kwam een bewaakster en reikte me een stapeltje post
aan. “We vonden toch nog wat.” Erbij zat een brief
die ik
gister al had moeten krijgen.
Nu ik dit een uur later zit op te schrijven, vraag ik me af wie die man
in burger was. Op straat zou ik hem voor een stille hebben aangezien.
En het verbaast me dat de directeur schijnbaar onverrichter zake
vertrok, zonder iets mee te nemen. Ben ik paranoia als ik nu ervan uit
moet gaan dat alles reeds gekopieerd is - of nog zal worden? En wat is
de volgende stap?
Intussen was vandaag de afdeling volop in beweging.. Twee oudere
vrouwen zijn te samen in een tweepersoonscel gedwongen. Ik ben (weer)
voornemens dat te weigeren, maar nu, vrijdagavond 25 april, is dat nog
niet aan de orde. Over die dertig dagen door het werkstraf weigeren,
heb ik nog niets gehoord.
Wat niet is, kan nog komen. Men kan hier alles verwachten.
Strijdbare groet, Joke Kaviaar
Vanuit Nieuwersluis, 25 april 2008
Arbeit Macht Frei, deel
5: Bevel tenuitvoerlegging, bezwaar en… Nieuwersluis
verduistert advocatenpost!
15 mei 2008: Exact vier weken nadat ik voor de tweede maal weigerde op
een ‘uitnodiging’ van de reclassering in te gaan om
vrijwillig dwangarbeid te doen, brengt de postbode mij aangetekend een
brief afkomstig van het “landelijk coördinatiepunt
arrestatiebevelen”, ondertekend door een officier van
justitie
die zijn of haar naam niet geeft.
Het betreft een “kennisgeving omzetting”. Citaat
van de
anonieme officier van justitie: “Ik heb vernomen dat u deze
taakstraf niet heeft verricht. (…) De werkstraf is afgemeld
met
als reden: Contact met taakstraf cliënt onmogelijk.”
Zo ben
je ineens van veroordeelde cliënt geworden! Ik heb nergens om
gevraagd! “Ingevolge artikel 22g lid 1 van het Wetboek van
strafrecht heb ik de taakstraf omgezet in een vervangende hechtenis.
(…) Tegen dit bevel van de tenuitvoerlegging van vervangende
hechteins kunt u binnen 14 dagen na betekening een bezwaarschrift
indienen. (…) Het indienen van een bezwaarschrift heeft geen
schorsende werking.”
Het is koud twee weken geleden dat ik bij de bajes van Nieuwersluis de
poort uitliep. Tot mijn verbazing destijds. Ze hadden die dertig dagen
voor het werkstraf weigeren toen nog niet staan. Maar het mag niet lang
duren met dat ‘buiten’ zijn. Gelukkig heb ik wel
nog naar
de Pinksterlanddagen kunnen gaan en aldaar onder meer een
workshop/discussie over abolitionisme (afschaffing van het strafrecht
en van gevangenissen) kunnen bijwonen.
Intussen heb ik een klacht ingediend bij de bajes van Nieuwersluis, of
liever gezegd ertégen: het is namelijk gebleken dat post
verzonden aan mijn advocaat, de zgn. geprivilegieerde post, niet is
aangekomen. Dichtgeplakt, postzegel erop en goed geadresseerd. Voorzien
van een duidelijk “Aan advocatenkantoor Amsterdam Noord, Mr.
H.G.
Kersting” en in de linkerbovenhoek
“Advocatenpost!”.
We hebben het even aangezien. Feestdagen, poststakingen…
Maar
nee. Niet aangekomen. Een zo mogelijk nog grovere schending van mijn
privacy dus: zonder een schriftelijke beschikking geopend, gejat,
gekopieerd en wat ze er verder allemaal mee doen. Vals, laf en
achterbaks. Een handeling en beslissing waarvan ik niet mag weten, en
waartegen ik sowieso niet meer langs de normale weg in beklag kan gaan,
want ik zit er al niet meer. Vrijgelaten zijn betekent namelijk: geen
recht meer om je te beklagen bij de commissie van toezicht. Dan maar
direct naar de bajes met die klacht, met als uiteindelijke doel; een
reden om naar de Nationale Ombudsman te kunnen stappen, want
Nieuwersluis moet de klacht eerst wel of niet behandelen binnen zes
weken, althans in elk geval reageren, voor de Ombudsman de klacht in
behandeling neemt.
Terug naar het bevel.
Hoewel een bezwaarschrift daartegen geen schorsende werking heeft en ik
er nul komma nul van verwacht, heb ik er toch één
geschreven en verzonden. Om het nog eens in een zitting te kunnen
zeggen allemaal. Om hen te dwingen om het te lezen en er over na te
denken, hen, zij die de macht hebben om straffen op te leggen. Een
macht die hen het recht geeft. Een recht dat ik betwist. Hieronder
volgt de tekst van het bezwaarschrift. Een volgende deel van Arbeit
Macht Frei komt mogelijk uit een volgende bajes waar ik onvrijwillig
gast zal zijn. Misschien ook niet, want ik weet niet hoe snel het zal
gaan.
BEZWAARSCHRIFT tegen de beslissing van de Officier van Justitie d.d. 13
-5– 2008
Aan de rechtbank van het arrondissement Haarlem,
Op 15 mei 2008 ontving ik een kennisgeving omzetting 957189 van de
Officier van Justitie, waarin mij de beslissing wordt medegedeeld dat
een werkstraf die ik geweigerd heb te doen is omgezet in een
gevangenisstraf. Het ging om een werkstraf van 60 uur. De vervangende
hechtenis is 30 dagen.
Mijn weigering is niet een kwestie van keuze geweest. Het is namelijk
geen keuze tussen 60 uur werken of 30 dagen
‘zitten’. Er
kan van een keuze geen sprake zijn als werken wordt afgedwongen met een
stok achter de deur. Naar mijn mening is er dan ook sprake van
dwangarbeid.
De reclassering, die namens justitie zorg draagt voor de uitvoering van
deze taakstraffen, spreekt van “discipline”,
“wennen
aan arbeidsritme”, en “iets nuttigs doen voor de
samenleving”. Er wordt vanuit gegaan dat iemand die een
werkstraf
gekregen heeft een fout heeft gemaakt, die op deze manier kan worden
goedgemaakt.
Ik heb meer in detail het navolgende over de oorspronkelijke
veroordeling en strafoplegging, en in het bijzonder over het opleggen
van 30 dagen onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens het weigeren een
werkstraf te doen, te zeggen:
1. Wie is er fout?
Ik ben van mening dat ik geen “fout” heb gemaakt,
zoals de
reclassering en zoals justitie redeneert. Ik ben op 20 december 2007
veroordeeld omdat ik mezelf uit protest tegen het onmenselijke
‘vreemdelingen’beleid tot twee maal toe heb
vastgeketend
aan de toegangspoort van het uitzet- en detentiecentrum te Schiphol
Oost. Dit is het detentiecentrum waar door ernstige veronachtzaming van
mensenlevens, en grove nalatigheid betreffende de brandveiligheid door
de politiek (met name de toenmalig ministers van Justitie Donner, van
vreemdelingenzaken en integratie Verdonk, en Dekker van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer), elf mensen de
verstikkings- en verbrandingsdood zijn gestorven. Deze elf doden zijn
nog maar het topje van de ijsberg van alle slachtoffers van iets dat
ooit ‘asielbeleid’ heette en thans nog altijd
mensen laat
creperen in onmenselijke detentiecentra, en laat deporteren naar
gevaarlijke landen en gebieden.
Niet ík maak een fout als ik daartegen protesteer; de
overheid
maakt de fout een onschuldig mens tot zondebok voor de elf doden van de
Schipholbrand te maken, door te gaan met dit beleid en elk protest te
trachten de kop in te drukken. Wat ik deed, en nog regelmatig doe, is
dan ook geen reden tot enige strafoplegging van welke aard dan ook. Wat
ik doe is noodzaak en zal ik blijven doen, hoezeer er ook straffen
worden geëist en opgelegd door een overheid, een justitie, een
rechter, die daar mijns inziens het recht niet toe hebben.
2. Wat is nut?
Ik vind dat het buitengewoon denigrerend is om te stellen dat het
prikken van papiertjes, of wat voor werk dan ook waarvoor kennelijk
niemand fatsoenlijk loon wenst te betalen, kan worden gezien als een
rechtvaardige of terechte straf. Er wordt volkomen voorbij gegaan aan
de manier waarop ondergetekende al jaren zeer gedisciplineerd, als men
dat woord dan toch wil gebruiken, zonder onderbreken op haar manier
heel veel nuttigs doet voor deze samenleving.
Allicht heeft de overheid, de officier van justitie, had de
politierechter op 20 december jl. een broertje dood aan dit nut. Indien
nut wordt afgemeten aan de bruikbaarheid van het individu voor de
overheid, dan ben ik inderdaad volkomen nutteloos, een sta in de weg
zelfs, en dan ben ik vast wel voor de overheid zeer nuttig als ik
papiertjes prik.
Maar ik meet mijn nut ergens anders aan af: aan de bewustwording van
mensen, dat een ieder mens recht heeft op vrijwaring van angst,
vrijwaring van armoede, dat ieder mens recht heeft op vrijheid van
beweging en dus ook van migratie. De bewustwording van mensen dat de
Staat der Nederlanden stelselmatig mensenrechten schendt. De
bewustwording van mensen dat de welvaart bijzonder ongelijk is verdeeld
in de wereld. De bewustwording van mensen dat het getuigt van
egoïsme van de Europese staten, van de rijke
geïndustrialiseerde Westerse landen, om uitgaande van een
nationalistisch principe niet uit eigen land afkomstige mensen,
immigranten, als wergwerpproduct te gebruiken en
‘vreemdelingen’ te weren door hen alle rechten af
te nemen,
te illegaliseren en te criminaliseren.
3. Dit is dwangarbeid
Het opleggen van een werkstraf is arbeidsdwang onder het mom van
‘resocialisatie’. Weigering resulteert in het
opleggen van
een (zwaardere) straf. Hierbij wordt een bijzonder nadelige rekensom
gehanteerd voor degene die een werkstraf niet afmaakt of helemaal niet
doet: twee uur werken tegen één dag zitten.
Dwangarbeid
is het, niets anders dan dat. Menigeen zwicht voor de druk van een
straf bovenop een straf. Maar ik laat me niet als slaaf gebruiken, ik
laat me niet zeggen dat ik ‘geresocialiseerd’ moet
worden.
Heb ik er nu voor gekozen om dertig dagen te moeten zitten? Is dit nu
mijn eigen schuld? Nee.
Ik wil u dan ook vragen het opleggen van deze dwangarbeid onwettig te
verklaren en daarmee ook de sanctie op mijn weigering eraan te voldoen
onwettig te verklaren. U kunt dit doen op grond van het feit dat het in
strijd is met het Europees verdrag voor de rechten van de mens, artikel
4: verbod van slavernij en dwangarbeid, lid 2: “Niemand mag
gedwongen worden dwangarbeid of verplichte arbeid te
verrichten.”. Voor dwangarbeid in de vorm van werkstraf maakt
artikel 4, lid 3, géén uitzondering.
Conclusie:
Op zowel morele, humanitaire, principiële als juridische
gronden
vraag ik u mijn bezwaar tegen de omzetting van een werkstraf van 60 uur
naar een gevangenisstraf van 30 dagen gegrond te verklaren en om van
welke uitvoering van welke straf dan ook af te zien.
EINDE TEKST BEZWAARSCHRIFT
Met strijdbare groet, Joke Kaviaar
ARBEIT MACHT FREI, DEEL 6:
Juridisch getouwtrek
Op 5 juni diende de behandeling van mijn bezwaarschrift tegen het
omzetten van een niet uitgevoerde werkstraf van zestig uur naar dertig
dagen ‘zitten’. Ik had, ervan uitgaande dat het
geen zin
zou hebben, toch een bezwaarschrift ingediend. Dit met de
achterliggende gedachte dat het wel aardig zou zijn als zich nog eens
een rechter over de zaak zou moeten buigen, met de hamvraag: is een
werkstraf dwangarbeid?
Voorafgaand aan de zitting belde mijn advocaat, Mr. Hemelaar, met de
officier van justitie. Dit was dezelfde als degene die destijds in de
rechtszaak maar liefst een werkstraf van tachtig uur had
geëist,
plus een maand voorwaardelijk.
Ik stel me voor, aan de hand van wat mijn advocaat vertelde, dat het
telefoongesprek tussen de OvJ en mijn advocaat ongeveer als volgt
verliep:
“Mevrouw de officier, mijn cliënt wil wel komen,
maar die
wil niet opgepakt worden. Wilt u een toezegging doen dat dit niet
gebeurt?”
“Daar doe ik geen toezegging over,”
“Maar door het risico van aanhouding wordt het recht
geschonden
van mijn cliënt op vrije toegang tot de rechter. Tijdens deze
zitting wordt juist het bezwaar tegen het bevel tenuitvoerlegging
behandeld.”
“Ik doe er geen toezegging over. Het is die mevrouw K., zegt
u?
Wie kent haar niet op Schiphol? Die ketent zich steeds aan de hekken
vast.”
“Dus u doet geen toezegging?”
“Dat soort toezeggingen doe ik nooit. Het is voor haar eigen
risico of ze komt,” (geheimzinnig toontje).
Daarna belde en mailde mijn advocaat me: “Ik heb uitgebreid
huiswerk gemaakt. (…) Je kunt voor de zekerheid beter niet
komen… en de zitting is ook niet openbaar.”
Gelukkig had ik al mijn (politieke en principiële) argumenten
al
in het bezwaarschrift verwerkt. Mijn brief aan de reclassering, die ik
had beëindigd met het dringende verzoek deze brief naar de OvJ
mee
te sturen, was nooit bij de OvJ aangekomen. Mijn advocaat stuurde deze
haar alsnog. En, vertelde hij, hij zou nog eens verder kijken, en
namens mij het woord gaan voeren. En: “Ik ga in de
jurisprudentie
graven, en kijken of ik nog wat kan vinden”.
Kijk. Dat vind ik nu zo leuk aan advocaten. Ze gaan tóch van
alles proberen, hoe kansloos de zaak ook lijkt. Ik stel mij de man
voorovergebogen over zijn wetboeken voor, handenwrijvend en grinnikend,
hoe hij het zijn opponenten in de rechtzaal weer zo moeilijk mogelijk
gaat maken. Het moet gezegd: hij bewerkstelligde al eens eerder een
vrijspraak voor me, op bijzonder geestige en louter juridische gronden;
van die dingen waar ik nooit op zou zijn gekomen. Het scheelde weer een
dag of twee zitten.
“Ik doe er alles aan om je zoveel mogelijk uit de bak te
houden!” zei hij, voor hij de hoorn ophing.
Direct na de zitting belde hij. We hadden daags ervoor meermalen
contact gehad over ‘de’ zaak, en: hij
hád wat
gevonden! Namelijk een ‘memorie van achtergrond’
over het
fenomeen werkstraf. Wat had hij gevonden?!
“Eigenlijk moeten ze vragen of je bereid bent een taakstraf
te doen,”
“Dat is niet gevraagd. Het wordt geëist en opgelegd.
Ik heb
er nog twee, van elk twintig uur. Dat is nog eens twee keer tien dagen
zitten dan!”
“Ha!”
“Maar ik heb het ook niet gezégd, niet in deze
zaak,”
“Ze hadden het moeten vrágen, en als je dan niet
wilt..”
“Dan..?”
“Ja, dan moeten ze dus met een gevangenisstraf
komen,”
“Ja, maar die wil ik óók
niet!”
“Punt is, dat is dan minder dan het aantal dagen na een
omzetting
taakstraf die je moet zitten, dan zou het in plaats van dertig dagen
twee of drie wéken zijn geweest, dat scheelt toch
weer,”
Ja, dat is zo.
Het schijnt dat de rechter wel oren had naar het argument. Het is
één keer eerder voorgekomen dat uit de
behandeling van
een bezwaarschrift tegen omzetting kwam dat het minder werd.
Persoonlijk geloof ik er niet zo in dat het gaat lukken, maar dat maakt
niet uit. Zolang de advocaat erin gelooft: laat ie het proberen, dat is
zijn taak.
“Ik sta volledig achter je. Je zou
helemáál niet
gestraft moeten worden, en dat heb ik ook gezegd tegen de
rechter!”
Straf? Nee. Ik, en zovele anderen niet. Geen enkele straf.
De rechter vroeg nog naar persoonlijke omstandigheden. Die gaan geen
rechter wat aan, vind ik altijd, en ik reageer er nooit op. Wat had nu
de advocaat in mijn afwezigheid bedacht?
“Als mijn cliënt dertig dagen moet zitten, krijg ik
het
druk. Hoe langer, hoe drukker. Ze is nogal principieel, weet u. Dat
worden een zware dertig dagen. De vorige keer had ze ook al problemen
met de directeur van Nieuwersluis die haar geschriften in beslag wilde
nemen. Alleen daarom al, edelachtbare, zou het wel wat minder mogen
zijn, het liefst helemaal niets. Legt u maar in het geheel geen straf
op. Dat is wat mijn cliënt wil!”
De advocaat ontlokte met deze opmerkingen een glimlach aan de rechter.
Als ik erbij was geweest, zou ik vast ook in mijn vuistje hebben
gelachen om de vindingrijkheid van mijn advocaat.
Uitspraak op 19 juni, om 9 uur ’s morgens. Mogelijk zit ik
dan al
ergens. Zwolle, voor de tweede keer? Nieuwersluis, terug naar de strijd
met de directeur? Of elders? Wie zal het zeggen? Wat maakt het uit?
Maar het is wel interessant om de uitslag van het bezwaar te weten:
Mócht de rechter besluiten dat mij gevraagd had moeten
worden
naar mijn bereidheid een werkstraf te doen….
Mócht de
rechter dan vinden dat inderdaad een gevangenisstraf had moeten worden
opgelegd, en dat deze dan minder zou zijn geweest. Mócht hij
dat
allemaal vinden en DUS tot de conclusie komen dat dertig dagen er een
flink aantal minder zouden moeten zijn…
Dán is dat interessant voor alle navolgende
principiële
werkstraf weigeraars, want het is juist die bijzonder ongunstige
rekensom van twee uur werkstraf of één dag
zitten, die
mensen tot het doen van de werkstraf beweegt!
Dit is nu juist waarom ik zelf denk dat – ondanks de ijver en
het
optimisme van advocaat Mr. Hemelaar – dertig dagen dertig
dagen
zullen blijven. De rechter zal wel waken voor jurisprudentie en zeggen,
zoals hij al in de zitting zei: “We kunnen hier niet de
strafzaak
gaan over doen”.
Inmiddels ligt er een klacht bij de Nationale Ombudsman tegen de bajes
van Nieuwersluis. Twee vanuit Nieuwersluis naar mijn advocaat gestuurde
brieven, naar aanleiding van de intimidatiepoging van de directeur,
zijn namelijk nooit aangekomen. Die slingeren vast nog ergens in
Nieuwersluis rond.
Natuurlijk wordt dat ontkend: “Alle advocatenpost is
verzonden!” staat er handgeschreven op een geel post-it
briefje.
Het briefje was geplakt op mijn aan Nieuwersluis verzonden klachtbrief
over de verdwenen post. Deze was aldus aan mij teruggestuurd. Dat
noemen ze dan klachtafhandeling daar…
Tot slot: onlangs kwam de Raad voor de Strafrechttoepassing en de
Jeugdbescherming met een kritisch rapport over tweepersoonscellen in
Nederland. Daartoe zouden mensen niet mogen worden gedwongen, aldus de
Raad. Dat heb ik zelf vorig jaar in Zwolle al gezien: weigering =
isoleercel. Dat is nog niet veranderd, het rapport van de Raad ten
spijt. In Nieuwersluis hebben ze vijf tweepersoonscellen op de
inkomsten afdeling: 22 uur per dag gedwongen samen achter de deur in
een cel die niet groter is dan eentje voor één
persoon.
Opstanden en onrust in de Nederlandse bajessen nemen toe. In de
Bijlmerbajes leidde een protestactie van gevangenen die na het luchten
weigerden om naar hun cel terug te gaan tot sancties, overplaatsingen
en het inzetten van de bajesknokploeg: het Intern Bijstands Team (IBT).
“Dat gebeurt zo vaak en is niets bijzonders dus daar ga ik
niet
op reageren,” zegt Hans Janssens, woordvoerder van de dienst
justitiële inrichtingen (DJI).
Het is maar even dat je het weet!
Gegroet, vol strijdlust,
Joke Kaviaar,
11 juni 2008
ARBEIT MACHT FREI, deel 7: Ik
stroop mijn mouwen op!
Afgewezen. Het stond onomwonden in de e-mail van mijn advocaat. De
goede man heeft zijn best gedaan. Maar toch, bezwaar tegen de omzetting
van een geweigerde werkstraf naar een onvoorwaardelijke
gevangenisstraf: afgewezen.
Motivatie voor deze beslissing: vooralsnog NUL. Resultaat: dertig dagen
zitten voor twee blokkades van de Schiphol Oost uitzetbajes waar elf
doden door brand – lees: door beleid - zijn gevallen in de
nacht
van 26 op 27 oktober van het jaar 2005, nu bijna drie jaar geleden.
Ik stroop mijn mouwen vast op. Afgelopen zondag heb ik bij wijze van
voorproefje bij een geslaagde burgerinspectie in Kamp Zeist een fikse
confrontatie gehad met het aldaar werkende Interne Bijstands Team. Met
als gevolg: pijnlijke polsen, een schouderblessure van een arrestatie
door de Zaanse politie van vorig jaar die opnieuw verergerd is, een
gevoelig strottenhoofd als gevolg van de bijna verwurging door het
IBT… (aanvaring met IBT, zie:
http://www.jokekaviaar.nl/spuug_zat.html )
Máár… ik ben tenminste (nog) vrij. Dat
kan ik niet
zeggen van een man die ik zag zitten in zijn rolstoel in Kamp Zeist,
achter de tralies van een celraam in gebouw 52. Hij riep me, zwaaide
naar me. Na enige tijd herkende ik hem. Hij heeft al eerder in Kamp
Zeist gezeten. Dat is alweer jaren geleden. Hij is er toen door
datzelfde IBT in de isoleercel gegooid, met boeien om. Als gevolg
daarvan kreeg hij een beroerte en raakte voor de rest van zijn leven
verlamd. Hij zat daarna nog op de Rotterdamse bajesboot met zijn
verlamde lijf, waar medegevangenen hem naar buiten moesten dragen,
wilde hij luchten. Hij heeft nog een tijd geklinkerd=vogelvrij rond
gerolstoeld en toen heb ik hem nog wel eens gezien en gesproken, en
nu… zit hij wéér in Kamp Zeist! Al
vijf maanden.
Dus ik stroop mijn mouwen op. Voor méér actie, of
dat nu
buiten of binnen de bajesmuren moet zijn. Het moet in elk geval:
strijd, verzet, actie, protest. Nog meer woorden en nog meer daden. Het
zal allemaal nog meer rechtszaken, nog meer veroordelingen,
en
nog meermalen ‘zitten’ opleveren. Het zal me wat.
Een niet
betaalde boete voor eerdere acties rond Kamp Zeist levert
waarschijnlijk een extra acht dagen op boven de dertig. Het zal me wat.
Als je ziet hoe die mensen daar zitten, in Kamp Zeist, in de
Rotterdamse bajesboten… En al gaan die naar verluidt op 15
juli
dicht, dan nóg is er het detentiecentrum in Alphen, dan
nóg zijn er de boten in mijn woonplaats, De Zaanse Schande,
is
er de boot in Dordrecht waar momenteel iemand in hongerstaking is, is
er het uitzetcentrum Zestienhoven, het vermaledijde Schiphol Oost, dan
nóg zijn er de talloze verhalen van gevangenen over geweld,
over
isoleercellen, over het ontbreken van medische zorg, over
razzia’s, over angst, over denken aan de dood.
Dus ik stroop mijn mouwen op. Want recht bestaat niet in Nederland. Het
heeft voor mensen zonder papieren nooit bestaan, dus waarom zou het
voor mij bestaan. Het is wel zo eerlijk dat ik even in dat lot mag
delen en het stelt in wezen maar zo weinig voor. Dertig dagen. Een
begin en een eind. Goed. Laten het er 38 zijn. Nog altijd een begin en
een eind.
Afgewezen! Hoe vaak zullen mensen zonder papieren dat horen?
Asielaanvraag? Afgewezen! Verblijfsvergunning? Afgewezen! Verzoek om
vrijlating? Afgewezen! De afwijzing van mijn bezwaarschrift is er niets
bij en past slechts marginaal in het rijtje.
Ik wijs af: het afschermen van de buitengrenzen van het Fort Europa,
dat zo ver gaat als tot in de oceanen en op het Afrikaans grondgebied
aan toe.
Ik wijs af: de Europese migratiepolitiek en –beheersing, met
al
haar bepalingen zoals die over maximale detentietermijnen die nu in
heel Europa gelijkgetrokken zijn tot wat hier in Nederland reeds jaren
praktijk is: anderhalf jaar.
Ik wijs af: de plannen voor nieuwbouw van de deportatie- en andere
kampen zoals op het vliegveld Zestienhoven en Schiphol-Oost, Kamp Zeist
en al die waarvan ik niet weet, in heel Europa.
Afgewezen!
Ik beschuldig van moord en mensenrechtenschendingen: de Europese
regeringen met hun Frontex, met hun politiestaat-methoden, met hun IOM
en de zogenaamde vrijwillige terugkeer naar niets, met hun IND, hun
COA, hun chartervluchten, met hun hoe het ook allemaal mag heten in
welk Europees land dan ook mensenlevens vernietigende praktijken.
Praktijken die reiken van gifstort tot financiering van de voormalige
kolonialisten welwillende regimes, van uitputting van grondstoffen tot
vernietiging van regenwouden en bossen, van slavenarbeid, kinderarbeid
en uitbuitlonen voor onze laatste mode tot het terugsturen van mensen
naar martelingen, hongersnood, overstromingen of droogte.
Samengevat, ik beschuldig van moord en mensenrechtenschendingen: de
vervolgers en hun opdrachtgevers, al diegenen die willens en wetens
werken ten behoeve van het Europees cordon van nietsontziende staten,
die daaraan geld verdienen en daarmee winst maken; de regeringen en hun
uitvoerders, hun bouwers, architecten, cateraars, bewakers, politie,
justitie, veiligheids- en inlichtingendiensten. Voor elke verdronkene,
voor elke zelfmoord, voor elke verdwijning voor, tijdens of
ná
de deportatie, voor elk slachtoffer van het onthouden van medische
zorg, van brand in grensgevangenissen of zogenaamde opvangcentra.
In tegenstelling tot menig arbeider, ingenieur, ambtenaar of denktank,
werk ik niet voor dit gezag, voor dit geweldsmonopolie dat zich het
recht heeft toegeëigend om mensen van het leven of van de
vrijheid
te beroven, al zou ik er nog zo riant voor beloond worden, dan nog
niet, en dus ook niet onder dwang. Dus ik stroop mijn mouwen op. Ik ben
er klaar voor, gisteren, nu, vandaag, en morgen. Zowel binnen als
buiten de muren van de macht.
Joke Kaviaar
19 juni 2008
ARBEIT MACHT FREI deel 8, arrestatie
Zaandam,
Het was de vroege morgen van 2 juli. Op mijn fiets, met bij me een tas
met onder andere spandoeken, persverklaringen, een exemplaar van het
rapport van Amnesty (the detention of irregular migrants and
asylum-seekers), reed ik het industriegebied Achtersluispolder in. Daar
liggen de bajesboten, Zaanse Schande.
Ik was er bijna, nog geen 500 meter nog. Een auto kwam van achterop.
‘Daar zul je ze hebben!’, dacht ik nog, ‘verdomme!’.
De auto -inderdaad een smeriswagen- reed langs me en stopte voor me, het rode ‘politie - stop’ lichtte op.
Zó dichtbij!
Voor de zekerheid had ik toch maar mijn rijbewijs meegenomen. Dan kon
mijn actieplan in elk geval niet door id weigeren de mist in gaan. Ze
vroegen er inderdaad om, ik liet het zien. Maar helaas, ze wilden
méér.
‘Mogen we even in je tas kijken’’ vroeg de jonge blondine.
‘Nee’.
‘We willen tóch even in je tas kijken’
‘Nee, dat wil ik niet’
‘Waarom niet’’
‘Dat is privé’
Maar het kwam erop neer dat ‘t moest.
Dat betekende dan ook: einde verhaal. Ik kon net zo goed tot het uiterste weigeren, uit principe.
Ik stapte dus op mijn trappers, keerde mijn fiets en zei dat ze de inhoud van mijn tas niet te zien kregen.
De mannelijke collega van de blondine, een flinke vent, was intussen
ook uitgestapt. Hij greep me bij mijn handen en stuur. Kort duw- en
trekwerk.
Hij gooide me met fiets en al tegen de grond, greep mijn linkerarm,
trok eraan en draaide deze, duwde me tegen hun wagen aan, en hield de
arm verdraaid in gestrekte toestand naast me.
Ik besloot nu eens direct te roepen dat ik een schouderblessure heb
(hoewel die rechts erger is, tengevolge van een eerdere ‘- ook al
Zaanse - arrestatie). Zou het helpen? Nee hoor. Scherpe pijn in mijn
schouder.
Herhaaldelijk riep ik dat ‘t pijn deed. Hij trok zich er niets
van aan. Integendeel, hij gebruikte het om mijn medewerking af te
dwingen.
‘Ga je meewerken?’ herhaalde hij.
Zelfs toen ik tenslotte een wat benepen ‘ja!’ liet horen, hield hij zo vast.
Pas toen de blondine met de boeien kwam en deze door het tweetal werden
omgedaan, eindigde deze kwelling. Althans, het ergste. (achteraf:
vooral blauwe plekken).
Nog 3 auto’s kwamen. Zouden ze de hele nacht op me gejaagd
hebben? Vanaf het moment dat ze me in mijn auto met een ladder hadden
zien rijden, en even later zónder?
De hamvraag: ‘Wáár is de ladder?’
Nu doorzochten ze op straat alsnog tegen mijn zin de tas en de fietstassen. Of ik wilde zéggen wat er in zat.
‘Ik zei toch al dat dat jullie niks aangaat!’
Eerder die avond waren ze me al achterna gekomen omdat ze een antwoord
op DE vraag wilden. Eerst wist ik niet zeker of dit zo was, en reed om
dit uit te vinden een lusje door het centrum van Zaandam. De wagen
bleef me volgen.
Na enige tijd werd ik gestopt: twee wagens. Papieren controleren. Blaastest. Met zaklamp in de auto schijnen.
‘Wáár is de ladder?’.
Ook híer had ik al op geantwoord dat het ze niks aanging.
‘Dumpen is strafbaar’ - ‘Ik dump toch zeker geen
ladder! Ga maar kijken, je vindt hem niet’. Ze begonnen over
inbraken in het industriegebeid waar de boten liggen, en ‘met al
die veelplegers, zoals jij’ moest er goed opgelet worden.
Tot mijn verbazing lieten ze me doorrijden na dit alles. Maar..
Nu reden ze nog steeds achter me aan. Één reed tenslotte
door; de ander bleef tot bij mijn woonplaats volgen. In mijn woonplaats
heeft de voorste nog gekeken of ik thuis was gekomen.
Die nacht, tot even na drieën, is het een kat- en muisspel geweest
met de Zaanse smeris en dit eindige - hoe kan het ook anders? -
op bureau Zaandijk, alwaar ik van één van de
arrestantenbewakers zojuist mijn eigen blocnote heb losgepeuterd, maar
belangrijker nog: een potlood van hem.
Eerst werd gezegd: dat kan niet (je zou hen ermee kunnen verwonden).
‘Maar ik moet mijn rechtszaak voorbereiden voor morgen’, was een doorslaggevend argument.
De beschuldiging luidde: ‘niet voldoen aan bevel’.
Over zoiets gaat die rechtszaak van morgen ook al.
Tijdens het verhoor kwamen ze met die dertig dagen op de proppen. Ik
zag het papier al op tafel liggen. Het werd erbij gepakt, en ik zei:
‘Ik wéét waarmee je nu gaat komen’, om ze net
even voor te zijn.
Jammer, een bijzonder ongelukkige pech door die eerste patrouille die
de ladder zag, me daarna weer kwijtraakte, maar later zonder ladder
terugzag, dat deze dag vele uren te vroeg eindigde met een enkele reis
Zaandijk. Het had zo mooi kunnen zijn!
Maar wáár is nu toch die ladder. Is het dezelfde die ze
ergens gevonden en in beslag genomen zeggen te hebben’
JK 2-7-08 c1 Zaandijk
ARBEIT MACHT FREI deel 9
-NOTE-:
"Don’t trust anybody here"
"U are on your own
Don’t expect justice from them
They are all one family" (Hanson Ben-Ghana)
En
"Bart was here and hopes not to come back in this Hell Prison"
Kamp Zeist, de morgen van 4 juli. De bad-afdeling van heel Kamp Zeist
is nog altijd in gebouw 50. Het was er rustig vergeleken met vorige
keer (nov. 07).
Opvallend: geen G4S bewaker te bekennen. Ze waren alle 3 van justitie
die mijn inschrijving deden; bars, kortaf, zonder uitleg.
“Waarom ben ik hier?” vroeg ik, verbaasd over het
feit dat
ik toch weer naar Kamp Zeist was gebracht, ondanks de
‘selectiebeslissing’ van 8 november vorig jaar, die
ongeveer zó luidde: “Uit telefonische informatie
is
gebleken dat u als regelmatige actievoerster tegen Kamp Zeist bekend
staat. Een objectieve bejegening kan niet langer worden
gegarandeerd.” Ik werd vervolgens haastig overgeplaatst naar
Zwolle.
Destijds ging ik ervan uit dat dit een cover-up was voor de werkelijke
reden: Kamp Zeist wil geen pottenkijkers.
Op 15 juni - nu een slordige 3 weken geleden - stond ik met 6 anderen
op het dak van dit gebouw 50, waar ik in november zat, en nu weer was.
Behalve voor de badafdeling is het niet meer in gebruik (zie -spuugzat-
http://www.jokekaviaar.nl/spuug_zat.html)
Het IBT van Kamp Zeist heeft me, nadat we van het dak waren gehaald,
toen flink te pakken genomen: ik verzette me tegen het maken van een
foto en waagde het te spugen. Fout, fout, fout natuurlijk!
Alle reden dus om nu beslist niet in Kamp Zeist te willen zitten!
Op mijn vraag “Waarom ben ik híer?” kwam
de
wedervraag “Hebben ze je dat niet verteld bij de
politie?”
Het bleek de bedoeling dat ik “naar de andere kant”
(de
kant van de barakken) zou gaan, naar “HvB vrouwen, afdeling
4F”. Alles is twee op één cel daar. Dat
wist ik al,
en werd bevestigd.
“Dat doe ik niet. Dat weiger ik.”
“Dan krijg je een
éénpersoonscel”, zei de
bewaakster tegenover mij, terwijl ze routinematig doorging met mijn
bezittingen te controleren. “Maar niet zo’n leuke.
De
isoleercel.”
Ik bleef bij mijn weigering. Op de afdeling zouden ze “wel
verder zien”, zei ze.
Dat zou al ‘goed’ beginnen!
Haar collega was intussen bezig mijn andere tas leeg te maken. Eruit
kwam de persverklaring voor de actie die de Zaanse politie afgelopen
woensdag in de vroege morgen heeft verijdeld door me voortijdig in de
boeien te slaan.
“Kijk dit eens!” Ze liet het aan de derde collega
zien, een
man die de hele tijd aantekeningen had zitten maken van wat er in de
tas terugging en niet mee naar binnen mocht, en wat er in de blauwe zak
ging en wel mee naar binnen mocht.
Hij keek. “De naam is K., hè? Die is hier eerder
geweest. Ik ga bellen.”
Ze stopten me in een naastgelegen wachtruimte. Daar las ik de teksten
die aan het begin staan, en heel veel teksten als “Fuck
Holland
people”, “Holland no good”, notities van
mensen die
waarschuwden voor de Nederlandse gastvrijheid, en dat Verdonk een
“crimineel” is, en “erger dan Bin-Laden,
Hitler,
Goebbels en Stalin” en “niet alleen fascistische
gedachten
heeft” maar feitelijk een “neo-nazi” is.
Het zegt
veel over hoe mensen zonder papieren worden behandeld in dit land en
over de noodzaak tot protest en actie!
Ik wachtte. Wat zou er nu gaan gebeuren? Visitatie? En dan linea recta
- al dan niet met hulp van het IBT - naar de iso van Kamp Zeist, of
toch nog ergens anders naartoe?
Ik luisterde aan de deur, en ving op: “Die mag hier helemaal
niet
zijn!” en “Nieuwersluis”, en veel ander
gepraat dat
ik niet kon verstaan omdat er meerdere personen tegelijk aan het bellen
waren.
Staand op het bankje, me optrekkend aan een ventilatierooster, gluurde
ik door een smal bovenraam naar buiten, naar de muur, de hekken, het
NATOdraad. Was er veel veranderd sinds ik hier laatste keer was? Nee,
niet echt.
Één van de bewakers zag mij. Binnen een minuut
werd ik in
een andere ruimte gezet. Eentje zónder ramen. Kort daarna
werd
ik opgehaald: naar Nieuwersluis, zonder dat er verder een woord aan
werd vuilgemaakt.
Een ‘vertrouwd’ uitzicht nu. Een bewaker die zegt:
“Het is een paar cellen verderop dan waar je de vorige keer
zat” als hij me erheen brengt. Ik ben hier nu al
té vaak
geweest.
Joke, 5-7-08
11-7-08
hallo allemaal,
Joke is woedend: ze is overgeplaatst naar de bijzondere zorg afdeling!
Hieronder valt te lezen wat voor soort vrouwen daar normaal gesproken
worden weggestopt.
In Joke's geval zal de indicatie wel zijn:
" Gedetineerden met persoonlijkheidsstoornissen die veel
structuur nodig hebben
om hun gedrag in goede banen te laten leiden, zij mogen echter niet een
verstoring vormen voor het leefklimaat op de BZA."
Zo springt justitie om met politieke en strijdbare gevangenen!
Het lijkt hier Rusland wel!
Volgens bewakers is haar overplaatsing geindiceerd door een psycholoog,
die Joke bij de incheck zou hebben gesproken. NIET dus, ze heeft
helemaal niet met een psycholoog gesproken!
Op die afdeling is ook een individueel regime mogelijk, dat betekent
dus:
alleen luchten, alleen recreeren.
Als je dit leest, kun je dan even reageren?
info@vrijheidvanbeweging.nl
groet,
inge
Bijzondere zorg afdeling
(BZA) Nieuwersluis:
Deze afdeling is bedoeld
voor mensen die psychisch in de war zijn en de drukte van
een gewone afdeling niet
aan kunnen. Vaak zitten hier ook mensen die verdacht
worden van een
zedendelict. Het personeel is hiervoor speciaal opgeleid. Iedere dag
evalueren zij het gedrag
van de gedetineerden, met iedereen die bij hen betrokken is.
Allereerst het
afdelingshoofd en zijn personeel, maar ook de werkmeester, medische
dienst, psychologe en
docente creatieve vorming zijn hierbij aanwezig.
Deze afdeling heeft een
celcapaciteit van 30.
De doelgroep die zich op
die afdeling bevindt, wordt als volgt beschreven:
Gedetineerden met
ernstige psychiatrische problematiek, die te weinig draagkracht
hebben om zich te
handhaven op een reguliere afdeling. Men kan dan denken aan:
* Gedetineerden met
psychotische toestandsbeelden, ernstige
stemmingsstoornissen,
angststoornissen en traumatische-stress stoornissen.
* Gedetineerden met
persoonlijkheidsstoornissen die veel structuur nodig hebben
om hun gedrag in goede
banen te laten leiden, zij mogen echter niet een verstoring
vormen voor het
leefklimaat op de BZA.
* Gedetineerden die in
een ernstige crisis verkeren en gedurende de crisis niet op
een reguliere afdeling
kunnen verblijven.
* Gedetineerden die te
kwetsbaar zijn om op een reguliere afdeling te verblijven.
Gedacht wordt aan
zwakbegaafde en/of weinig weerbare gedetineerden die door
medegedetineerden
gemakkelijk te beïnvloeden zijn.
* Gedetineerden die op
medische gronden niet deel kunnen nemen aan het
dagprogramma van een
reguliere afdeling. Bijvoorbeeld in geval van lichamelijke
invaliditeit, epilepsie enzovoorts.
Het regime dat er
gevoerd wordt op deze afdeling ziet er als volgt uit:
De BZA heeft als
voordeel dat het door middel van terreinafbakening en het
dagprogramma voor het
grootste gedeelte afgezonderd is van andere afdelingen.
Tevens hebben de
BZA-gedetineerden een eigen plaats binnen het grote
arbeidscentrum ter
beschikking met een daaraan gekoppeld BZA-arbeidsmedewerker.
Er is een BZA-team dat
zich met de BZA-gedetineerden bezighoudt en de andere
gedetineerden binnen dit
gedeelte van het P gebouw.
Deze factoren hebben een
grote invloed op de structuur en het gevoel van veiligheid
die deze gedetineerden
nodig hebben. Aangezien gedetineerden van de BZA vaak een
ernstig gestoorde
realiteitsbeleving hebben en daarmee samenhangende
gedragsproblemen laten
zien, is een duidelijk gestructureerd dagprogramma een
vereiste (B.Passchier,
2002).
Dit heeft gevolgen voor
het activiteitenaanbod voor de afdeling. Het gestructureerde
dagprogramma biedt de
mogelijkheid om individueel en/of in klein groepsverband deel
te nemen aan
activiteiten, waarbij zo min mogelijk prikkels vrij komen. Daarbij
heeft
deze afdeling de
mogelijkheid deel te nemen aan onderwijs en creatieve vorming.
Deze afdeling is vooral
bezig met het verminderen van prikkels en een zeer
gestructureerd regime.
Deze afdeling is weinig tot niet bezig met MI.
Dinsdag 8 juli 2008
Hoi allemaal en groeten aan iedereen!
Bijgaand drie tekeningen (de originelen zijn met blauwe pen getekend:
potloden mogen niet mee op de inkomstenafdeling want hebben scherpe
punten en zijn dus GEVAARLIJK!): het zijn de eerste drie in de reeks
“De machine”, de nrs. I, II en III.
Ik hoop er de komende tijd nog meer te kunnen maken, maar of dat lukt,
hangt van de omstandigheden hier af.
Gisteren kwam de bus van de GGD voor de longfoto’s. We waren
met
een slordige tien vrouwen: allemaal binnengekomen in de loop van de
afgelopen week. Een aantal ervan zijn op Schiphol opgepakt en hebben
voor ze hier kwamen op Schiphol-Oost bij de kmar gezeten; unit A.
Daar is óók al een longfoto gemaakt, maar ze zijn
onverbiddelijk. “Als je op de lijst staat, móet
je, al is
dat nóg een keer”. Hmm! Radiation?.. Hun protest
hielp
niets, ze lieten het dus maar nóg een keer doen.
Binnen vijf dagen is het resultaat bekend. “Hoor je niets,
dan is het goed”, zeggen ze na afloop.
Nu zou je verwachten dat in afwachting van de uitslag mensen niet met
hun tweeën in één cel worden gezet, maar
NEE!
Zojuist, na afloop van het bibliotheekbezoek - waar ik mijn tekeningen
kon kopiëren - zag ik dat een aantal vrouwen, die gisteren een
longfoto lieten maken, nu met 2 op 1 cel zitten!
Dat moet vanmorgen vroeg zijn gedaan. Gisteren zaten ze nog in enkele
cellen.
De hele TBC controle is één grote farce! Slaat
nergens op
zo. Bovendien, als iemand het heeft, kan dat al lang in de voorgaande
dagen zijn doorgegeven, óók aan vrouwen die
inmiddels al
weer buiten zijn (zondag ging er één, en maandag
twee).
Verder hoor ik overal klagen over de medische dienst. Voorbeeld: er zit
hier een vrouw al dagen te wachten op medicijnen tegen astma; telkens
wordt het beloofd; er gebeurt echter niets. Ze vertelde gisteren dat ze
een aanval gehad had. Vandaag zei ze dat ze het vannacht benauwd heeft
gehad.
Toch wil ze er nu niet meer om vragen. Ze zegt: “Als het fout
gaat, leren ze er misschien van”. Ik vroeg haar of ze niet
bang
was dat het mis zou gaan, en ze zei nogmaals: “Dan leren ze
daarvan”.
Een paar dagen terug hadden we het er ook al over. Ik vertelde - en ik
weet niet zeker of het verhaal nu klopt, maar het gaat natuurlijk om de
gedáchte - over die afdeling - was het in Alphen?
- waar
niemand in de cel terugging tot iemand zijn medicijnen kreeg, en dat
dit gelukt was (noot kopiist: het verhaal klopt en het
speelde
zich inderdaad af in dc Alphen) ; één van de
andere
vrouwen zei daarop: “Dat ga ik niet doen, hoor, je trekt in
de
bajes tóch aan het kortste end?”..tja. De
discussie die
zich daarop kort ontspon, ga ik hier niet herhalen, want..
Ik heb gemerkt dat ze me in de gaten houden, er wordt bij celinspecties
of andere momenten waarop ze er even ingaan wanneer ik er zelf niet
ben, langer binnen gebleven in ‘mijn’ cel - hun cel
eigenlijk - wat ze dan doen?
Verder lijkt het erop dat ‘t moment waarop ze zullen willen
dat
ik ‘dubbel’ ga (dus 2 op 1) niet zo lang meer zal
duren. er
staat er nog eentje leeg
Strijdbare groet,
Joke



12-7-08
Hieronder een stuk van
Joke,
geschreven op 8 juli j.l. waarschijnlijk, door zijn provocerende
inhoud, de reden waarom Joke nu zit waar ze zit.
Stuk hieronder, maar
eerst een update:
Joke belde me vanmorgen
en vertelde het volgende:
Er hangen overal
camera’s op de afdeling.
Luchten gebeurt in lange
smalle kooien - heel deprimerend.
Joke is bang dat men
haar medicatie gaat voorschrijven - desnoods onder dwang.
Alles wat ze nu
zegt/schrijft/doet wordt geobserveerd.
Plus dat alles wat ze
zegt/schrijft/doet wordt bekeken vanuit een psychiatrisch defect
(oftewel: ze is gek, dus wordt alles vanuit dat perspectief bekeken).
Ze heeft het gevoel dat
ze erin
geluisd is: toen ze werd overgeplaatst zeiden ze helemaal niet naar
welke afdeling. Joke wist alleen dat ze niet in een tweepersoonscel zou
worden gezet. Aanvankelijk had ze zelfs op die BZA-afdeling niet eens
door waar ze precies was - dat besef kwam later pas.
Vanmiddag belt ze weer.
Ik heb haar advocaat
toch nog per
mail kunnen inlichten. Hij begrijpt niet waarom ze daar op die afdeling
geplaatst is. Hij heeft gisteren Nieuwersluis gebeld, maar de
verantwoordelijke figuur was al weg. Hij heeft beloofd vandaag nog een
keer te bellen naar een afdelingshoofd - als het niet lukt, kan er pas
maandag op z’n vroegst wat gedaan worden.
Astrid en ik gaan
maandag om 9 uur op bezoek.
Groet van Joke vanuit
afdeling ‘one flew over the cuckoo’s
nest’!
-----------------------------------
Albayraks dwang: ‘dubbel’ zitten
Of de reactie van Albayrak op het rapport van de Raad voor de
Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming (RSJ), “meer op een
cel” erg tot de vrouwen in Nieuwersluis is doorgedrongen,
betwijfel ik. Er wordt namelijk toch al vanuit gegaan dat “Je
wel
zal moeten” en dat “Je niet kunt
weigeren”.
Op de inkomstenafdeling hebben ze er vijf. Het totaal aantal cellen op
deze afdeling is nu boven 16 plus beneden 14 = 30. Met het ombouwen van
deze vijf 1- naar 2-persoonscellen is de
‘capaciteit’ van
deze afdeling toegenomen tot 35 vrouwen.
Een komen en gaan is het op deze afdeling. Sommigen zitten hier enkele
dagen een boete uit, anderen zitten hier een aantal weken of maanden
een korte straf uit - weer anderen zitten in voorarrest en wachten op
overplaatsing naar een volgende afdeling, waar op meer
bewegingsvrijheid wordt gehoopt.
Immers, op de inkomstenafdeling is het
‘dagprogramma’
uiterst mager. Een snelle rekensom leert dat het aantal uren per dag
doorgebracht ‘achter de deur’ in het gunstigste
geval
uitkomt op 21, maar de meeste dagen 22. 22 uur per dag met
z’n
tweeën ‘op cel’: ik moet er niet aan
denken. Toch
lijkt het erop dat iedereen aan de beurt komt.
Nu zijn er mensen die het “gezellig” vinden. En er
zijn
mensen die behoefte hebben aan aanspraak, want anders vervelen ze zich,
zitten ze te piekeren enzovoort. Maar een oudere vrouw (70+) die hier
de vorige keer was toen ik hier zat, werd gek: tevoren had ze tegen mij
haar angst geuit. Ze had last van haar darmen en moest veel winden.
“Dat kan toch niet, als je met een ander zit? Dan moet ik het
gaan inhouden en dan krijg ik nóg meer last!”.
Maar ze moest (want anders!). Één dag later was
de
bewaking tot de conclusie gekomen dat het toch niet kon: het arme mens
was dermate wanhopig dat de beslissing werd teruggedraaid.
De angst van deze vrouw is geen uitzondering. Angst voor ruzie, angst
om ‘overruled’ te worden door een ander, wrevel
over het
gebruik van die ene tv, het wel of niet aanhebben van licht, radio,
wisselende slaaptijden.
Het meer-op-een-cel-experiment is in de Nederlandse detentiecentra voor
mensen zonder papieren eerst uitgeprobeerd, met 2-, 4-, en
6-persoonscellen in o.a. de Rotterdamse bajesboten en Kamp Zeist.
Zonder enige gêne trok men zich nergens iets van aan, zette
rokers en niet-rokers bij elkaar, mensen met verschillende culturele,
religieuze of anderszins van elkaar verschillende achtergrond, mensen
die elkaars taal niet spreken. Het leidde/leidt tot vechtpartijen,
onrust, elkaar aanvallende gevangenen? “maar
dáár
hebben we isoleercellen voor”.
Dit alles is nog altijd praktijk. Toen ik vorige week in eerste
instantie haast in Kamp Zeist terecht kwam, bleek men daar nog altijd
zonder aanzien des persoons mensen direct samen te zetten. Weigering
leidt onvermijdelijk ook al tot de isoleercel.
Dat laatste is overal zo. De Nederlandse overheid, met Albayrak voorop,
zet het experiment van voorheen minister van justitie Donner
onverdroten voort, met als grote vooruitgang: nieuwe 2-persoonscellen
worden GROTER dan 1-persoons. Twee vierkante meter om precies te zijn.
10 m2 wordt 12 m2. Één vierkante meter
p.p. erbij.
Tel uit je winst!
Een andere door Albayrak bedachte ‘verbetering’ is
de
‘inspraak’, om het beleid een beetje meer in
overeenstemming te brengen met de Europese gevangenisregels: inspraak
over met wie je wilt ‘dubbelen’.
Tot nu toe maakten bewakers - die men tegenwoordig p.i.w.-ers noemt -
de dienst uit. Of dat nu écht verandert?
Citaat van een bewaker die op de isolatie-afdeling van Zwolle werkt(e?)
toen ik daar in november vorig jaar na een 2pc-weigering terechtkwam:
“Ik heb met succes koppeltjes gemaakt, die jongens vinden het
leuk”. De bewakers als relatiebemiddelaar!
Hij vertelde er niet bij -ik was een discussie met hem begonnen om het
gewenste effect van totale isolatie te doorbreken- dat het
“niet
altijd lukte”. Die opmerking ontlokte ik hem pas na enig
aandringen. De bewaker moest daarop toegeven geen voorstander te zijn
van dwang, net als de RSJ. -Maar ja, het komt van boven?.
Maar wat de sleuteldragers zelf ook ervan zeggen: het laat zich raden
dat het ‘binnen’ met de
‘inspraak’ net zo zal
gaan als ‘buiten’: het is marginaal en de
machthebber heeft
het laatste woord. De zoveelste polderoplossing, zoethoudertje numero
zoveel. Maar de ‘buiten’ zo abstract lijkende
discussie is
‘binnen’ dagelijkse realiteit. Komt er op de
afdeling
plaats in een 2pc, dan denkt iedereen: “moet ik daar straks
in?”.
Het is nu de vraag hoe de RSJ op de volgehouden dwang gaat reageren. De
schorsingsverzoeken die het beklag tegen een ‘disciplinaire
straf’ begeleiden, moeten namelijk worden ingediend bij ..
diezelfde raad!
De RSJ kan dus een aardige stok tussen de spaken van het wiel dat
“tweepersoonsceldwang” heet, steken:
honoreert de RSJ stelselmatig de schorsingsverzoeken ingediend door
mensen die ‘in de iso’ zijn gegooid omdat zij de
‘mpc’ weigerden, dan hebben de bajesdirecties een
probleem.
De effectiviteit van de sanctie kan daardoor worden teniet gedaan.
Schrijfster is van zins - wanneer het zich eerdaags voordoet - opnieuw
te weigeren. Dan zullen we zien of de RSJ boter bij de vis doet, of
water bij de wijn!
Strijdbare groet!
Joke Kaviaar, 8-7-08 Nieuwersluis
NB. De beklagzaak vanwege de iso in Zwolle door het 2pc weigeren, loopt
nog steeds.

14-7-08
hallo mensen,
in de eerste plaats:
Joke heeft vanmorgen met de psych gesproken. Het blijkt zo te zijn, dat
Joke naar die afdeling is gebracht omdat ze de vorige keer dat ze daar
zat, tekeningen van de hekken had gemaakt. Ze willen haar nu een week
in observatie houden, om te zien wat ze nu weer gaat uitspoken.
Joke heeft gezegd dat ze hoe dan ook van die afdeling af wil, te meer
omdat ze denkt dat ze een volgend keer automatisch wederom op zo'n
BZA-afdeling terecht zou komen.
De psych bood haar twee keuzes:
1. 'naar boven', daar zitten niet de zware gevallen, maar ook vrouwen die het 'gewoon moeilijk hebben'
2. naar een normale afdeling, maar dan in een tweepersoonscel.
Joke wou niet 'naar boven', en ook niet in een tweepersoonscel.
"Dan wordt het de iso", had de psych gezegd.
"Daar zit ik ook niet op te wachten" zei Joke, "maar jullie zijn gewoon
bang dat ik de strijd rond tweepersoonscellen ga winnen!".
De keuze is aan hen.
Intussen heeft de advo een update: de psych schijnt geopteerd te hebben voor:
normale afdeling, eenpersoonscel.
Nu moet de directeur nog zijn fiat geven daaraan.
Dat schijnt inmiddels gebeurd te zijn, en Joke is toegezegd dat ze
terug gaat naar de inkomstenafdeling en dat ze een eenpersoonscel
krijgt!
Eerst zien, dan geloven, maar het lijkt erop dat ze de strijd gewonnen heeft, zonder in de iso te belanden.
Goed voorbeeld doet goed volgen???
Arbeit macht frei deel 10: "Je MOET"
Niemand wil het maar met niemand wordt rekening gehouden. Het gaat op
volgorde van binnenkomst. Twee vrouwen die daags voor mij - dus vorige
week donderdag - zijn binnengekomen, waren vandaag aan de beurt.
"Spullen pakken, je gaat verhuizen." Zo luidde de mededeling, een bevel
in wezen. Zo eentje in de categorie van:'Befehl ist Befehl', waar ze in
de bajes zo goed in zijn.
"Hoezo?" heeft ze toen gevraagd, verbouwereerd.
"Je gaat naar beneden, naar een tweepersoonscel" klonk het daarna onverbiddellijk, waarop de vrouw in kwestie zei: "Ik ga niet".
Het Albayrakse antwoord laat zich raden:
"Dan moeten we maatregelen nemen."
"?"
"Dan ga je naar de iso".
De vrouw heeft dit dreigement, dze chantage, aanvankelijk weerstaan. Ze zal iets gezegd hebben als: "dan maar naar de iso".
Maar de bewaker had nog meer troeven: "Dat is WEL slecht voor je
rapportage," en schijnt iets gezegd te hebben over de negatieve invloed
die dat in de toekomst zal hebben als je verlof aanvraagt.
Voor wie lang moet: een doorslaggevend 'argument'. Een 'argument' waar
ik me, met nog ruim een maand te gaan (er zijn 9 dagen bijgekomen
vanwege niet-betaalde boetes voor akties tegen Kamp Zeist en de
Rotterdamse bajesboten), niets van hoef aan te trekken.
Ik zag de twee vrouwen, die daarvoor op 'de ring', die overigens
grotendeels leeg staat, in naast elkaar gelegen eenpersoonscellen
hadden gezeten, 'verhuizen' tijdens het uurtje 'recreatie' vanmorgen:
met ZEER grote tegenzin.
Persoonlijke omstandigheden worden genegeerd, niets is gevraagd. Hoezo, 'inspraak', Albayrak??! (zie: 'Albayraks dwang').
Met een deze week binnengekomen vrouw heb ik het erover. Ook zij zegt
absoluut niet te willen, en ik weet: grote kans dat het morgen mijn
beurt is, indien er weer een leegkomt. Als ik geluk heb, duurt dat nog
tot na het weekend, maar dan, onvermijdelijk: de voorgenomen stellige
weigering.
Ik bereid me er al dagenlang op voor. Wat zal ik ze zeggen? Dat ik
weiger, jazeker. Maar er zijn zoveel woorden die je kunt gebruiken. Ik
weiger. Nee. Ik doe het niet. Ik vertik het. Je kunt de pot op. Ik werk
niet mee.
Op een moment klinken dan de sleutels op de afdeling, op 'het vlak', de
trap op, op 'de ring', komen naderbij. Dan gaat de deur open, geven ze
de order. Ik hoor ze dagelijks, en denk dan: "Is het NU zover?"
"Nou, ze moeten maar ZIEN hoe ze me de iso inkrijgen", zeg ik tegen de
-overigens ervaren- nieuwkomer. Ze heeft 'er al zo vaak gezeten' en
'een keer of 7, 8 in de iso, een keer 14 dagen'. Ze waarschuwt: "Dan
komen ze met de ME". "Ja, die lui ken ik", kan ik haar vertellen, maar
ik kom er niet meer aan toe haar te vertellen hoe het IBT ons van het
dak van Kamp Zeist haalde en hoe toen mijn nadere kenninsmaking is
geweest met deze geweldsmachines (men kan ze immers toch nauwelijks nog
mensen noemen).
De bajes is per definitie een vijandige en gewelddadige omgeving, al
blijft dat de meeste tijd onder de oppervlakte. Dat wil zeggen: zolang
wij meegaand zijn. Zolang we ons koest houden, laten bedreigen,
chanteren, waarschuwen, afpersen, dwingen, zolang LIJKT het mee te
vallen.
Maar ook het dreigement, de chantage, het zwaard van Damocles dat
permanent boven ons hoofd wordt gehouden, het ene moment beter
zichtbaar dan het andere, is geweld. Geweld tegen onze persoonlijkheid
want aanpassing wordt ermee afgedwongen. Geweld tegen onze eigen
wilsbekwaamheid want er is geen andere keuze mogelijk dan die van de
keuze tussen twee kwaden.
Iedereen heeft haar eigen grens.
"Die veertien dagen iso deden me niets", zegt de nieuwkomer."De tijd gaat hoe dan ook wel om", en ze lacht erbij.
De bewakers en de directie van Nieuwersluis staan op het punt tegen
mijn grens aan te lopen. Dat is een kwestie van tijd. Maar: wat is hier
niet een kwestie van tijd??
j.k., met immer strijdbare groet
ARBEIT MACHT FREI deel 11 "ter observatie"
Er is iets krankzinnigs gebeurd. En dat is precies de juiste
beschrijving. Ik ben namelijk overgeplaatst. Niet zómaar
overgeplaatst. Nee, krankzinnig overgeplaatst.
"Ik ben toch niet gek?" - ?"Ik heb geen psychisch probleem, en ik heb nergens om gevraagd!"
Ze hebben mij geplaatst op de afdeling BZA. Bijzondere Zorg, in gebouw Romeo.
De bewaker die mij hier bracht, vertelde desgevraagd dat het in overleg
met de psycholoog was gebeurd en nam voetstoots aan dat ik deze
psycholoog had gesproken. "Het is in elk geval voor een week, ter
observatie".
Welaan; in het geheel heb ik geen psycholoog gesproken! Hier sta ik
dan, in de deuropening van cel nr. 7 beneden, helemaal in de noordoost
hoek (geloof ik)van gebouw Romeo, te verlangen van de bewaker dat hij
me uitlegt wat de reden is, en te herhalen dat ik grote bezwaren heb
tegen deze plaatsing.
Het kan haast niet anders of er ligt een heel andere motivatie aan deze
plaatsing ten grondslag, namelijk de aanname dat ik onrust zal kunnen
veroorzaken, en het gemak waarmee ik hier op een 'individueel regime'
(= afzondering) gezet zou kunnen worden, indien men dat wenst, want
daar is deze afdeling ook voor: "i.p." heet dat.
De directeur van Nieuwersluis die mij in april voor paranoia uitmaakte
- terwijl direct daarop en in de weken daarna is gebleken dat er
inderdaad met mijn post werd geknoeid; zo is zelfs advocatenpost
verdwenen, een feit waarover een klacht nu bij de Nationale Ombudsman
ligt, die directeur zal de afgelopen weken, in overleg met de spiedende
bewakers van de inkomstenafdeling die ongetwijfeld - net als de vorige
keer - in mijn persoonlijke bezittingen zullen hebben gesnuffeld
tot deze beslissing zijn gekomen om mij het stempel psychisch
gestoord (o.i.d.) op te plakken om op die manier mijn schrijven, mijn
tekeningen en mijn houding te depolitiseren.
Wat een doorzichtige truc, en hoe misselijk: ze durven de strijd niet
aan. Ze hebben natuurlijk allang begrepen dat ik zal weigeren in een
tweepersoonscel te gaan.
Hij wéét het, de doortrapte staatsrat, dat ik herrie ga
maken, dat ik doorprocedeer tot ik die schandalige dwang die met
plaatsing in tweepersoonscellen gepaard gaat (nl. isolatie tot je het
opgeeft te weigeren), heb uitgevochten. Daarin heeft de staat geen zin;
geen zin in de advocaten die alles op alles zullen zetten, geen zin in
support, publiciteit, geen zin in rumoer!
Mijn reputatie moet me via Kamp Zeist en Zwolle vooruit zijn gesneld en
dit is dan de verdict: Je hebt bijzondere zorg nodig, moet geobserveerd
worden. Wat een drogredenen om zo controle uit te kunnen oefenen!
Mensen, wat ben ik nijdig over de manier waarop ze de autoriteiten de
strijd uit de weg willen gaan, en zij zijn nog wel in al hun macht, met
al hun wapens en bevoegdheden, zoveel sterker dan ik. Ik heb enkel mijn
wilskracht, mijn motivatie, mijn principes en inzicht als wapens, en
die vrezen zij al.
Misschien moet ik er trots op zijn. Je kunt immers beter goed "gek"
zijn, dan braaf en "normaal" volgens de standaarden van deze
controlemaatschappij.
Maar ik voel me in een hoek geplaatst van waaruit ik eenvoudig met
psychiatrische verklaringen en allerhande maatregelen onschadelijk kan
worden gemaakt.
Het wachten is op de psycholoog: die heeft heel wat uit te leggen. En dan ga ik direct bezwaar maken tegen deze beslissing!
Groet,
Joke
ARBEIT MACHT FREI deel 12: ”wij zijn tegenstanders” Juist ja!
Justitie is niet blij met mij, op zijn zachtst gezegd. En daarom zit ik
hier op deze afdeling BZA, zo beweert de psychologe, want ik heb
“de vorige keer naar de hekken gekeken en daarvan tekeningen
gemaakt, en aantekeningen”. Dat wordt mij “zeer kwalijk
genomen”.
”Wij” zijn tegenstanders, concludeert de psychologe als we
bijna aan het eind van een bijzonder stekelig gesprek zijn gekomen,
waarin zij feitelijk mij de ’keuze’ voorlegt:
1. op deze afdeling blijven, maar dan boven i.p.v. beneden, of
2. naar een andere afdeling, naar een 2persoonscel, “maar dat wilt u niet, hè?”, weet ze.
Ik bevestig dat ik 2pc weiger om principiële redenen, en benadruk
dat door te zeggen dat ik het in Zwolle en Kamp Zeist ook heb geweigerd.
“Maar”, zegt ze, de hypocriet, “we willen niet graag
iemand in de iso gooien, want dat is slecht voor mensen”.
Wat een gotspe! Ze staan overal in Nederland in de bajes klaar met dit
machtsmiddel, maar bij mij willen ze er niet aan beginnen!
“Jullie willen de strijd niet aan!”, zeg ik. Ze reageert
onbegrijpend. Ze weet trouwens niet eens dat ik hier eerst al een week
op de gewone inkomsten afdeling heb gezeten!
Ze weet eigenlijk helemaal niets. Behalve wat haar goed uitkomt.
Ze ontkent dat ‘boven’ (de ‘ring’ van de
afdeling) ook ‘BZA’ is. Ze ontkent dat het woord
“psychiatrisch” voorkomt m.b.t. deze afdeling. Als ik dan
zeg dat er papieren hangen met dagprogramma’s voor “BZA
beneden” én “BZA boven” erkent ze dat ‘t
beide BZA is, máár ”.. boven, daar zitten alleen
maar mensen die ‘t gewoon heel erg moeilijk hebben”.
Ik heb het niet moeilijk, en ik heb géén psychisch
probleem, benadruk ik, dus ik hoor hier niet en ik wil hier weg. Punt
uit.
Ik confronteer haar met het feit dat ik mijn pen-dossier (van die
beruchte ‘vorige keer’) heb op willen vragen en hoe
wonderlijk: dat kon niet want het ”is niet hier”; maar
‘t komt dus wel ineens bovendrijven om als reden te dienen om mij
“ter observatie” op deze afdeling te zetten, en de
psychologe citerend “om te zien wat u gaat doen”.
Wat ik ga dóen?! Ik zit hier intussen 11 dagen, waarvan 4 in
BZA, en ik heb alle hekken zeer goed kunnen bekijken. Één
ervan is mijn uitzicht! Eerst de tralies, dan het hek (de
kooiconstructie rond het gebouw ‘Romeo’): op 4 meter
afstand. Ik heb álle tijd om elk schroefje te bekijken, elke
moer, te weten precies waar de camera’s zijn, poorten, deuren
enzovoorts. Willen jullie dat niet, stop me dan niet in jullie bajes en
jullie ‘probleem’ is opgelost.
Ha, nee?.. zó zal het niet gaan.
Ik heb de bal teruggespeeld naar de psychologe. Ik had nog zoveel meer willen zeggen.
Zo zei ze dat ik “mensen hier tekort doe” als ik zeg dat
dit een psychiatrische afdeling is (“dat is het écht niet,
hoor!”) maar waarom zou ik mensen tekort doen? Is het niet zo dat
ik ”die geen ‘bijzondere zorg’ nodig heb” nu
een plaats bezet houd voor iemand die ‘t wel nodig heeft, zonder
dat me iets is gevraagd, en om de simpele reden dat:
1. justitie het mij kwalijk neemt dat ik hekken bekijk (laat ik er een studie van maken!) en
2. justitie het niet aandúrft om mij in een
2pc te dwingen, want dan zitten ze met een strijdbare activist in de
iso die alles aangrijpt om hun dwangmiddelen kapot te procederen.
Daarenboven!: hoe oneerlijk c.q. ongelijk tegenover al die andere
gevangenen in NL die wel gedwongen worden om in een 2pc te gaan zitten,
of anders?..
Ik wíl géén gunsten van justitie!!
Zo is het, en niet anders: de lafheid, de hypocrisie! Deze is ongeëvenaard! De leugens, de ontkenning;
Dus ik heb de bal teruggespeeld. Ik heb gezegd: “Ik gá
niet zeggen dat ik ervoor kíes om in een 2pc te moeten. Ik ga
niet zeggen dat ik ervoor kies om in de iso gegooid te worden. Ik wil
hier weg, want ik hoor hier niet, en nu moeten júllie maar zien,
wat jullie gaan doen”.
De psychologe is boos weggelopen. “Ik ga niet met u
onderhandelen”. “Dat hoeft niet”, zeg ik
“ik zeg u gewoon wat ik wil, zoek het verder zelf maar uit”.
Zo. That’s it voor wat betreft de misselijkmakende chantage die
nog verder gaat dan ik kon bevroeden toen ik hier binnenkwam.
En nee, een dossier met daarin dat je in BZA hebt gezeten achtervolgt
je niet, zegt ze; “hoe komt u erbij?” Nee hoor. Maar het
dossier waarin staat dat ik hier de vorige keer naar hekken heb gekeken
achtervolgt me wél, ook al is het dossier “niet
hier”.
Geloof nooit een medewerker van justitie! Vertrouw er geen
één, geen bewaker, geen directeur - allicht niet. Maar
ook de zieleknijpers niet. Ze zijn van den engste soort: als je ze
tegenspreekt, doen ze namelijk of jij gek bent, alleen heet dat niet
zo. En nee, er is niets psychiatrisch aan een afdeling waarvan het
dagprogramma dagelijks op rooster heeft staat (i.t.t. andere
afdelingen, die hebben dat niet):
“08.00 - 08.15: medicatie uitdelen”
“16.45 - 17.00: medicatie uitdelen”
En nee, er is niets psychiatrisch aan een afdeling die beschikt over
“gestripte cellen”, waarvan het raam met spiegelfolie is
beplakt (net als in de iso in Zwolle): daardoor ziet van binnenuit de
buitenwereld er grauw uit overdag, en kun je ‘s avonds niet naar
buiten kijken.
Op de ‘stripcellen’ hangt een papier om in te vullen met:
Gestripte cel
- bestek: eigen of plastic
- scheurhemd
- scheurdeken
- eigen kleding:
- koffie/thee
- rookt (wij geven vuur)
De mensen in de ‘stripcel’ dragen een stevig knalrood trainingspak met daaronder alleen een papieren onderbroek.
Tot zover. Ik ben in afwachting van wat er nú gaat gebeuren.
Groet,
Joke
14-7-08 Nieuwersluis
Albayraks dwang: ‘dubbel zitten’, deel 2
15-7-08: inkomstenafdeling PB (gebouw ‘Papa’):
Karin staat geërgerd beneden, op ‘het vlak’. Ze is aan
het ‘verhuizen’. Een deel van haar spullen staat nog in
haar ‘oude’ cel. Een deel staat in blauwe plastic zakken in
een tweepersoonscel aan de overkant.
‘Ze hebben niks van tevoren gezegd. Ik moet ineens in tien
minuten dáár zitten’. Ze blikt misprijzend de cel
met het stapelbed in. Daar is het een rommeltje, want haar toekomstig
(d.w.z. over enkele minuten) celmaatje moet ook zo snel
‘verhuizen’.
Alles ligt door elkaar. Ze zoekt een brief aan haar advocaat, die ze
posten wil, maar kan hem nergens vinden. Over enkele minuten is het
tijd voor het luchten. Vóór die tijd moet de verhuizing
gedaan zijn, want dan moeten al die deuren weer dicht.
Karin is een ‘gebruikster’, althans: ‘buiten’. Haar celgenote in spé is dat niet.
‘We willen niet met elkaar. We liggen elkaar niet’.
Daar zijn de twee het over eens. Dat is het enige waarover ze het eens zijn.
Karin is de kwestie gaan bepleiten bij de ‘P.I.W.-ers’. Ze is bij hen op kantoor geweest. Ze vertelt:
‘ Ze vroegen: ‘rook je?’
Ik zei: ‘ja’
Ze vroegen: ‘rookt zíj?’
Ik zei: ‘ja’
‘Dan kunnen jullie bij elkaar. Dat is het enige criterium’.
Terwijl ze dit vertelt, zoekt ze de brief in beide cellen tussen haar
spullen. Intussen wordt ze tot opschieten gemaand. Dan vindt ze de
brief in de eenpersoonscel, wil een postzegel pakken uit de
tweepersoonscel ‘ haar nieuwe onderkomen ‘ maar de deur
daarvan zit al dicht en wordt niet meer voor haar opengedaan. Tijd =
tijd, ook al is de verhuizing niet gereed.
Met de brief in haar hand loopt ze de luchtplaats op. Bij het verlaten
van de afdeling, zowel als bij het oplopen van de luchtplaats, worden
we geteld. ‘Achttien vrouwen op de luchtplaats’.
Ik vraag Karin, terwijl we rondjes lopen, wat ze zeiden toen ze zei dat ze niet wilde.
‘Ze zeiden: ‘je moet’. Ze zeiden ‘Je hebt geen keuze, je hebt er niets over te zeggen’.
Vorige week had ik het met haar over het rapport van de RSJ
(‘Meer op één cel?’) en de reactie van
Albayrak.
‘En hoe zit het dan met die inspraak waarover Albayrak het had?’ merk ik op.
Karin besluit een bewaker die wij ‘snorremans’ noemen aan
te spreken tijdens het luchten. Daarna komt ze naar me toe en vertelt:
‘Hij zegt: ‘Ze wilden het versoepelen, maar ‘Den
Haag’ heeft besloten dit niet te doen: de cellen moeten
vol.’
Karin wil niet naar de ‘iso’, dus ze geeft toe. Na afloop
van het luchten pakt ze haar laatste spullen uit de cel waarin ze eerst
zat en sleept ze de tweepersoonscel in. Ik hoor haar nog vragen om een
tweede asbak, maar zelfs dát is teveel gevraagd.
Ik tel zeker zes lege eenpersoonscellen in het uurtje
‘recreatie’ dat op het luchten volgt - het uurtje recreatie
voor de bovenverdieping (de ‘ring’) wel te verstaan.
Beneden heeft al recreatie gehad, dus Karin en haar celmaatje zitten al
met z’n tweeën ‘achter de deur’, voor de rest
van de dag. Het is kwart over drie.
Het is duidelijk waar het in Nederland naar toe gaat met die bajessen.
De opmerking ‘De cellen moeten vol’ zegt het. Kort, bondig,
en duidelijk.
Met andere woorden: Eerst bouwen we bajessen en cellen bij, en zoveel
mogelijk ‘dubbele’, en dán zeggen we dat ze wel
vól moeten!
Het aantal opgeslotenen moet dus worden aangepast aan de
gecreëerde ‘capaciteit’, en er wordt voortvarend
doorgebouwd. Daar gaan de komende jaren nog flink wat bedrijven,
aannemers, bouwers, architecten, van profiteren. Met de nieuwbouw van
het detentie- en uitzetcentrum Zestienhoven is de eerste publiek
private samenwerking (pps) een feit. Amerikaanse toestanden. De
gevangenis als industrie, als bedrijf, en zoals met alles dat wordt
geprivatiseerd: hoe goedkoper, hoe ‘efficiënter’, hoe
beter. Soberder dus. De bajes is booming big business geworden!
Terug naar de situatie in Nieuwersluis, en de tweepersoonsceldwang.
Karin zei: ‘Maar in de ‘Romeo’ (een van de drie
cellengebouwen hier) zijn toch geen tweepersoonscellen?’
‘Jawel hoor’, weet ik te vertellen.
‘Vorige keer dat ik hier was, niet’.
‘Nu wel’.
‘Shit!’
De bajesbazen van Nieuwersluis hebben het bij mij (nog) niet
geprobeerd. Hoe inconsequent! Mijn te verwachten en aangekondigde
weigering, voorzien van een stellig ‘en dan moeten ze maar zien
hoe ze me in de iso krijgen’ is hier wel bekend. Het zou op de
inkomstenafdeling al lang mijn beurt zijn geweest, ware het niet dat
men het nodig vond vóór die tijd mij ‘ter
observatie’ naar een afdeling die BZA heet (en tijdelijk is
ondergebracht in gebouw ‘Romeo’) over te plaatsen. Die
afdeling hangt vol met camera’s, bolletjes, aan de muren. Je kunt
er nergens lopen zonder dat je doen en laten nauwgezet wordt
vastgelegd. Er zijn ‘gestripte’ cellen, waar bijna
niks in staat, maar géén tweepersoonscellen. Het is de
enige afdeling zonder tweepersoonscellen.
16-07-08: ‘standaard’-afdeling QA, beneden, cel 35 (gebouw ‘Quebec’)
Tot gisteren zat ik - na fel protest en tussenkomst van mijn advocaat -
terug op de inkomstenafdeling PB, minimaal 21 uur, meestal 22 uur
‘achter de deur’. In mijn eentje vind ik dat wel ‘te
doen’. Ik schrijf, teken, doe lichaamsoefeningen, luister naar de
radio.
Vandaag ben ik overgeplaatst naar een andere afdeling: QA. Deze
afdeling heeft 17 tweepersoonscellen, en 15 enkele. Totale
‘bevolking’: 49 vrouwen. Druk. Er is ‘arbeid’,
maar dat doe ik niet. Ik werk niet als slaafje voor de staat. Werken
hoeft weliswaar niet, maar dat betekent méér tijd dan op
inkomsten: ‘achter de deur’’
Voorlopig zit ik (nog) alleen. Er is geen ‘contra-indicatie’ voor een 2pc, meende ik te horen zeggen.
Twee vrouwen die hier ‘reinigster’ zijn, zitten samen en
kunnen het goed met elkaar vinden. ‘Maar als dat niet zo is?.. je
moet tóch’.
Momenteel ben ik één van de 15 gelukkigen die alleen zit.
Sommige vrouwen zitten hier jáááren. Waarom zou ik
bevoorrecht blijven? Ik ben dus benieuwd of de directie van deze
ballentent alsnog consequent gaat zijn en iedereen gelijk gaat
behandelen. Of geldt de dwang ‘in the end’ alleen voor
mensen die gemakkelijk geïntimideerd kunnen worden??
Joke Kaviaar, 16-7-08
Vanuit ‘Quebec’, Nieuwersluis
Mail van Janneke:
Beste mensen,
Ik ken niet iedereen van deze mailinglijst, maar jullie mij wel.. ik ben namelijk voor 39 dagen Joke’s secretaresse.
In de hoop dat Joke’s vrienden mij niet onwelgezind zijn, ben ik
zo vrij jullie ook iets te sturen van eigen hand. Het is dankzij Joke
dat ik dit geschreven heb, nl. vanwege de door haar beschreven
opmerking van de psych van Nieuwersluis: ‘Iemand in de iso
gooien, dat is slecht voor mensen’.
En dan wel werken in een instelling die isolatie voortdurend gebruikt als straf en als pressiemiddel’.
Hieronder een stukje, waarin verhalen van de ervaringen van mensen (die ik bezoek) met de medische dienst.
Ook dokters zijn gevangenisbewakers
Dokters, met enkele zeldzame uitzonderingen, functioneren ook als
raderen in de machine, als medeplichtigen. Dokters behoren tot het
korps van de bewakers, het zijn bewakers die alleen als dokters
fungeren maar die dezelfde antipathie hebben tegenover gevangenen.
Tijdens hongerstakingen, tijdens dorststakingen, na de vechtpartijen
was er altijd, uiterst zeldzame uitzonderingen daargelaten, een verslag
ten gunste van de instelling. (?..)
Als je een schets moest maken van een gevangenis, voer er 2 bewakers in
op die je in elkaar slaan met knuppels en een dokter die achter hen
wacht tot ze klaar zijn, zodat hij/zij je kan vertellen dat er niets
met je aan de hand is.
Patxi Zamoro Duran,. Op 43-jarige leeftijd overleden tengevolge van een
slepende ziekte, opgedaan gevangenissen, voor een groot deel van het
F.I.E.S.-regime in Spanje.
‘Wij zorgen heel goed voor onze gevangenen’
Met deze schandalige, hypocriete bewering wordt keer op keer de burger
belogen door de overheid en de medische dienst in gevangenissen en
detentiecentra.
Ik bezoek veel mensen in gevangenschap. Ik weet beter. Ik weet dat er
absoluut NIET GOED voor ‘onze’ gevangenen wordt gezorgd.
Dat er sprake is van nonchalance, onverschilligheid en minachting voor
degenen die aan de ‘zorg’ van de medische dienst zijn
toevertrouwd. Dat het inderdaad zo is, als in bovenstaand citaat, dat
doktoren als raderen in de machine, als medeplichtigen (van het
repressieve gevangenissysteem) functioneren.
Ik heb voorbeelden te over.
Ik kreeg toevallig vandaag twee telefoontjes vanuit twee gevangenissen.
Mohamed, een periode in hongerstaking geweest, zei:
‘Toen ik in hongerstaking was heeft niemand iets voor me gedaan, niemand heeft voor me gezorgd’.
Eduardo, een voormalig kindsoldaat, kan al twee jaar nauwelijks slapen
door zijn traumatische verleden: hij krijgt nog geen paracetamól
van de medische dienst.
De Koerdische hongerstaker Mehmet: veronachtzaamd gedurende zijn
hongerstaking op de bajesboot in Dordrecht. Hij werd niet eens
(verplicht) opgenomen in een observatiecel. Pas nadat hij, na ruim een
maand niets te hebben gegeten, bewusteloos op de grond werd
aangetroffen, werd hij naar het gevangenisziekenhuis in Scheveningen
gebracht.
Ali zag ik afgelopen dinsdag op de bajesboten in Zaandam. Hij liep
behoorlijk mank - ongelukje tijdens het voetballen. Hij vroeg om een
dokter: ‘Nee’, was het antwoord, ‘vul eerst maar een
briefje in, dan komt de dokter overmorgen wel kijken’.
Ali had ik een maand geleden bezocht op de bajesboot in Rotterdam: toen
vertelde hij al dat hij ernstige last had van zijn maag, en doorlopend
diarree. De dokter deed er niets aan.
Dinsdag zag ik hem weer. Ik schrok toen ik hem zag: hij was enorm
afgevallen. ‘Acht kilo’, meldde hij desgevraagd. Die
ochtend hadden ze hem eindelijk naar het ziekenhuis gebracht, voor
onderzoek. Hij vertelde dat ze hem geboeid hadden, en aan zijn boeien
opgetild. Zó door het ziekenhuis gedragen, hij kon niet eens met
zijn benen bij de grond. Wat een schofterige behandeling!
Ahmed zit ook in vreemdelingenbewaring, echter niet in een
vluchtelingenbajes, maar omdat hij gevochten heeft met een paar
bewakers is hij onder een streng regime geplaatst.
Hij ging in hongerstaking in Vught uit protest tegen het individuele
regime daar. Vervolgens werd hij overgebracht naar Scheveningen, waar
ze hem een maand lang zonder televisie en zonder contact met andere
zieke gevangenen ‘observeerden’. Hij is weer gaan eten,
werd via Vught naar Kamp Zeist gebracht en binnen een week opnieuw
overgeplaatst, ditmaal naar de Bijlmerbajes, afdeling LABG. Daar werd
hij drie weken lang onderworpen aan een individueel regime, waarna hij
hem werd toegestaan te ‘recreëren’ met 1 andere man.
Één uur per dag - de overige 23 uur per dag moest
hij in z’n eentje doorbrengen.
Ik heb hem daar twee keer opgezocht, het regime schreef voor dat we in
een apart kamertje moesten zitten met twee bodybuiler-bewakers op ons
lip. Alles wat Ahmed zei en deed werd ‘geobserveerd’ - niet
alleen tijdens het bezoek, maar continu.
Ahmed wilde me niet meer zien onder deze omstandigheden en waagde een
uitbraakpoging, waarbij hij zijn bed en het raam vernielde. Na
ontdekking werd hij voor straf twee weken in de iso opgesloten.
Nu is hij terug in Vught, waar hij min of meer direct wederom in de iso belandde. Hij besloot opnieuw in hongerstaking te gaan.
Hij belde me gisteren en vertelde dat de medische dienst hem onderzocht
heeft, waarbij geconstateerd werd dat hij een veel te lage bloeddruk
heeft en dat er iets niet goed is in zijn bloed. Het gevolg is, dat hij
nu wéér in de iso zit. Daar wordt hij permanen door
camera’s gadegeslagen. De cel in de isolatieafdeling is extreem
koud.
De medische dienst doet niets aan deze situatie. Het wordt dus
getolereerd dat een zieke man, die bijna doorlopend geïsoleerd is
geweest, in een koude cel wordt opgesloten.
Zowel verpleegkundigen als dokters als psychologen/psychiaters in
p.i.’s maken zich medeschuldig aan het letterlijk ziekmakende
gevangenisregime. Ze weten beroepsmatig dat gevangenen ziek worden van
het intimiderende, verstikkende en persoonlijkheidsafbrekende
gevangenisregime. Hun antwoord daarop is ‘paracetamol’, dan
een lange tijd niets, en uiteindelijk het voorschrijven van veelal
niet-werkende medicijnen.
Psychologen/psychiaters weten donders goed dat mensen zwaar beschadigd
kunnen worden door isolatiepraktijken, maar ze doen er niets aan om dat
te voorkomen. Er is ook geen sprake van ‘nazorg’ of zo je
wilt ‘opvang’ voor gevangenen die psychisch in de war zijn
geraakt door isolatie.
In het geval van Ahmed grijpen ze zelfs niet in terwijl ze wéten dat hij er zieker op wordt.
Wat zijn dat voor mensen, die de medische dienst bevolken? Dat zijn
mensen (mogelijke uitzonderingen daargelaten) van het soort dat geen
moeite heeft met werken voor een baas die neerkijkt op zijn
gedetineerden, getuige zijn vacature-eis: ‘kunnen omgaan met
dwingend gedrag van patiënt’. Dat zijn mensen die minachtend
over gevangenen denken.
Ik heb ze gezien, toen ik in Zestienhoven in de bezoekgroep zat.
Verpleegkundigen die gierend van de lol door het centrum liepen.
Verpleegkundigen die een vrouw, die naar de gang was gegaan omdat ze
niet meer kon ophouden met huilen, diagnosticeerden als:
‘bevangen door de warmte’.
Geen merkbaar inlevingsvermogen was te constateren - ik hoorde dan ook
alleen maar klachten van gevangenen over de medische dienst.
Bovengenoemde gevangenen zijn mensen die ik een beetje probeer te
volgen. Ik ken er nog meer, waar ik nu niet over geschreven heb, en ik
ken ook wat mensen die inmiddels op vrije voeten zijn. Een minieme
groep mensen dus, maar ik weet dat ze allemaal medische problemen
hebben of hebben gehad. Ook de mensen die vrij zijn, kampen met
lichamelijke of psychische problemen - overgehouden aan hun
gevangenisperiode.
Ik heb niet willen schrijven over de talloze doden die gevallen zijn
door falende medische diensten in gevangenissen, detentiecentra en
politiebureau’s. Mensen die tot zelfmoord werden gedreven door de
omstandigheden binnen in onze staatshotels.
Ik heb geschreven over de mensen die nog leven, en die aan de goden van
de medische dienst zijn overgeleverd. Mensen die ik ken, en die me aan
het hart gaan. Mensen waar ik me zorgen over maak.
Binnenkort komt er een rapport uit over de medische dienst in gevangenissen en detentiecentra. Wat zou er uit komen?
‘Er wordt heel goed voor de mensen gezorgd’?
We zullen het zien?.
Janneke, 17 juli 2008
18 juli 2008
Hallo mensen,
Joke is weer eens overgeplaatst naar een andere afdeling:
Nieuw adres:
Joke Kuijt
QA 035
p/a Locatie Nieuwersluis
Postbus 1328
3430 BH NIEUWEGEIN
Op deze afdeling zitten wel bijna 50 vrouwen, die allemaal tegelijk luchten.
Recreatie is hier beperkt tot 4 uur in de week..
Er is maar één telefoon voor 50 vrouwen, dus ze kan nu nog maar om de dag bellen.
Ze heeft geen contra-indicatie gekregen voor een tweepersoonscel, en ze
houden haar in de gaten: toen ze tijdens het luchten bij een hek stond,
kwam er een bewaker naast haar staan.
Op de site van “geen stijl” stond een posting met het
‘nieuws’ dat Joke gek was geworden, met de oproep tot het
sturen van kaartjes. Met een beetje pech is Joke nu dus bedolven onder
zieke kaarten van zieke mensen.
Dus! Als jullie nog een kaartje hebben liggen en tijd hebben, stuur haar dan een niet-zieke kaart?.
Bezoek is maandag van half 2 tot half 3. Als iemand wil gaan, kan
hij/zij dat even aan mij melden? Dan kan ik het coördineren!..
Groet,
janneke
Hallo allemaal,
Ben nu overgeplaatst naar gebouw Q, en zit nu: QA-0-35. Dit is
één van de 15 1persoonscellen, de rest, 17, in 2persoons.
Volgens mij heb ik GEEN contra-indicatie voor 2persoons dus ‘t
kan nog gebeuren dat ze dat alsnog door willen drukken; dus iso..?
Andere meiden, die ik ken van de inkomstenafdeling, zijn gedwongen in
2pc te gaan zitten. Een van hen vertelde hoe ze protesteerde. Ze hebben
net zo lang aan d’r hoofd gezeurd tot ze toegaf. Ook de ander
ging met grote tegenzin. Beiden zeer verbaast dat ik eenpersoons zit.
Jaloers ook natuurlijk, maar wat kan ik er aan doen? Zouden ze ECHT
niet durven om me te dwingen? Of kijken ze ‘t even aan eerst?
Ik ben hier een oude bekende uit Zwolle tegengekomen. Ze zit naast mij,
ook 1persoons en was verbaasd te horen dat ik destijds in de iso was
beland.
Deze afdeling is groot! De beide ‘kanten’ kunnen alleen om
beurten bellen, dus om de dag kan ik nu nog bellen. Vandaag, woensdag,
was ik er te laat bij. Volgende kans is vrijdag, en ‘t is dringen
geblazen.
Daar komt bij, er is minder recreatietijd. Er zijn dagen met alleen een
uurtje luchten!! Zoals op maandag (15.15 - 16.15 uur). Maandag is ook
bezoek voor deze afdeling, van 13.30 - 14.30 uur.
OP donderdag is het na luchten, alleen bieb en verder ook geen
recreatie-uur. OP zondag zie ik op ‘t rooster niet eens luchten
staan! Alleen kerk (duh!) en een uur recreatie.
Kortom, ‘t is hier huilen met de pet op qua rooster!
Vooral al je zoals ik niet gaat werken - ze kunnen de pot op, ik ben
hun slaafje niet. Dit wordt de komende weken dus nóg
méér ‘achter de deur’! Plus minder bellen.
Kortom: een achteruitgang.
Vandaag ben ik mee geweest met sport. Er werd gevolleybald, laat ik dat
vroeger nou gedaan hebben! Het was even inkomen, en uitkijken voor
m’n arm, maar al gauw serveerde ik ons team naar de overwinning.
Na afloop stond ik met een paar meiden tussen de sportzaal, waar ook
arbeid is en de medische dienst en de kerk, bij het muurtje tussen dat
gebouw en het gebouw Q (Quebec). We keken naar de sloot en het hek. Ik
geloof dat ze dat niet zo leuk vonden, die bewakers piepeltjes.
Terug het gebouw Q in, bespeurde ik bij een aantal meiden wrevel over
het rooster, en voor ik het wist zaten we met 4 meiden met onze kleren
aan de pingpongtafel vastgebonden. Voor hen was het een grap; even de
bewakers plagen en dan voor er ‘rapport’ wordt geroepen,
losmaken en lachend de cel ingaan. Hou zouden ze toch op dat
soort ideeën komen??
Het scheelde niet veel of we hadden rapport gehad want de bewakers, die
aanvankelijk lakoniek reageerden, begon het juist ernst te worden.
Hen op de luchtplaats de verhalen gehoord over de iso hier, niet best,
maar ja, what’s the difference tussen de ene iso (Zwolle) en de
andere (N’sluis). Misschien kom ik er nog achter?
Groet,
Joke
Arbeit macht frei deel 13: Rapport - Brand!
1. rapport
Mijn ‘buurvrouw’ heeft misschien rapport. Tijdens de sport
(fitness vandaag, daarover verderop meer) werd ze geroepen. Ze moest
naar de directeur. Het ging over een conflict tijdens het werk
(callcenter) met een andere vrouw. Ik denk dat de directeur nu bij haar
is, want ik hoor haar uitleggen wat er is gebeurd.
Mogelijk heb ik ook rapport.
Wat gebeurde er?
Ik liep aan het einde van het luchten op samen met twee Koreaanse
meiden. Één van hen spreekt een beetje Nederlands. Ze
probeert de jaargetijden te leren. Ergens op de achtergrond hoor ik
‘einde lucht!’ roepen. Al repeterend ‘zomer,herfst,
winter, lente’ lopen we rustig richting uitgang luchtplaats. Maar
naar de smaak van een bewaker niet snel genoeg. Hij roept achter ons
aan: ‘einde lucht’, vol ongeduld. Rustig de seizoenen
doorrepeterend lopen we door. Ik zeg: ‘We zijn al
onderweg’. Hij zegt dat we voortaan meteen moeten reageren.
Schouderophalend loop ik met de meiden door. Zomer, herfst, winter,
lente.
Plots begint de bewaker mij te commanderen. Hij is achter mij en wil
dat ik naar hem toekom. Ik draai me om en zie hem op een dikke twee
meter afstand van me staan.
‘Ik wil met je praten’.
Ik blijf staan. ‘Zeg het maar’.
‘Ik wil dat je naar me toekomt, je negeert mij’.
Ik zeg: ‘Ik kan je prima verstaan’.
Hij herhaalt: ‘Kom hier’.
Het gaat over twee stappen. Goed. Die kan hij krijgen. Demonstratief
zet ik twee hele grote stappen in zijn richting, en ga pal voor hem
staan met mijn handen in mijn zijde; kijk hem recht in zijn staalblauwe
ogen en zeg: ‘Zeg het eens?’.
Hij herhaalt dat hij drie keer heeft moeten roepen ‘einde lucht’ en zegt: ‘Ik geef je een waarschuwing’.
Ik zeg: ‘Ik hoorde het de derde keer pas’ en blijf hem strak aankijken.
Tenslotte zegt hij: ‘Ik ga dit rapporteren’.
‘Dat is goed’, zeg ik droogjes, draai me om en loop weg.
De andere vrouwen staan te wachten tot ze van de luchtplaats worden
afgeleid. Ze hebben het tafereel gadegeslagen. Ik zie enkele ondeugende
blikken, voeg me bij de Koreaanse vrouwen en zet de les voort:
‘Zomer, herfst, winter, lente’.
‘En nu is het zomer?’
‘Ja, nu is het zomer’.
Van mijn buurvrouw hoor ik dat de uitkomst van haar rapport is dat ze
een week niet mag werken. Ze haalt haar schouders op. Het had ook drie
dagen afzondering op eigen cel (tv wordt dan afgenomen) en alleen
luchten (‘box luchten’) kunnen zijn; dat is wat ze
verwachtte.
Het is me niet duidelijk of ik de directeur nog langs ga krijgen
vanwege mijn confrontatie met de bewaker, en wat daarna dan de uitkomst
zou kunnen zijn.
2. Brand!
Het was weer tijd voor sport vandaag. Vorige week was het volleybal,
vandaag fitness. Ik ben nog nooit in een fitnessruimte geweest. Het
staat er vol met apparaten. Zelf doe ik in mijn cel oefeningen voor
mijn schouder- en armspieren en voor mijn buikspieren want ik wil hier
zowel mentaal als fysiek sterker uitkomen.
Ik kies uiteindelijk voor de fiets. Het fietsen roept al snel
herinneringen op aan mijn laatste fietstocht: door Zaandam, naar de
bajesboten, om drie uur ‘s nachts. Met spandoeken en
persverklaringen, touw, en meer benodigdheden in mijn fietstassen. De
fietstocht die eindigde met de hardhandige arrestatie op nog geen 500
meter van mijn doel.
Dus nu fiets en fiets ik, verzwaar het fietsen, en ik fiets en in de
fitnessruimte schalt harde muziek en ik fiets op het ritme van de
muziek, nog harder, nog zwaarder en hoor ineens achter mij een luid
geknetter.
Ik kijk om. In het stopcontact achter mij zie ik vonken.
‘Ik geloof dat we kortsluiting hebben’, zeg ik kalm tegen
de man die er sportinstructeur is (hij doet in wezen niks daar behalve
er zijn). Het geknetter gaat door, een vlammetje komt tevoorschijn.
Ik ben intussen al afgestapt en iemand trekt de stekker eruit. De
vlammen worden groter. ‘Iedereen eruit!’ wordt geroepen.
Sommige vrouwen raken licht in paniek. De vlammen hebben intussen al
greep op de wandbekleding, zwarte rook begint de ruimte te vullen en we
gaan de gang op, naar beneden.
Consternatie in de kleedkamer. (Het is nu recreatie, mijn buurvrouw maakt grapjes ‘Joke heeft brand gesticht’).
In de kleedkamer werden er ook al volop grapjes gemaakt.
‘Wie zat er op dat apparaat?’
‘Joke!’
Ik zeg: ‘Shit! Niet verder vertellen. Ik heb te hard gefietst!’
Iemand anders roept: ‘Ik zei nog: volleybal! Géén fitness’.
We dollen door, terwijl meer bewakers toesnellen om de beginnende brand
te bestrijden. Het viel me op dat er geen sprinklers waren, dat er geen
rookmelder afging, dat er geen blusapparatuur was in de fitnessruimte
(ik zocht meteen de brandblusser).
‘Bijna gelukt,’ grap ik ‘de bajes in de fik’
en: ‘dat heb ik nu altijd al eens willen doen’. Gegrinnik
alom.
‘Weet je wat een pyromaan is?’ vraagt mijn buurvrouw aan een ander.
‘Iemand die brand sticht.’
Ik heb in één uur tijd alweer een leuke reputatie
opgebouwd! En misschien komt vandaag de directeur nog op bezoek?’.
Solidaire en strijdbare groet vanuit Nieuwersluis
JK
22-7-08



ARBEIT MACHT FREI 14: ‘wie zoet is, krijgt lekkers’
Papier tellen: 64 cent per uur. 4 uur per dag. 5 dagen per week = 12,80 per week.
Callcenter: 6,40 per dag. 32,00 per week
Ziehier de zinvolle arbeid aangeboden in Staatshotel Nieuwersluis.
Wie niet werkt, zit ‘achter de deur’. Het
‘dagprogramma’ is dermate minimaal dat de meesten gaan
werken, alleen maar om niet ‘binnen’ te zitten. In deze
context betekent ‘binnen’ niet alleen ‘in de
bajes’, maar: ‘in-de-cel-in-de-bajes’; voor de
meesten uren van trage verveling en ledigheid.
Het is hierom dat mensen het zich laten aanleunen te worden uitgebuit.
Justitie redeneert allicht dat wij hierbinnen zoveel geld kosten, Nog
altijd teveel, ondanks alle bezuinigingen, versoberingen,
twee-op-één-cel maatregelen, dus er moet érgens
winst mee worden behaald.
Wie om te beginnen al niet bereid is om geestdodende arbeid in de vorm
van het tellen van papiertjes te verrichten, komt niet ver in de
bajescarrière. Laat staan dat je in aanmerking komt voor
allerhande ‘resocialiserende’ en
‘re-integratie’-programma’s op afdelingen met een
regime dat meer bewegingsvrijheid beidt en waaraan privileges verbonden
kunnen zijn.
Ik weigerde een werkstraf te doen omdat ik dat dwangarbeid vind, en dientengevolge zit ik hier.
Toen ik op deze afdeling (QA) kwam, lag het
‘sprekersbriefje’ voor de ‘arbeid’ al ingevuld
voor me klaar. Ik heb de bewaker gezegd dat hij het kon weggooien .
“Dan zit je wel veel op cel”, zei hij. Arbeidsdwang,
vermomd in de dreiging van een bijna-kluizenaarsbestaan.
Ik heb mijn schouders opgehaald. “Ik heb mijn eigen werk”.
Carrière. Jaja! Ook hier kun je carrière maken, want als
je het al tot callcentermedewerkster hebt geschopt en het gele
poloshirt met opschrift ‘P.I.V. Nieuwersluis –
callcenter’ mag dragen, is dat een stap in de ‘goede’
richting.
Naast de afdeling QA bevindt zich de afdeling QB, een zogenaamde
‘standaard-plus’ afdeling. Vanuit QA kun je de vrouwen in
QB vrijelijk over ‘hun’ afdeling zien lopen, ze hebben
zelfs de sleutel tot hun cel, en hebben een ‘eigen’
luchtplaats waar ze onbelemmerd op kunnen, aan de zuidwest kant van het
gebouw. Een kooi, aan het gebouw, met moestuintjes.
Wie wil dat nu niet? Dus …… wérken zul je, want
wie niet werkt, komt nooit in QB. Maar dit op het aloude
Sinterklaasdeuntje ‘Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de
roe’ leunende systeem, heeft nog veel meer moois voor haar
modelgevangene in petto! Laten we er modelburgers van maken!
Vanuit de inkomstenafdeling had ik het al meermalen gadegeslagen. Wat
deden die vrouwen in blauwe poloshirts? Wat doen die vrouwen in de
groene poloshirts?
Nu weet ik het: ‘huisdienst’ (blauw),
‘groenvoorziening’ (groen). De blauwen en de groenen dragen
er zorg voor dat het hele terrein van Nieuwersluis, dat groter is dan
alleen de hoogomhekte cellengebouwen, er spic en span bijligt. De
groenen zie ik zelfs grasmaaien vlak voor de hoofdpoort – de
poort gaat zelfs voor hun ogen open! En buiten de hoge hekken. Als ik
goed geteld heb, zijn het er zes die het zover hebben geschopt.
Ongetwijfeld nog nooit een rapport gehad en bereid tot deelname en
medewerking aan alles. De hele dag ‘buiten’, d.w.z. in de
open lucht.
‘Wie zoet is, krijgt lekkers’ dus.
Voor de ‘stouten’ onder ons: onbereikbaar. Wat nóg
meer onbereikbaar is: de vervroegde invrijheidstelling (v.i.). Dat
hangt sinds kort daadwerkelijk af van je ‘goede’ gedrag.
Een kortgestrafte als ik heeft met deze wet niets te maken, die kon
toch al geen v.i. krijgen.
Maar mijn ‘buurvrouw’ heeft nog heel wat jaartjes te gaan.
Zo zitten er hier wel meer. Dus waarom opstanden in de Nederlandse
bajessen zo weinig voorkomen? Waarom – bijna - iedereen zich al
deze shit: de tweepersoonsceldwang, geestdodende arbeid, het
rondcommanderen, de ‘versobering’, laat aanleunen?
Om er zo snel mogelijk weer uit te komen. Om niet zoveel ‘achter
de deur’ te hoeven zitten. Om iets fatsoenlijks te kunnen kopen
uit de dure ‘winkel’, want maanden- of jarenlang de
magnetrontroep van de Koelversgroep, het slappe brood, karig beleg, en
om de dag een stukje fruit; dáár word je ongezond van.
De Nederlandse justitie heeft het al met al best goed bekeken met haar
schijnbare humaniteit, maar wie een kijkje te nemen krijgt aan de
binnenkant, weet hoe subtiel mensen eronder worden gehouden met een
uitgebalanceerd menu van gunsten en straffen.
Laten we niet vergeten dat dit systeem om te kunnen functioneren allereerst straffen nodig heeft.
Doe je een werkstraf niet? Zitten!
Doe je hier niet (snel genoeg) wat je gezegd wordt? Rapport. Afzondering. Isolatie.
En het kan vanaf daar ook nóg erger worden: een mens eenmaal tot
wanhoop gedreven, raakt in een vicieuze cirkel verstrikt. Wie zich
verzet, krijgt pas écht goed de tanden en kiezen van het
bajesmonster te zien, en vooral: te voelen. En weinig subtiel ook nog.
De landelijke afzonderingsafdeling (L.A.A.) in Vught is daar hét
voorbeeld van, en de EBI aldaar, en de
‘terroristen’afdeling. In Vught, het ware Guantanamo Bay
van Nederland, terechtkomen, kan iedereen gebeuren: een eerste incident
kan genoeg zijn om een kettingreactie van repressie teweeg te brengen.
Een eerste incident, als gevolg van het overreden van één
van de vele kinderachtige regeltjes in een ‘gewone’
bajes…. ‘Wie stout is, de roe!’:
Verboden in Nieuwersluis: rennen. Mag nergens, ook niet op de luchtplaats.
Verboden in Nieuwersluis: roepen naar elkaar door de luchtroosters
boven het raam. Daar kregen we vanavond – tussendoor dat ik dit
schrijf – voor de tweede maal een waarschuwing voor.
“De volgende keer krijg je rapport!” snauwt de bewaker aan de andere kant van het raam me toe.
“Mag ik wel zingen?” daag ik hem uit.
“Nee. Dat mag óók niet”.
“Waaróm niet?”
Maar de bewaker wil geen discussie en loopt weg.
“Ook al zo’n zeikerd”, roep ik nog.
Strijdbare groet vanuit Nieuwersluis,
JK 25-07-08




Arbeit macht frei 15: Hollands glorie: rapport!
Zondagmiddag 27 juli hadden de bewakers het zogenaamd leuke idee
opgevat om op de luchtplaats iets te organiseren dat Hollands Glorie
heette. Iets met Nederlandse muziek. Gezellig zogenaamd.
In de aanloop naar dit opgedrongen nationalisme sprak ik diverse
vrouwen. Stuk voor stuk vrouwen die het absurd vonden. Ik sprak ook met
iemand van de Gedeco die zei: “Aan ons is niets gevraagd, het
hing er opeens”.
Van de door de Zaanse politie verijdelde actie van 2 juli had ik nog 20
exemplaren van de persverklaring van Amnesty International over hun
vernietigende rapport over vreemdelingendetentie in Nederland.
Ik voorzag deze van het bovenschrift: “Hollands Glorie?!
Schending van mensenrechten!!” en deelde deze uit in de loop van
zaterdagmiddag. De overgebleven exemplaren besloot ik op zondagmorgen
– de dag van Hollands Glorie – her en der op de afdeling op
te hangen. Tot slot in de middag tijdens het luchten nog eentje ergens.
Het had als effect dat ik veel vrouwen hoorde praten over Nederland, in
negatieve zin wel te verstaan. Veel vragen over het vreemdelingenbeleid
waren er ook.
Wat ik verwachtte, gebeurde niet. Tijdens het ophangen kwam geen
bewaker aansnellen om het tegen te houden. Waarschijnlijk slaagde ik in
mijn opzet om dit ongezien te doen. Je zou denken dat de camera’s
die overal op de afdeling aan de muren hangen (bolletjes) hun werk wel
zouden doen…
Toen we ’s middags om 1 uur gingen luchten hingen ze er nog. Ik
was verbaasd. “Daar gaan ze echt niks aan doen, hoor, moet toch
kunnen?” zei een vrouw met wie ik al had gesproken erover, en
“wij béllen in het callcenter voor Amnesty. Het zou toch
te gek zijn als dit dan niet mag”. Ik deelde haar optimisme over
het toestaan van de opgehangen persberichten (8 in totaal, zowel boven
als beneden) niet, maar….. het ging nog goed.
Op de luchtplaats speelde een draaiorgel, de zon scheen. Zou ik in
Amsterdam langs zo’n tafereel lopen, dan zou ik mijn schouders
ophalen. Maar dat is het juist, dan kun je dóórlopen! Dit
was ons enig uur luchten op een warme dag!
Een bewaker die Jan heet, had een Nederlands vlaggetje op zijn wang geschilderd, het was te walgelijk voor woorden.
Onder een afdak op de luchtplaats hing ik er eentje op. Daarna praatte
ik elders met een paar vrouwen. Op dat moment kwam een andere bewaker.
“Wat doe jij met plakband op de luchtplaats?” Ah. Ze hadden
het door. “Mag dat niet?” vroeg ik vol onschuld.
“Nee”. “Nou, ik zal het zo weer mee naar binnen
nemen”, merkte ik op. Ja, hèhè. Natuurlijk. Maar de
bewaker nam er genoegen mee en liep weg. Allicht hield-ie me daarna in
de gaten.
Nog steeds niets aan de hand verder. Het luchten kwam ten einde. In
mijn cel, grenzend aan de luchtplaats, deed ik het luchtrooster dicht,
en het gordijn, en zette de radio (komt ‘uit de muur’) aan.
Dit alles om er niets meer van te horen tijdens het luchten van de
volgende groep.
Een tweede uurtje recreatie vandaag. Er zijn drie dagen in de week
zónder recreatie, dat uurtje zit dan op zaterdag, op zondag.
Een Koreaanse vrouw, degenen die de 4 seizoenen leert in een vorig
verslag, kwam op ‘de ring’ op me af. Ze wilde weten waar
‘die brief’ over ging. Ze vraagt me wel eens vaker wat over
brieven, dus ik vroeg: “welke brief?” Ze wenkte me mee naar
het door mij opgehangen persbericht nabij het kantoor van de bewakers.
“Déze brief”.
Ik legde haar uit waarover het ging, in de wetenschap dat deze uitleg
gezien en gehoord zou worden door de bewakers, maar, what the heck,
’t is tenslotte niet onbelangrijk.
Ja hoor. Daar kwam bewaker Jan. Het vlaggetje op zijn wang was weg. Hij begon:
“Mevr. K. Ik wil niet dat u dit overal ophangt”.
“Waarom niet?”
“Dat is voor óns om dingen op te hangen”.
“Dit is vrijheid van meningsuiting, vrijheid van informatie”.
“Ik wil dat u het weghaalt. Ik ga niet in discussie”.
“Ik haal het niet weg”.
“Laat ik het zó zeggen: U krijgt tot morgen 12 uur de tijd om het weg te halen”.
Hij begon nu met te zeggen dat als ik een mening had, dat ik die dan
maar mondeling moest overdragen en kwam toen met de dreiging van
rapport.
Ik herhaalde mijn standpunt, en ja, mondeling overdragen doe ik
óók, en ik zei hem letterlijk “Het zal me aan mijn
reet roesten als je me rapport geeft. Als je het weg wilt hebben, haal
je het zelf maar weg!”
Zijn te verwachten reactie:
“Dan krijg je van mij nu s.v. (dat betekent: schriftelijk verslag), je hebt rapport, omdat je een bevel niet opvolgt
(Hee, waar ken ik dat van? :-)). Je gaat NÚ gelijk achter de deur!”
“Waarom?” begon ik opnieuw.
“NÚ!”
Ik liep van hem weg, zei “ik maak eerst nog even een
ommetje” en snelde naar een van de recreatieruimtes, nog steeds
op ‘de ring’, maar aan de andere kant, waar ik wist dat ik
een vrouw zou treffen, M., die wist waar ik mee bezig was geweest: ik
zou niet met rapport ‘achter de deur’ gaan zonder dat
iemand wist wat er gebeurd was en waarom. Bewaker Jan beende achter me
aan, roepend “áchter de deur!”.
Ik stormde de ruimte in waar ik M. trof, en deed telegramstijl mijn
verslag, de hete adem van bewaker Jan in mijn nek. “Nú
achter de deur, anders gaan wij je helpen!”. Ik keek om naar hem
en zag hem op een knopje van zijn pieper drukken.
Direct ging in de hele afdeling een alarm af. Overal werd geroepen: “Alle deuren dicht! Iedereen achter de deur!”
Verdomme. Nu moest iederéén achter de deur. Daar wilde ik
niet voor verantwoordelijk zijn. Op dat moment besloot ik het verzet op
te geven. “Je kunt beter gaan” hoorde ik M. nog zeggen.
“Oké, ik gá al” riep ik tegen bewaker Jan,
die daar met een verhit gezicht stond. “Betrek andere vrouwen
hier niet in!”. Ik begon te lopen, de trap af, bewaker Jan in
mijn kielzog, het alarm dat nog steeds afging, en het roepen van andere
toesnellende bewakers “alle deuren dicht –
iederéén achter de deur!”, opgeschrokken vrouwen,
en ik bleef herhalen “Ik gá al; val andere vrouwen niet
lastig!” en liep naar binnen. De deur werd hard achter me
dichtgeslagen. Het alarm bleef gaan, ik hoorde hoe andere vrouwen
tóch nog achter de deur werden gejaagd, trapte tegen de deur,
riep “belachelijk!” en nog eens en nog eens. Ik had net zo
goed niet kunnen toegeven! (volgende keer beter, als die er nog inzit).
Toen werd alles stil. Bewaker Jan opende mijn deurluikje. Ik was bezig
pen en papier te pakken en keek niet op naar hem toen hij ten
overvloede zei:
“Mevrouw K. U heeft een s.v. rapport”
(Wordt vervolgd)
JK 27-07-08 N’sluis
Arbeit macht frei 16: “Wie stout is de roe”
Vervolg Hollands Glorie: rapport
Maandagmorgen werd ik door twee bewakers opgehaald om alleen te
luchten. Dat noemen ze hier ‘box-luchten’, en wel hierom:
De luchtruimte is in wezen niets meer dan een wat grotere cel! Een
ruimte met 4 muren en een plafond, in gebouw ‘papa’ bij de
isoafdeling, aan de andere kant van de luchtplaats (tegenover het
gebouw waar ik zit).
Bovenin een van de muren bevindt zich vanaf ongeveer 2 meter 50 een
spleet met een hoogte van zo’n 50 centimeter. Deze muur is de
breedte van de ruimte; 4 stappen. De spleet telt 25 tralies met gaas
ervoor, zodat insecten, vlinders, vogels je geen gezelschap kunnen
komen houden.
Je kúnt dus wel naar buiten kijken maar dan loop je de hele tijd
met je hoofd omhoog gericht naar die spleet te turen. Het
‘uitzicht’ bestaat uit het prikkeldraad van het hoge hek,
en de bomen erachter.
Deze ‘luchtbox’ telt 4 bij 5 stappen, diagonaal 7 stappen,
is erg donker! Drie wanden zijn van donker baksteen, voor licht moet je
het niet hebben van de spleet, maar van de tl verlichting in die ruimte!
Toen ik naar en van de luchtbox werd geleid, 1 bewaker
vóór, 1 bewaker achter mij, werd opgelet dat er op de
grote luchtplaats niemand was. Ik zou eens iemand spreken kunnen!
Aan het eind van maandagmiddag is de directeur geweest. Een hypocriete
zak! Hij gaf me drie dagen “straf op cel” zoals hij het
uitdrukte. Dit houdt in: 3 dagen afzondering, alleen luchten, en niet
mogen bellen behalve naar mijn advocaat – de laatste twee:
“wanneer er tijd voor is in het programma”. De tv wordt dan
afgenomen.
Nu kijk ik amper tv, ik heb het ding alleen gehouden om af en toe nieuws te kijken, dus daar heb je me niet mee.
Deze directeur is een ander dan degene waarmee ik de vorige keer
een confrontatie had; die is op vakantie. Ook deze kerel probeerde me
bij binnenkomst de hand te schudden en hij leek beledigd toen ik dit
niet deed. Goed zo!
Hij was snel klaar, luisterde nauwelijks (ze moeten je
‘horen’), lulde nog wat dat hij ook lid is van Amnesty
(“nou, gefeliciteerd”, spotte ik) en dat als iedereen maar
een beetje bevelen ging weigeren op te volgen, het een zootje zou
worden; dit voorzien van de overbodige opmerking: “Het is hier
namelijk een penitentiaire inrichting!”
Intussen is het in de p.i. van vies, warm, en plakkerig, en dan zit ik nog niet eens aan de middagzonkant.
De andere vrouwen hier laten me op verschillende manieren solidariteit
blijken: briefje onder de deur, snel het luikje open doen en even
zwaaien, roepen door het luchtrooster aan de buitenkant. Mijn
‘buurvrouw’, die ik maandagmiddag even sprak na bezoek (dat
ging gewoon door) zei “nu je rapport zit, zal ik lekker hard
muziek voor je draaien”. Ze heeft hele lekkere Arabische muziek.
In de aanloop naar de Hollands Glorie affaire had ik gezegd dat ze
beter háár een middagje voor DJ konden laten spelen. Een
andere vrouw heeft over Hollands Glorie gezegd dat we eigenlijk
allemaal hadden moeten weigeren om te gaan, maar dat was dan het
lullige: het was wel HET enige uur luchten.
Ik zal tijdens de ‘straf’ van drie dagen – die me
amper raakt – de tijd benutten voor nog meer tekeningen, en om te
schrijven. Tot nu toe mag ik wel post versturen.
Verder zal ik in beklag gaan, om principiële redenen. De
opgedrongen nationalistische shit, en de schending van het recht op
vrijheid van meningsuiting en vrijheid van informatie zal hierin een
belangrijke plaats innemen.
JK 29-7-08
PS en NB Een eerste spotprent op Hollands Glorie heeft reeds het daglicht gezien!
Albayraks dwang: ‘dubbel’ zitten, deel 3
Enkele weken geleden deed ik verslag van de praktijk van de
tweepersoonsceldwang hier in Nieuwersluis. Ik was toen net
overgeplaatst naar afdeling QA, cel 35, een
éénpersoonscel.
In de afgelopen 2 ½ week is daarin geen verandering gekomen en
uit een gesprek met mijn advocaat afgelopen week is gebleken hoe dit
allemaal gegaan is.
De directie van Nieuwersluis heeft me kennelijk een contra-indicatie
gegeven. Dit is stilzwijgend gebeurd, het is niet als zodanig benoemd.
Tegen mijn advocaat is gezegd dat ik ze (destijds op de BZA-afdeling)
‘tot last’ was, dat ik ‘stampei had gemaakt’ en
dat men vreesde voor onrust als ik in een 2pc zou worden gezet, want ik
zou wel eens kunnen gaan ‘stoken’, en dát zou mijn
celgenoot misschien niet leuk vinden.
Wel ja! Geef een potentiële celmaat maar de schuld van je eigen schijterigheid, dames en heren bajesbazen!
Ik heb nog niet kunnen achterhalen wat er op papier staat over de
contra-indicatie die er zou zijn, d.w.z. de officiële reden. Het
laatste wat ik wil is op psychische gronden ge-contra-indiceerd zijn!
Dan houd ik een stempel van gekte, als het ware.
Helaas wil de medische dienst/psycholoog er niets over kwijt. Ze
verwezen naar het afdelingshoofd. Sprekersbriefje ingevuld. Geen
reactie. Pogingen mijn hele dossier in te zien, zijn tot nu toe nog op
niets uitgelopen.
Intussen lijkt het erop dat – voor zover andere vrouwen hier dat
weten – nog nooit eerder iemand in Nieuwersluis daadwerkelijk een
2pc-plaatsing heeft geweigerd. In Nieuwersluis heeft dus nog niet
iemand om díe reden in de iso gezeten.
Terwijl ze er bij mij niet aan willen beginnen is de 2pc dwang hier al
jaren met veel ‘succes’ de gewoonste zaak van de wereld
(=bajes).
Dat begint al op de inkomstenafdeling. Het rapport
‘Méér op één cel?’ dat ik door
de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) hierheen
heb laten opsturen, is inmiddels aangekomen. Het is dit rapport
plús de European Prison Rules (EPR) van 2006, mede ondertekend
door Nederland, die beiden door Albayrak terzijde worden geschoven,
alleen omwille van bezuinigingen. In het rapport van de RSJ wordt
geadviseerd “een zorgvuldiger toepassen van
contra-indicaties”, bijvoorbeeld door een “minimale
observatieperiode (bijvoorbeeld twee weken)”.
Op de inkomstenafdeling (PB) gebeurt het echter geregeld dat al na 7
dagen en zelfs al eerder komt voor, daarvan ben ik zelf getuige
geweest. Zelfs nog vóór de resultaten van de
longfoto’s voor TBC controle bekend zijn! De hele TBC preventie
is dus ook één grote farce!
Dan de andere afdelingen, bijvoorbeeld deze waar ik nu zit: QA; met 15
éénpersoons en 17 tweepersoonscellen, de grootste: er is
plaats voor 49 vrouwen. Hier zitten vooral mensen in voorarrest en
langgestraften.
De periodes dat mensen ongewenst in een 2pc zitten, lopen (en deze
voorbeelden zijn van langgestraften!) op tot 9 maanden, 14
maanden… Verover het maximum! De RSJ schrijft in haar rapport:
“langgestraften alléén in een meerpersoonscel te
plaatsen indien zij hieraan zélf de voorkeur geven”.
Langgestraften ‘slijten’ op die manier zo’n 8 tot 11
(ook weer voorbeelden van nu hier zittende langgestraften) celgenotes
in die tijd. Wennen aan elkaar is er niet bij, kiezen ook niet.
Rekening houden met wat voor wensen dan ook is er ook niet bij.
Zo hoorde ik van een Spaanstalige en een Nederlandstalige die bij elkaar zaten en elkaar niet konden verstaan.
Een andere Spaanssprekende vrouw die wel met de ‘dubbel
zittende’ Spaanstalige wilde celdelen, kreeg te horen dat ze niet
mochten ruilen, zij en de Nederlandse. Maar “zodra de
Nederlandstalige celgenote weggaat, mag je met haar de cel delen”.
Toen de vrijlating van de Nederlandse op een maandag naderde, hielpen
de twee Spaanstalige vrouwen de PIW’ers aan de belofte
herinneren. Die maandag, terwijl de één aan het luchten
was, en de andere werken, werd een andere nieuwe celgenote bij de
Spaanstalige vrouw geplaatst. Protest mocht niet baten. “Niet
eerlijk! We worden aan het lijntje gehouden!”
Zo gaat dat met alles hier.
Maar de langgestrafte vrouwen accepteren tenslotte toch al het gesol.
“We willen niet onze kans op V.I. (vervroegde
invrijheidsstelling) op het spel zetten. Als je een paar rapporten
hebt, kun je ’t al vergeten, en mensen zwichten voor de druk van
de sanctie: iso”, vertelt iemand mij.
“Ze houden ook geen rekening met het soort delict, of met
leeftijd,. Ik zat een keer met een oude vrouw. Die zat voor
bijstandsfraude. Ik ben nog jong. Wat hebben we nou met elkaar? En wat
als die vrouw met iemand komt die agressief is. Die kan zó een
kussen in haar gezicht drukken. En waar zijn ze dan?”
Ook over tweepersoonscel agressie is hier tenminste één
verhaal bekend. In 2005 is dit gebeurd. De tekenen van hoe het kan
misgaan, zijn dus al langer te zien.
Twee vrouwen zaten samen in deze afdeling QA in een cel. De ene maakte
van de ander voortdurend alles op. Deze laatste vroeg herhaaldelijk hen
uit elkaar te halen, want ze hadden steeds ruzie. Maar er gebeurde
niets.
Op een nacht is de getergde vrouw zó boos geworden, omdat haar
celgenote haar wakker hield, dat ze haar aan haar haren vanuit het
bovenste bed heeft getrokken.
Nu was zij zelf de boosdoenster en moest de iso in, voor een flinke
tijd. Daarna werd ze in een éénpersoonscel gezet.
En dan dit: vorige week zaterdag – de 26e juli – is er een
overstroming geweest in het pas t.b.v. brandveiligheid verbouwde gebouw
‘Romeo’. De overstroming veroorzaakte om een uur of 5 a 6
’s middags kortsluiting. Het hele gebouw zat tot een uur of 9
zonder stroom. De vrouwen werd niets medegedeeld.
Tenslotte werd gebouw Romeo leeggehaald. Ineens moesten de vrouwen uit
de twee afdelingen RA en RB (in RB zit tijdelijk de BZA-afdeling, die
eigenlijk binnenkort terug zou gaan naar het inmiddels ook verbouwde
gebouw ‘Papa’, afd. PA)naar: ….PA. Ze kregen niet
eens de gelegenheid hun persoonlijke spullen te pakken. De beide
afdelingen zijn dus in één afdeling gepropt. In PA zijn
géén tweepersoonscellen, want het is voor BZA.
Hoe krijg je dáár dan 2 afdelingen in, waarvan
één waarin zich ook tweepersoonscellen bevonden? Simpel!
Alle cellen in PA zijn gevuld: 2-op-1-cel: één op het
bed, de ander op een matras op de grond. Met contra-indicaties werd
géén rekening gehouden.
Naar verluidt is de ‘Romeo’ afgekeurd – 19 vrouwen
zijn overgeplaatst naar Ter Peel. De rest zal dus nog in PA zitten
– onder bovengenoemde omstandigheden veelal (als ik dit schrijf
is het een week later).
Dit alles is een topje van de ijsberg. In de wandelgangen hoor ik nog
veel meer verhalen die niet allemaal even verifieerbaar zijn.
De contra-indicaties zijn een kwestie van natte vingerwerk en van willekeur.
Wat te denken van de contra-indicatie gegeven aan een activiste, uit angst voor problemen, en niets anders dan dat?
Hoe moeilijk had het kunnen zijn voor ze om zich – net als bij al
die anderen – nergens iets van aan te trekken en me eenvoudigweg
in de iso te flikkeren tot ik toe zou geven? Want dat is immers de
praktijk in de rest van bajesNederland. Dat hebben ze vorig jaar in
Zwolle ook gedaan.
Dus wie een grote bek opzet, krijgt haar zin in Nieuwersluis? Wie niet
durft te protesteren, krijgt nóg meer repressie in Nieuwersluis?
TOT SLOT:
De contra-indicaties gelden alleen in de bajes waar je zit.
Wie een contra-indicatie heeft en wordt overgeplaatst, kan overnieuw
beginnen met de zaak te bepleiten. Wéér wordt de gang
gemaakt naar medische dienst, psychologen enzovoorts.
Wéér wordt geprobeerd om er onderuit te komen.
Weer zal worden gedreigd: 2 op 1 cel of iso.
En dat terwijl mensen alleen maar privacy willen, al die uren ‘achter de deur’!!!
Het willen hebben van privacy als reden voor weigering kan volgens de
RSJ “moeilijk worden gezien als bedoeld om de orde en veiligheid
in de inrichting dan wel de ongestoorde tenuitvoerlegging van de
vrijheidsbeneming in gevaar te brengen”.
Volgnes de raad “ligt het daarom in de rede het beleid om
gedetineerden in een meerpersoonscel te plaatsen UIT DE STRAFSFEER te
halen”.
Maar justitie bouwt en bezuinigt naar hartelust door!
Tot de 9de, of misschien door boetes nog iets later!
Met niet aflatende strijdbare groet uit ons aller staatshotel aan de Vecht, Nieuwersluis,
Joke
p.s. van de kopiist: laatste nieuws:
Gebouw Romeo is afgekeurd vanwege een daklekkage – hierdoor is de brandveiligheid in het geding.
De vervangafdeling is nu overvol, de
matrassen op de grond zijn inmiddels bijna overal verdwenen, er staan
nu stapelbedden. Alle vrouwen zitten door elkaar, ook de vrouwen die in
de BZA zitten. Door de drukte is er (tijdelijk?) zeer beperkte
mogelijkheid tot recreatie.
Arbeit macht frei 17: ‘pacificatie en censuur’
Ze kwamen de televisie terugbrengen. Het was woensdagmiddag, 5 over 4.
Ik hoorde de sleutels al rammelen, liep naar de deur, en stond vlak
voor de deuropening toen de deur open werd gedaan. Twee bewaaksters (in
bajesjargon: ‘piwi’s’) stonden voor me. De ene met
het rode briefje ‘rapport’ in haar handen. Ze had het
zojuist van de deur verwijderd. De andere, vriendelijk glimlachend, met
de tv in haar handen.
“Je krijgt je tv terug”
“Ik hoef hem niet meer, neem maar weer mee”
Verbaasde gezichten.
“Het bevalt me prima, geen tv. Ik keek toch al te weinig”
“Maar je hebt voor deze week al betaald!”
De ‘grappige’ situatie doet zich voor dat ze zich hier
niets van aantrekken wanneer ze hem van je afnemen, maar nu? Ga ik zelf
mijn geld weggooien? Zélf afstand doen van de ‘luxe’
van een tv?
“Maakt niet uit. Ik wil hem niet meer. Het bevalt me prima zo!”
“Je kan hem nog hebben tot zondag hoor, als je de huur opzegt”, probeert ze nog eenmaal.
Wie heeft er nu eigenlijk belang bij dat ik een televisie heb? Het antwoord moet zijn: ZIJ.
In de eerste plaats wordt daarmee nog wat miezerige euro’s
verdiend. In de tweede plaats, eigenlijk het belangrijkste, het afnemen
van de televisie maakt onderdeel uit van een veelvuldig benut
sanctiemiddel: het ‘rapport’.
De beslissing van de directeur op papier, waar boven streng staat
geschreven ‘Disciplinaire straf (art. 51.1 pbw), noemt de straf:
“3 dagen opsluiting in eigen cel of verblijfsruimte zonder
televisie”.
Het is mij bekend van andere vrouwen dat ze precies dát element
van de straf het ergste vinden: ‘zonder televisie’. Niet:
het alleen zijn. Niet: die rottige ‘lucht’box’; nee:
het afnemen van de televisie.
En nu stuurde ik ze zomaar weg met die beeldbuis, dat stuk pacificatie
dat die bajes zo nodig heeft, want hoe kun je iemand straffen die aan
een tv niet eens behoefte heeft.
Ik lees verder in de beslissing van de directeur:
“deze beslissing is genomen op grond van de volgende overweging(en):
in verband met herhaald niet opvolgen van opdrachten van het personeel
en wegens het verstoren van de orde en rust in de inrichting”.
Het is er weer een om in te lijsten!
Op dondermorgen ging ik na 3 dagen voor het eerst weer met de afdeling
mee luchten. Van de 3 dagen rapport vond ik die lucht’box’
het lulligste. Het ding heeft wel een goede akoestiek; ik heb gezongen,
getrommeld, terwijl ik in mijn eentje de bajesdriedaagse liep, een uur
lang.
Een hartelijk onthaal van de vrouwen. Hoe gaat het? Prima!
Het verhaal van mijn protest en het rapport schijnt intussen in heel
Nieuwersluis de ronde te doen. Wanneer ik vertel dat ik ze met de tv
heb weggestuurd, wordt dit met open monden aangehoord. “De tv
weggedaan??”
Het is ondenkbaar, Hoe vaak hoor ik niet ’s avonds van raam tot
raam via de luchtroosters doorgeven wat er vanavond op de buis is, waar
je nú naar moet gaan kijken? Bijna dagelijks.
Als ik naar de overkant kijk, zie ik in gebouw ‘Papa’ de
tv’s bijna overal aanstaan ’s avonds. Eigenlijk is dat niet
veel anders dan ‘buiten’. Loop maar eens door een
willekeurige straat: vrijwel overal staat de tv aan.
De behoefte om over zo’n ding te beschikken wordt hierbinnen
alleen maar groter. Het is je blik op de buitenwereld. Althans, dat
lijkt zo. In werkelijkheid is het een voorgeselecteerde keuze, gemaakt
door producers en redacties, die je krijgt voorgeschoteld. Toen ik de
tv nog wel had staan, enkel voor nieuws en actualiteiten, vroeg ik me
dagelijks af:
wat is er dat ik NIET te horen en te zien krijg, gebeurd in de
buitenwereld vandaag? Wat is er waarheid van wat ik te horen en te zien
krijg vandaag? Dus waarom zou ik mijn tijd voor de beeldbuis
doorbrengen? Om me te verpozen met soapseries, quizzen,
‘reality’-tv en meer van die onzin?
WEG ERMEE!
De bewaaksters liepen weg met de tv en sloten de deur.
De voorbije dagen heb ik me af en toe afgevraagd of ik nu iets mis.
Nee. De tijd lijkt zelfs sneller te gaan nu ik niet meer oplet of het al 18.00 uur is, tijd voor het avondnieuws.
Dat is één anker van tijd minder op de dag. Ankers, zoals
de tijden waarop steevast door het luikje wordt gekeken om ons te
tellen. Zijn we er nog? Ja, waar anders!
17.00 uur. 21.30 uur. 06.30 uur. Je kunt er de klok op gelijk zetten.
Nooit kijk ik op van mijn werk naar het gezicht aan de andere kant van
de deur. De bewaker ziet mij schrijven of tekenen en doet het luikje
weer dicht. Misschien vraagt hij of zij zich af wat ik aan het doen
ben. Ik kijk immers geen tv. Allicht maak ik me geen illusies over wat
zij weten of zich afvragen. De vorige keer hier werd buiten mijn
aanwezigheid alles gelezen en bekeken. Ongetwijfeld doen ze dat nu ook.
Zonder tv lijkt de wereld hierbinnen wel nóg kleiner, nóg
nauwer, lijkt steeds meer het enige dat er nog is. De buitenwereld
geraakt steeds meer op afstand, maar dat was-ie toch al.
Het is belangrijk dat mensen ‘buiten’ mensen
‘binnen’ blijven betrekken bij wat er buiten gebeurt door
te informeren, willen gevangenen niet afhankelijk raken van de beperkte
middelen die er ‘binnen’ zijn; in weerwil van de censuur
die wordt opgelegd. Ik dank alvast een ieder die de moeite neemt/heeft
genomen!!
De bajes weigert mij het toegezonden exemplaar van het anti-fascistische tijdschrift Alert te geven.
“Niet toegestaan”, stond er op het briefje.
In reactie op mijn klaagschrift kwam iemand langs van de Commissie van
Toezicht. Ze zei: “Het mag niet omdat er discriminerende dingen
in staan”.
Welke dat zouden moeten zijn, kon ze niet zeggen.
“Het is een ANTI-FASCISTISCH TIJDSCHRIFT!!” zei ik.
“Is dát geen discriminatie dan?”………..
Zo wordt tenslotte ook hierbinnen alles omgedraaid ten gunste van de onderdrukkers.
Ondanks alles – of juist dankzij? – slaag ik erin de
vrijheid in mijn hoofd, de vrijheid van mijn gedachten en ideeën
te behouden!
Groet,
J.K.
Bevrijding
Steeds minder heb ik nodig
Neem je me af de spullen
die vanzelfsprekend waren
dan voel ik me verlost
van de last
die de angst was
om ze te verliezen
En niet veel later
is de gedachte
aan het herwinnen
van al dat bezit
de last geworden
om ervoor te moeten waken
dat ik heb, houd, bewaar
Dus laat maar
Hou maar
die ballast
die dingen
Zolang als ik
kan zingen
kan dansen
mag rennen
Zolang als ik
kan schreeuwen
kan juichen
mag jammeren
Heb ik vrede
Maar
Neem dat niet af
Dan
Ga ik vechten
met
handen, voeten, tanden
Steeds minder heb ik nodig
Vrijheid is genoeg.
JK


Beste vrienden en vriendinnen,
Na 39 dagen te Staatshotel Nieuwersluis ben ik sinds gisteren weer
vrij. Allereerst wil ik iedereen bedanken voor hun steun, support,
brieven, kaarten, en informatie!
Mijn dank gaat in het bijzonder uit naar Janneke, die er voor zorg
droeg dat mijn artikelen werden gepubliceerd, en dito Cornelis Prul
voor wat betreft de Vrije,
naar Janneke ook voor het voortdurend jullie op de hoogte houden van
mijn – en dat van anderen daarbinnen – wel een wee in een
periode van opsluiting waarin ik dit zelf niet kon doen.
Ook dank aan Janneke en Prul, niet te vergeten al die andere schrijvers
en activisten die spreken voor hen die het zwijgen wordt opgelegd, voor
het voortdurend aankaarten en aanklagen van het bajessysteem, het
schandelijke ‘vreemdelingenbeleid’, alles wat daarmee
samenhangt. Vandaag zag ik het allemaal op de Vrije staan.
Onderstaand stuk staat inmiddels ook al op De Vrije. Dank je, Janneke!
Ik hoop dat we met onze aanklachten en bekendmakingen in toenemende mate zullen doorgaan!
Ik onderhoud nog altijd contacten met de vrouwen in Nieuwersluis die ik
heb leren kennen als lief, mooi, sterk, kwetsbaar, alles tegelijk, maar
niet te vergeten ook:
onderdrukt, murw gemaakt, gechanteerd, bedreigd, de mond gesnoerd enz..
Met name de laatste week was zwaar in Nieuwersluis. Waardoor, lees je
hieronder. Dit is het laatste stuk geschreven vanuit Nieuwersluis.
In het slot van de Arbeit macht Frei reeks, dat ik nog zal schrijven
(een slot en epiloog vanuit de vrijheid), zal ik o.a. nader ingaan op
de gebeurtenissen in de laatste week die ik doorbracht in Nieuwersluis.
Na het schrijven van onderstaande kwam me namelijk nog meer informatie
ter ore.
Enfin. ’t Is nog niet gedaan. Justitie is nog lang niet van me af!
Strijdbare Groet, Joke
Arbeit macht frei 18: ‘Business as usual’
Woensdagmorgen, 6 augustus 2008. Het is stil. 08.00 uur. Dan zijn er voetstappen.
Een eerste deur gaat open. Een volgende. Het komt dichterbij. Naast mij wordt de
deur opengedaan. Er begint geroezemoes te klinken. “Arbeid”- “arbeid” hoor ik een
stem.
De vrouwen die ‘arbeid’ doen, hebben een groen kaartje op de deur met daarop het
woord ‘arbeid’. Dan weten ‘ze’ welke deuren er open moeten.
‘Mijn’ deur slaan ze over. Maar soms ook niet, dan wordt ie opengedaan, “arbeid” –
zonder te kijken wordt er doorgelopen.
Even later: “oh, je werkt niet?”. Dan de deur weer dicht, nadat ik een kort “Nee”
heb laten horen. Het geroezemoes houdt dan nog even aan. Daarna weer stilte. Stemmen
van vrouwen die buiten langs de luchtplaats lopen op weg naar ‘arbeid’ sterven
tenslotte ook weg.
‘Arbeid’. Ook nadat de vorige nacht een meisje met een mes in haar polsen had
gesneden (haar celgenote sloeg alarm), is het daags erna ‘business as usual’
geweest. Het meisje is midden in de nacht ‘door 5 man’ naar de iso gesleept,
schreeuwend en tierend. Dat er iemand die nacht overstuur was geweest, had bijna
iedereen – op een vaste slaper na – gehoord. Wát er gebeurde, valt niet vast te
stellen op het moment zelf, de ruimte galmt teveel.
Bij het bekend worden van het nieuws, huilde een vriendin van haar op de
luchtplaats. Zelf liep ik ziedend rond, niet begrijpend waarom de verontwaardiging
van andere vrouwen uitbleef. Afgestompt? Murw gemaakt? “Als het slecht gaat met
iemand, stop je d’r toch niet in de iso?!!” bleef ik maar herhalen.
Zó volkomen machteloos, verdomme!!
Ik kan de ogen van de bewakers op me gericht voelen, vooral die van bewaker ‘Jan’
(die van het rapport van vorige week), die in mijn nabijheid het zwijgen toedeed
over de gebeurtenis.
Ze zullen het allemaal wel lezen wat ik schrijf en publiceer. Het zal me wat. Daar
trek ik me ‘buiten’ ook niks van aan. Integendeel. Misschien zijn ze wel blij dat ik
niet werk, want werken is ook netwerken hier; dingen horen. Zo weet je wat er op
andere afdelingen speelt. Maar alles wordt tenslotte toch wel een keer doorverteld.
Zoals het verhaal van het meisje in de iso.
Zal ik in details treden, vraag ik me af. Ik weet niet of ik daar anderen mee schade
doe, dus nee, want ik weet ook niet alles, behalve bovenstaande. Dat is goede raad
hier; lul nergens over als je er niks van weet. Bovendien: alles kan gevolgen voor
anderen hebben. Daarom wilde ik dat ze wisten dat ík die persberichten van Amnesty
had opgehangen. “Kon je ’t niet ontkennen?” vroegen een aantal vrouwen me toen ik na
afloop van het rapport weer was ‘vrijgelaten’ zoals iemand ’t noemde. “Nee, dat
wilde ik niet”.
Van het verhangen van een kaartje ‘rapport’ (afgelopen zondag) van een celdeur
waarachter iemand rapport had naar de deur van het kantoor van de bewakers hebben ze
geen werk gemaakt. Ongetwijfeld wijzen de camerabeelden feilloos op de dader. Zo
niet, bij deze. Ik zou het niet ontkend hebben. Ik zou ze gevraagd hebben of ze soms
geen gevoel voor humor hebben, zoals een aantal vrouwen die heimelijk ginnegapten
toen ik wees op de deur van het kantoortje: “Kijk! De piwi’s hebben rapport!”
Het leven in de bajes gaat mee naar buiten, met ‘ups’ en ‘downs’, als een jojo. Zo
voel ik me soms, als een jojo. Het kan ook aan mij liggen, misschien ben ik zo
iemand; alle kunstenaars en dichters zijn toch gek op een of andere manier? Góed
gek, dat wel. Zat ik toch niet voor niets op BZA? ;-).
Gisteren wist ik níet wat ik met mezelf en mijn woede aanmoest toen om 12 uur ’s
middags de deur weer achter me sloot: tot vanmiddag 1 uur. Da’s 25 uur aaneen
‘achter de deur’. Wat zal ik opgelucht zijn als het leven niet meer hoeft te bestaan
uit het verschil tussen ‘achter de deur’ en niet ‘achter de deur’!!
Een brief van een trouw mij schrijvende vriendin, met een artikel over prison
abolition, hielp me er einde van de middag weer bovenop gisteren. Ik kreeg weer
ideeën voor tekeningen en pakte de pen weer op.
Tekening gemaakt, brief geschreven, dit geschreven. Een schets voor een volgende
tekening ligt klaar. Ik ga weer aan het werk. Mijn éigen werk. Wat ik nuttig vind.
En zo ben ik weer aangeland bij datgene waar dit alles om is begonnen: de eigen
keuze voor de invulling van het eigen leven: de VRIJE EIGEN KEUZE. ’t Is raar om
daar vanuit de bajes over te schrijven, maar toch ook niet.
De vrije eigen keuze om te zijn wáár je wilt, je te vestigen waar je wilt, vrije
migratie over de aardbol.
De vrije eigen keuze om te kiezen voor hóe je leeft, in solidariteit en vrijheid met
anderen, wat voor werk je doet, wat je nuttig vindt, en plezier doet.
In de fabel van de krekel en de mier is de moraal dat de mier al die tijd gewerkt
heeft terwijl de krekel muziek zat te maken. Dus heeft de mier in de winter te eten
en krekel niet (“had hij maar moeten werken!”)
- ik doe tussendoor de gordijnen open, om beter te zien wat ik schrijf.
Wéér dat uitzicht tussen tralies door, van de luchtplaats. Vrouwen die altijd
dezelfde kant op rondjes lopen. Een bewaker die van deze kant af de boel in de gaten
houdt. –
Een goede vriend van me zei eens: “Ze vergeten één ding. De krekel maakte muziek
voor de mier terwijl hij werkte. Heeft de mier daar de krekel voor betaald? Nee! En
nu laat ie de krekel verhongeren. Schandalig!”
Zo valt de hele wereld te verklaren uit de niet goed afgemaakte eeuwenoude fabel van
de krekel en de mier.
En wij, hier in de bajes, zijn allemaal nutteloze individuen. Gooi maar weg. Laat
maar wegrotten daarbinnen. Als we last hebben van hun wanhoop, of van hun woede,
hebben we de isoleercel nog.
Einde verhaal.
Of toch niet??
JK, Nieuwersluis 6/8/08
Afgelopen weekend ben ik na 5 en een halve week vrijgelaten uit
Nieuwersluis. Hieronder volgt het laatste deel in de reeks Arbeit Macht
Frei.
Een extra lang deel, met inleiding die nog even teruggaat naar het begin, en beschrijving van de laatste dagen.
Het einde van deze reeks betekent niet het einde van schrijven over
vrijheid van beweging, vrijheid van migratie, open grenzen, het
dodelijke ‘vreemdelingen’beleid, de jacht op mensen zonder
papieren, over bajesstrijd, over abolitionisme, enzovoorts enzovoorts.
Integendeel. Het is een nieuwe impuls! Niets wordt beëindigd,
zonder iets anders in te leiden. Tot de laatste cellen leeg zijn, en de
laatste grenzen geslecht!
Solidaire en strijdbare groet, Joke




Arbeit Macht Frei 19: “En nu nog… vrijheid voor IEDEREEN!”
SLOOP DE BAJES!
Vooraf…. “Arbeit macht frei” als titel, en de keus van de werkstrafweigering.
De reden dat ik voor deze titel koos is de aard van de werkstraf als
sanctiemiddel: het doen van werkstraf wordt afgedwongen met de dreiging
van gevangenisstraf. Dat maakt arbeid - ongeacht waaruit deze
bestaat – dwangarbeid, volgens het principe “arbeit macht
frei”.
Het is letterlijk zoals ik in het eerste deel schreef: “Arbeid
maakt werkelijk vrij, zo lees ik bovenaan de binnenkant van het
foldertje, wanneer ik het opensla: “Ik hoef niet de cel in”
staat er.” Wel dus!
Het gaat mij er niet om de vórm waarin deze arbeidsdwang is
gegoten te vergelijken met de werkkampen in WOII. De werkstraffen in
Nederland anno 2008 zijn daarmee niet vergelijkbaar en deze
vergelijking is ook mijn intentie niet.
Het gaat om het principe van dwang. Daarom vind ik het gebruik van de
uitdrukking “arbeit macht frei” om dit te laten zien,
juist. Wie werkt, zal vrij zijn, is de moraal. In de bajes kwam ik dat
ook weer tegen, letterlijk: wie werkt is de werkuren de cel uit. (dat
is ‘vrijheid’ in de bajes: als je niet in je cel zit).
Wie niet werkt, blijft ‘achter de deur’. Overigens is in
Nieuwersluis werken in principe niet verplicht, omdat er - op twee
afdelingen na - overal een HvB regime heerst. Afgestraften en mensen in
voorarrest zit echter wel in ALLE afdelingen door elkaar. Schotloze
detentie noemen ze dat. (uitleg van cursieve termen onderaan).
Hoe de werkstraf wordt ervaren door mensen die het wel doen, daar kan
ik niet over meepraten. Wat ik wel weet: in Nieuwersluis ben ik enkele
mensen tegen gekomen die net als ik principieel geweigerd hadden. Zij
waren geen politiek activisten, maar hun beweegredenen kwamen overeen
met de mijne. Maar laat dit duidelijk zijn: niemand van de weigeraars
maakte met het weigeren van de werkstraf de KEUS om in de bak te
belanden. Het is geen keus, het is chantage. Overigens waren er ook
meerdere vrouwen in Nieuwersluis die in de bajes niet wilden werken:
“Ik ben hun slaafje niet.”
Ik voor mezelf kan slechts zeggen dat ik de consequenties van wat
wèl een keus was; namelijk me niet te laten chanteren, heb
overzien zoals de consequenties van elke keuze voor verzet en protest.
Het heeft allemaal dezelfde reden, namelijk de repressie niet te
accepteren.
De strijd ‘buiten’ gevoerd, kán niet anders dan in
het aangezicht van de daarop volgende repressie, geweld,
arrestatie, vervolging, veroordeling - en daaruit voortvloeiend ook: in
de bajes - voortgezet worden. Dát was en is mijn keus.
Voorlopig ben ik weer ‘buiten’. Maar wat is mijn vrijheid waard, zonder die van een ander?
Nieuwersluis, vrijdag 8 augustus 2008; ’s avonds:
“Sloop de bajes!”. Zo luidt de subtitel van deze laatste
‘Arbeit macht Frei’. Tijdens mijn laatste dag in
Nieuwersluis ben ik vast symbolisch begonnen. Een week lang opgekropte
woede over het kapot maken van mensen, één meisje in het
bijzonder, lag hieraan ten grondslag. Nóg heb ik me ingehouden,
niet uit vrees voor wat míj nog aangedaan kon worden, maar uit
vrees een reactie uit te lokken waar anderen mee zouden blijven zitten.
In mijn vorige verslag schreef ik over een meisje dat in haar polsen
had gesneden. Zij was daarop door vijf man naar de iso gesleept, midden
in de nacht. Vandaag hoorde ik meer…
Ze wilde niet in een tweepersoonscel. (Wéér die verrekte
dwang om met z’n tweeën in een hok te gaan zitten!). Er werd
gedreigd met iso. Toen is ze toch maar gegaan. Terwijl ze
‘verhuisde’ van de ‘time-out cel’ beneden, waar
ze vijf dagen ‘op rapport’ had doorgebracht (waarom ze
rapport had weet ik niet, maar ze had ook iets gedaan om te zorgen dat
ze rapport kreeg en dus alleen zou blijven zitten) naar de
tweepersoonscel boven waar ze eigenlijk niet in wilde, werd ze geholpen
door haar vriendin, mijn ‘buurvrouw’, N. (om privacyredenen
noem ik liever geen namen), met het naar boven brengen van haar
spullen. Ik heb haar toen even gezien en kort gesproken. Een heel jong
meisje. ‘Ze heeft al veel meegemaakt’ vertelde N.
Het leek op dat moment goed te gaan met haar, maar schijn bedriegt. Die
nacht van maandag op dinsdag trok ze het niet. Ze heeft haar polsen
doorgesneden. Hoe ze dat gedaan heeft weet ik niet (ik stel mij zo voor
met het mes waarmee je brood smeert, dat niet erg scherp is, maar
waarmee anders?), maar er zou bloed aan de muur gezeten hebben. Haar
celgenote alarmeerde de piwi’s. Die kwamen. Ze flipte toen ze
kwamen, en wilde natuurlijk niet meewerken om naar de iso te gaan.
Toen is ze - vermoedelijk door het IBT - er uit gehaald en naar de iso
versleept, onder luid protest. Ik zal het huilen van N. die volgende
morgen nooit vergeten. Hartverscheurend hard. De isoleercellen grenzen
aan de luchtplaats. Ik kon me niet aan de gedachte onttrekken dat het
meisje in de iso het huilen van haar vriendin misschien gehoord heeft,
ook al zit de iso potdicht.
Iedereen had het erover, de spanning was voelbaar, maar niet bij
iedereen even zichtbaar. Zoals ik eerder schreef, ik was opgefokt. Zo
opgefokt, dat ik een andere bevriende vrouw heb gevraagd wat rondjes
met me te lopen. “Laat die piwi’s uit mijn buurt blijven,
ik dóe ze wat als ze me nu lastig vallen. Echt, die Jan krijgt
een blauw oog,”
“Hij is het niet waard,” zei ze, en “Jij gaat straks
naar buiten, zorg dat je niet in de problemen komt, wees onze ogen en
oren en vertel daarbuiten wat hierbinnen gebeurt. Als je in de iso zit,
kun je dat niet doen.”
Met de gedachte daaraan heb ik mezelf tot vanmiddag ingehouden.
Het heeft geen zin om je woede te koelen op ze, niet als je de enige
bent die er kwaad genoeg voor is. Het heeft ook geen zin om te proberen
op zo’n moment iets van de grond te krijgen van protest. Mensen
zijn óf aangeslagen, óf lopen te speculeren, óf
proberen zich niet druk te maken omdat ze al lang geleerd hebben dat ze
machteloos zijn. Eén van de vrouwen ging op de grond zitten,
kruiste haar benen en sloot haar ogen. “Ik sluit me ervoor af. Ik
heb al zoveel gezien (ze heeft een paar jaar in het buitenland gezeten
en zit hier de rest van haar straf uit). Ik kan het niet meer bij
mezelf toelaten,”
Dat was dinsdag. Op woensdag was de sfeer nog steeds, of moet ik zeggen
‘alwéér’ erg gespannen. Er werden sinds de
dag ervoor grondige celdoorzoekingen gedaan in afwezigheid van mensen.
Gisteren bij mijn buurvrouw, N., de vriendin van het meisje in de iso.
Ze hadden een tekening van de bajes bij haar gevonden, maar ze wist van
niks, en ze was al overstuur. “Lag ineens bij het eten in mijn
cel! Ik heb ‘t uitgelegd. Gelukkig geloofden ze me,” De
opluchting is van haar gezicht af te lezen.
Waren ze nu op zoek naar meer tekeningen, of waren de doorzoekingen
routine? Waarnaar ze ook op zoek waren, er zou van alles gevonden
kunnen worden dus zoiets fluistert zich de luchtplaats over:
“Celinspecties, grondig!” – “Bij
iederéén?” – “Wat zoeken ze?”
Ik dacht aan mijn vorige keer hier, de reden waarom ik in de BZA
afdeling was gezet. Bij mij zouden ze vast en zeker de boel overhoop
halen, al slagen ze er goed in dat te verbergen. “Maar je ziet
het tóch,” vertelde iemand, “Dingen liggen dan net
even iets anders, bij mij zijn ze ook al geweest. Niets gevonden.”
We luchtten, liepen rondjes. Ik keek naar mijn raam. De gordijnen waren dicht.
“Ze zijn nu bij mij bezig, de gordijnen waren open!”
“Oei! Zullen ze wat vinden? Ze vinden álles, hoor!”
Ik haalde mijn schouders op. Op zo’n vraag antwoord geven….?
Na afloop kon ik opgelucht ademhalen. Ze hebben niets gevonden behalve
een zak vol lege aluminiumfolie koffiezakjes. In beslaggenomen, staat
er op een briefje, vanwege “het niet mogen opsparen van zaken die
in verband gebracht kunnen worden met het gebruik van
contrabande”. Er lagen wat enveloppen anders. Ik zag aan
scheefhangende en halfomgedraaide tekeningen op mijn prikbord dat ze
zelfs op de achtergrond daarvan hadden gekeken. Ze zochten inderdaad
tekeningen. De celdoorzoekingen bleven die dag nog doorgaan, maar ze
doen het zo stilletjes.. niemand ziet het gebeuren.
Gisteravond, donderdagavond, is het meisje uit de iso gekomen. Ik dacht
eigenlijk dat ze er nog tot vanmiddag zou zitten. Al die dagen was de
spanning en het verdriet bij N. merkbaar. Die moet nog 2 jaar. Zo
zitten er hier wel meer. Langer zelfs nog. Ik bewonder haar optimisme,
haar over het algemeen vrolijke stemming, ze houd de moed er goed in,
echt, respect. De laatste dagen merk ik aan haar dat ze er kapot van
is. Ze had het meisje in bescherming willen nemen, het meisje wilde ook
graag beneden komen te zitten zodat ze elkaar veel (relatief begrip
hier) zouden zien en spreken. Maar 5 dagen afzondering, dan 3 dagen
iso, dat schiet niet op. Zo kán N. haar ook niet helpen. Helaas
zijn er zoveel in die bajes die hulp nodig hebben, en die niet krijgen,
die er maar zitten te wachten en te wachten, bijvoorbeeld op plaatsing
in een kliniek. Medische dienst, psychologen en psychiaters, ze doen
niks. Mensen worden alleen maar aan het lijntje gehouden.
Vanmorgen zat ik te tekenen. Plotseling hoorde ik aan de andere kant
van de deur: “We komen je halen. We gaan je naar beneden
brengen”. Dit keer was ik alert. Ik sprong op en luisterde aan de
kier onder de deur. Ik hoorde een stem zachtjes iets terugzeggen,
voetstappen. Snel rende ik naar mijn raam en blikte naar buiten, over
de luchtplaats, want ik weet: ze moeten van dit gebouw Q (voor Quebec)
over de luchtplaats naar P (voor Papa), waar de iso in het souterrain
is.
Toen zag ik ze lopen. 6 man of zelfs meer met een klein meisje met een
hoofddoekje op, in de boeien. Bij de personeelsingang gingen ze naar
binnen. Ik wist genoeg.
Godverdomme, godverdomme, godverdomme! Ze was er dus weer uit en nu
direct weer erin! Wat háát ik dat! Wat háát
ik deze verdomde plek, die verdomde bajes!
Tijdens het luchten hoorde ik wat er nu gebeurd was. Toen het
meisje vanuit de iso opnieuw in de tweepersoonscel was teruggezet,
flipte ze weer. Ze heeft een asbak tegen de deur gegooid (dit gaat dan
over zo’n licht aluminium dingetje tegen een stalen deur): terug
naar de iso.
Ditmaal niet voor straf (‘disciplinaire straf’) maar als
maatregel, vertelde N. vanmiddag (vrijdagmiddag). “Ze gaan elke
dag kijken hoe ze zich gedraagt. Als zíj vinden dat ze zich niet
goed gedraagt, blijft ze daar. Ik heb gevraagd of ik met haar mag
praten, of ik naar haar toe mag. Maar daarover moet de directeur
beslissen en die is er maandag pas weer.”
De iso als dwangmiddel voor gedragsverandering. Het is om te kotsen!
Wat is goed gedrag? Wat is goed gedrag in een kale cel met een
scheurhemd aan, een matras, op je blote voeten? Wat is goed? En wie
bepaalt dat? Mag je zingen? Mag je rondjes lopen? Moet je netjes
‘dank u wel, meneer’ zeggen en ‘goedemorgen’?
Moet je platgeslagen de hele dag op bed blijven liggen voordat wordt
geoordeeld: ‘ze gedraagt zich goed’??
Tijdens de recreatie zag ik het rode kaartje met opschrift
“iso-iso-iso” en een afbeelding van een figuurtje achter
tralies op de deur van de voor het meisje bedoelde tweepersoonscel
hangen. Ik dacht aan afgelopen zondag, toen ik het rapport kaartje op
de deur van de piwi’s had gehangen. Ditmaal zou ik iets anders
doen. Ditmaal haalde ik het kaartje van de deur en ben ermee naar
‘mijn’ cel gelopen. Daar heb ik het mes gepakt en het
stevig geplastificeerde kaartje in drie stukken gesneden. Vervolgens
gooide ik de drie stukken demonstratief op de ping-pong tafel. Daar
lagen ze, opvallend rood en kapot gemaakt. Een verscheurd stukje
repressie. Een symbolische kleine actie.
Al spoedig kwamen andere vrouwen eromheen staan. Ik legde hen uit
waarom ik dat gedaan had. En we spraken over de dwang om in een
tweepersoonscel te gaan. En ik hoorde nog meer verhalen over wat er
allemaal mis is in Nieuwersluis (“dit is echt zo’n
klotebajes!”), en over de wanhoop van het meisje, over
mogelijkheid en onmogelijkheid van protest en van vormen van verzet.
“Dit is mijn protest,” zei ik “En als ze komen vragen
wie het heeft gedaan, zal ik ze zeggen dat ik het heb gedaan, en
waarom.” Ik wilde voorkomen dat anderen de schuld zouden krijgen.
Niet op dat moment, maar later ook niet.
Einde recreatie. Een warm en krachtig afscheid, omhelzingen, de vuisten
tegen elkaar. “Sterkte” – “Hou je taai”.
Zo vreselijk om al die vrouwen daar achter te moeten laten!
Het was de piwi’s nog niet opgevallen, dat iso kaartje in
gerafelde stukken op de ping-pong tafel, dus pakte ik de stukken en
duwde het in de hand van de piwi die de deur achter me dicht kwam doen.
“Ik heb wat voor je… hier,”
Verbaasde blik.
“Waar heb je dat vandaan?”
“Van boven. Van die cel daar.”
Ik wees op de stukken. “Dat heb ík gedaan,”
“Waarom dan?”
“Omdat jullie dat meisje in de iso gegooid hebben. Schandalig-”
“Oh..” Deur dicht.
Daarna niets. Helemaal niets. Niet eens rapport, al is het maar voor de vorm, want morgen sta ik buiten tenslotte.
Had ik niet morgen weggegaan, dan had ik hetzelfde gedaan. Ik heb nog
getwijfeld omdat het misschien als laffe actie zou worden gezien, maar
doorslag gaf de noodzaak om op die manier, hoe klein en symbolisch ook,
protest te laten horen en zien. Gelukkig heb ik het gedaan, het leverde
op het laatste moment nog een paar laatste goede gesprekken op, met
mooie, sterke en lieve vrouwen, waarvan ik sommigen nog niet eens veel
gesproken had, maar nu wel. Het heeft de tongen losgemaakt, het heeft
bewakers en directie geconfronteerd met een stem die zegt: “Dit
pik ik niet, kom maar op!” Dezelfde stem die ik steeds heb laten
horen, naar ik hoop met enig resultaat, op wat voor manier dan ook.
Vanmiddag met tranen achter mijn ogen, omdat ik al die tijd de strijd
met ze aan wilde gaan en zij het niet durfden. Omdat ze al die tijd
wèl onder mijn ogen ándere vrouwen chanteerden en
dreigden en dwongen, de slappelingen, de schijters, de
staatsterroristen: Ze pakken de zwaksten het hardste, voor de sterksten
zijn ze bang terwijl ze toch zo goed bewapend zijn, het hele
machtsapparaat achter zich hebben staan. Waar waren ze bang voor? Voor
mij? Voor een ‘achterban’? Voor acties, voor publiciteit?
Waarvoor? Lafbekken, dát zijn jullie!
Deze middag, voordat ik mijn kleine actie deed, sprak ik met een
vrouw die net een paar dagen op de afdeling is. Ze vertelde:
“Ik zat al vijf maanden in een tweepersoonscel in gebouw
Romeo. Na drie maanden heb je recht op een cel alleen, voor drie
maanden, dus ik ging erom vragen. ‘Daar beginnen we niet
aan’ zeiden ze. Toen heb ik stennis geschopt. Ik werd
overgeplaatst naar een andere afdeling, kreeg daar een cel alleen. Daar
heb ik twee weken gezeten. Toen kwam de overstroming van de Romeo. We
werden allemaal overgeplaatst naar gebouw Papa. Daar zat ik vijf dagen
twee op een cel, met een bed en een matras op de grond. Ik had het
matras op de grond. Vervolgens een week op wat eigenlijk de inkomsten
afdeling is, weer alleen. Nu ben ik naar hier (QA) overgeplaatst en zit
ik wéér dubbel! Die cel is niet eens geschikt gemaakt!
Alleen een tweepersoonsbed, geen extra bergruimte, één
tv. Ik heb al een tijdje geleden een consult aangevraagd bij de arts om
een medische contra-indicatie te krijgen om alleen te kunnen zitten.
Maar je moet eerst langs de verpleegster, en die verwijst niet door. Ik
kóm niet eens bij die dokter!”
Zaterdagmorgen 9 augustus 2008, ’s ochtends:
08:15 uur. Luchten. Ik hoor de deuren van de andere vrouwen opengaan,
het geroezemoes op de afdeling. Mijn deur blijft dicht. Ik lucht straks
écht… ‘buiten’. Ik denk aan de vrouwen van
wie ik gisteren niet meer goed afscheid heb kunnen nemen. Ineens zag ik
ze niet meer, zaten ze al ‘achter de deur’. Zie ik ze
straks nog? Zal ik nog langs de luchtplaats lopen waar zij in de rij
voor de telefooncel staan om te kunnen bellen, 3 à 4 minuten per
persoon, haastig? Waar ze rondjes lopen, altijd dezelfde kant op? Of
ergens zitten te praten?
Ik kijk uit het raam. De vrouw die ik ‘zomer – herfst
– winter – lente’ leerde, staat tegen het hek. Ze
ziet me en zwaait en lacht naar me. Het voelt eventjes net alsof ik
weer rapport heb. Ik, achter het raam, kijkend naar het luchten van de
andere vrouwen, waar ik niet aan kan deelnemen.
“Als je gaat, kun je mij dan in je handbagage meenemen?”
vroeg iemand me gisteren. Een melancholieke lach. “Als je je heel
klein kunt maken, stop ik je in mijn broekzak,”
Kon dat maar. Ik heb heel veel zakken.
08.50 uur. De deur gaat open. Ik kan gaan. Mijn spullen in een
lichtblauwe plastic zak, zo loop ik langs de luchtplaats. Een snelle
groet aan iedereen, handen aanraken door het hek, nogmaals een
“Hou je taai”, een “Sterkte”, een
“Succes”. De piwi’s zeggen dat het op moet houden,
“Doorlopen. Genoeg nu.” Mij kunnen ze niet meer deren, maar
de vrouwen op de luchtplaats wel. Ik doe nog snel een laatste groet aan
mijn nu voormalige buurvrouw, vraag haar de groeten over te brengen aan
het meisje dat nu in de iso zit, voor als ze er uit komt. Hoe
lang zal dat nog duren? Hoe lang zal het alles nog duren? Ik laat de
luchtplaats achter me, de getraliede gebouwen. Hoe lang nog voor mensen
zullen inzien hoe zinloos het is, en hoe barbaars, hoe mensen kapot
worden gemaakt door hen op te sluiten achter wat voor humaan zich
voordoende hekken en muren dan ook?
Joke Kaviaar, 9 augustus 2008
www.jokekaviaar.nl www.vrijheidvanbeweging.nl
Alle ‘Arbeit Macht Frei’ stukken, ‘Albayraks Dwang
– dubbel zitten’ stukken e.a. kun je terugvinden vanaf:
www.jokekaviaar.nl/sloop_de_bajes.html
Voor wie ze niet kent, een verklaring van de hierboven cursief gedrukte begrippen:
HvB regime: Huis van bewaring regime. In HvB zitten mensen in
voorarrest. In HvB is het regime/dagprogramma soberder, er zal i.t.t.
gevangenisregime geen programma zijn gericht op studie, werk,
reïntegratie enzovoorts. Werken kan vaak wel, al kan er een
wachtlijst zijn, maar is niet verplicht. HvB regime is anders dan
gevangenisregime, voor veroordeelden, afgestraften. In gevangenis
regime is werken verplicht. Weigering wordt gestraft. (meestal met
afzondering op eigen cel, maar kan ook iso zijn). Regimes in
detentiecentra voor mensen zonder papieren lijken sterk op HvB regime;
vaak nóg soberder, en géén werk.
Schotloze detentie: Uit de ‘huisregels van de P.I.V. Nieuwersluis’:
“Binnen de PIV Nieuwersluis wordt geen onderscheid gemaakt tussen
huis van bewaring en gevangenis. Er wordt gewerkt met interne
differentiaties en regimes die van elkaar verschillen in vrijheden,
programma en verantwoordelijkheden. Dit alles in het kader van een
landelijk experiment, schotloze detentie. In welk regime iemand wordt
geplaatst is afhankelijk van:
- het gedrag van de gedetineerde
- de behoeften van de gedetineerde
- de mogelijkheden en noodzaak om deel te nemen aan reïntegratieprojecten
Op grond van uw gedrag kunt u binnen de PIV Nieuwersluis ook teruggeplaatst worden naar een regime met minder vrijheden.”
Prachtig taalgebruik, niet?
In Nieuwersluis wordt veel geklaagd over die ‘schotloze
detentie’. Er zijn twee afdelingen waarin het regime lijkt op een
gevangenisregime; QB (‘standaard-plus afdeling’) en B
(M.I., maatschappelijke integratie, de meest ‘vrije’
afdeling). Op deze afdelingen is werk verplicht. Veel vrouwen die
langgestraft zijn willen naar die afdeling(en), maar daar kom je niet
zomaar. Je moet allereerst op andere afdelingen al gewerkt hebben en
bereid zijn om aan allerlei programma’s deel te nemen. De
klachten gaan vooral over oneerlijkheid die gepaard gaat met de keuze
voor wie er wel of niet komt. Sommigen wachten er lang op en zien
steeds mensen die later binnen kwamen er eerst naartoe gaan. Ze
begrijpen niet wat ze nou moeten doen om er te kunnen komen. De
criteria zijn kennelijk uiterst subjectief. Zo kunnen langgestraften
dus lang in het regime van een ‘standaard-afdeling’ zoals
QA, waar ik zat, blijven zitten, met weinig mogelijkheden, en veel uren
achter de deur. ‘Standaard’ is in wezen HvB regime.
Op rapport: Als je iets hebt
gedaan dat de bewakers niet aan staat, kun je ‘S.V.’
krijgen: Schriftelijk Verslag. Oftewel: rapport. Afhankelijk van de
reden van het rapport, kunnen ze je gelijk ‘achter de deur’
zetten, in afwachting van de beslissing van de directeur. Die legt dan
na je te hebben ‘gehoord’ (stelt niks voor) een
disciplinaire straf op. Deze kan bestaan uit afzondering in je eigen
cel. Dan zit je 23 u. per dag achter de deur, zonder contact met
anderen, en moet je alleen luchten in een luchtkooi of luchtbox. Dan
“zit je op rapport”, ”heb je rapport”.
Onderdeel van deze straf is het afnemen van de TV.
Time-out cel: Rapport voor
dubbel zitters. Wie in een meerpersoonscel zit en rapport krijgt, heeft
nog altijd het gezelschap van een of meer celgeno(o)t(en), en dus ook
de beschikking over TV. Daarom zit de dubbelzitter het rapport in de
time-out cel (een eenpersoonscel zonder TV, die voor dit doel is
gereserveerd) uit. Persoonlijke spullen, zoals boeken, schrijfgerei
etc. mogen worden meegenomen.
Piwi’s: bajes slang voor
P.I.W.’ers, oftewel penitentiair inrichtingswerkers. Ik heb hen
in mijn stukken veelal bewakers genoemd. Dit kan verwarring geven, want
in de bajes lopen ook Bewa’s rond, bewakers. Deze hebben een
andere, mindere, opleiding. Worden in de bajes vaak mislukte
politieagenten genoemd. I.t.t. tot piwi’s zijn bewa’s
geüniformeerd als lijkend op politie. Ze dragen ook handboeien, de
piwi’s niet. De bewa’s werken niet op de afdelingen en zijn
er vooral voor ordebewaking en –handhaving en beveiliging. Je
kunt ze tegen komen op de luchtplaats, in de bezoekzaal, en ze doen de
visitatie na het bezoek. Visitatie is meestal steekproefsgewijs, maar
mij moesten ze hebben.. ik moest elke keer uit de kleren.